Waddeneilanden

Tekst voor ANWB

Unieke paradijsjes
De Waddeneilanden zijn ons paradijs. Elk eiland heeft zijn eigen charme én fans. Vogelaars, natuurliefhebbers, rustzoekers, maar ook vakantiegangers die op zoek zijn naar veel vertier, avontuurlijke sporten, concerten, theater en leuke attracties hebben allemaal hun eigen eiland. Wilt u vergelijken, dan is het eilandhoppen een uitstekende mogelijkheid. Tussen alle eilanden is een veerverbinding zodat u zelf kunt ontdekken of de overkant net zo aantrekkelijk is.

De waddeneilanden
In de Noordzee strekt zich een lange reeks waddeneilanden uit. In totaal zijn er zo’n vijftig bewoonde, onbewoonde of alleen in het hoogseizoen bewoonde eilanden en kale, hoge zandplaten die ook bij hoog water droog blijven. Ze worden gescheiden van het vasteland door de Waddenzee. Nederland heeft vijf bewoonde waddeneilanden. De natuurgebieden Rottumeroog en kleinere eilanden en platen, zoals het vogeleiland Griend, Richel, Engelsmanplaat, Simonszand en Rottumerplaat worden niet bewoond. Het waddengebied strekt zich uit van Den Helder tot het vissersstadje Esbjerg in Denemarken. Behalve Nederlandse of West-Friese eilanden zijn er ook Duitse Oost-Friese eilanden en Noord-Friese eilanden die gedeeltelijk bij Denemarken en Duitsland behoren. De eilanden worden van elkaar gescheiden door vrij diepe geulen, waarin bij eb een sterke stroom staat. De wadden zijn platen die bij laagwater droogvallen. Twee maal per dag vindt hier het fenomeen plaats waarbij de zee zich door de zeegaten in het waddengebied uitstort en daarna weer langzaam terugtrekt.

Wadlopen
Een bijzondere belevenis is het wadlopen van een eiland naar het vasteland. U kunt ook wadlopen voor de kust van een eiland. Bij de VVV krijgt u informatie over deze begeleide tochten, want voor de oversteek is een gids noodzakelijk. ‘Gewichtige’ en oudere mensen, maar ook kinderen onder de 4 jaar wordt afgeraden om de zware tocht te ondernemen. Hoge basketbalschoenen met sokken zijn verplicht, want anders verliest u uw schoenen. Surfschoenen zijn een goed alternatief. Op het wad is het altijd fris: neem daarom warme en wichtdichte kleren mee. Reservekleren verpakt u in plastic, want de kleding blijft niet droog. Meestal wandelt u over stevige zandbanken, maar het kan ook voorkomen dat u soms tot borsthoogte door het water moet waden. De ervaring is echter heel bijzonder. U loopt immers door de kraamkamer van de Waddenzee. In dit planktonrijke gebied vinden vogels, vissen en schaaldieren veel voedsel. Als ze sterk genoeg zijn, kunnen de vissen een kans wagen in de grote Noordzee. Op het wad herkent de vogelaar talloze bijzondere vogelsoorten. De groepen dienen bij elkaar te blijven om de vogels niet te verstoren.

Strandpalen
Overal langs het strand treft u palen met een nummer. Deze werden halverwege de 19e eeuw om de duizend meter geplaatst om de veranderingen in hoogwater en de ligging van de duinen te meten. Hierdoor kon worden bepaald in hoeverre de kustlijn veranderde. Tegenwoordig hebben de palen ook een andere functie. Ze geven badgasten bijvoorbeeld informatie over bij welke palen er activiteiten plaatsvinden.

Wist u dat
de eilanden op bijna twee keer zoveel zonuren kunnen rekenen als het vasteland? Onder invloed van de zee kan het weer behoorlijk verschillen met het vasteland. De winters zijn over het algemeen wat zachter, het voorjaar wat frisser en de zomers wat koeler. De herfst is een zeer aangename periode. Er waait bijna altijd een verfrissende wind en er valt minder regen dan op het vasteland.

Lang geleden
Het gebied dat we nu kennen als de wadden, is in de loop der tijd vaak van vorm veranderd. Allerlei archeologische vondsten bewijzen dat hier al in de prehistorie mensen leefden. De wadden en het kustgebied hadden toen een heel ander uiterlijk. De toenmalige bewoners – rondtrekkende jagers – maakten graag gebruik van de kwelders. Deze ontstonden nadat de zee in een rustige periode veel slib had afgezet. De vruchtbare bodem bleek ideaal als weidegebied voor het vee, maar had als groot nadeel dat het regelmatig onderwater stroomde. De bewoners kozen daarom hoog gelegen plekken om te wonen en voor bijvoorbeeld hun voorraden. Deze terpen werden kunstmatig verhoogd zodat ze een veilig onderkomen hadden met hoog water. Door de uitvinding van ringdijkjes konden er grote stukken grond worden ingepolderd zodat akkerbouw mogelijk werd. Vanaf het jaar 1000 werden er ook hogere verbindingswegen tussen de terpen met de dorpen aangelegd. Kloosters speelden een belangrijke rol in het aanleggen van dijken rond de kwelders waardoor steeds meer mensen een nieuw bestaan konden opbouwen in dit gebied.

Terug naar Nederland

Comments are closed.