Turkije

Reisgidsen Gottmer

Beschrijving reisgids Turkije Uitgeverij Gottmer/Sarah Vermoolen
Dertien beschavingen in 9000 jaar tijd hebben een enorm openluchtmuseum achtergelaten in Turkije. Verspreid over heel Anatolië staan tempels, kastelen, kerken, kervansarays, moskeeën, koranscholen en bazaars. Veelbezochte trekpleisters zijn de antieke, maar `levendige´ stad Efeze met de wereldberoemde bibliotheek, het legendarische Troje, het theater van Aspendos, het grafmonument op de Nemrut Dagi en het mausoleum van Atatürk.
Istanbul is een wereld apart. Deze prachtige Aziatische én Europese stad heeft wereldberoemde kerken, moskeeën en bazaars, prachtige rivieren, een levendig uitgaanscentrum en verschillende festivals. In het binnenland maakt u kennis met het echte Turkse leven. De kalkterrassen van Pamukkale en het tufsteenlandschap van Cappadocië zijn unieke landschappen, maar er is nog veel meer natuurschoon in de vorm van bergen, meren en rivieren.
Het gevarieerde Turkije is een van de grote favorieten van toeristisch journaliste Sarah Vermoolen, juist vanwege Istanbul, de unieke landschappen, de rijke cultuurhistorie én de vriendelijke bevolking. Ze schrijft vooral voor actieve, geïnteresseerde toeristen met belangstelling voor cultuurhistorie, steden en strand. Als moeder van drie kinderen let zij bovendien extra op kinderattracties.

Recensie(s)
NBD|Biblion recensie
De auteur schrijft al jaren reisgidsen (o.a. over Korfoe) en was werkzaam bij de Nationale Hogeschool voor Toerisme en Verkeer. In deze dertiende druk, die aanzienlijk verschilt en uitgebreid is t.o.v. de voorafgaande, beschrijft zij het veelzijdige Turkije. Na een algemene inleiding volgt de beschrijving van het land, niet in alfabetische volgorde, maar in reisetappes, volgens regio.

Natuurlijk ligt hierbij de nadruk op de door veel toeristen bezochte streken zoals de kusten, maar ook Oost-Turkije komt aan de orde, waarbij interessante bladzijden over het christelijke Armeense gedeelte van Turkije. Zoals ook bij de andere Dominicus reisgidsen in vernieuwde stijl zijn er veel illustraties en foto’s in kleur; zeer interessant zijn de vele plattegronden van gebouwen en vooral de gedetailleerde overzichten van opgravingsterreinen.

Voor toeristen met kinderen zijn de gele bladzijden met informatie over dit speciale aspect de moeite waard. Mooi omslag in kleur. Met register.

(Biblion recensie, S. Tut)

Inkijkexemplaar en bestel via Bol.com

 

 

 

Enkele voorbeelden van kaderteksten uit mijn reisgidsen over Turkije.

INRICHTING MOSKEE (CAMI)
Een moskee is van verre herkenbaar aan één of meer minaretten, die hoog boven de huizen uitsteken. Binnen in de minaret leidt een trap naar het balkon, vanwaar vroeger de bevolking opgeroepen werd tot gebed. Tegenwoordig schalt de gebedsoproep uit een box van een geluidsinstallatie die op een balkon is geplaatst. Indien er een voorhal of voorhof is, zijn de galerijen vaak overkoepeld en ondersteund door pilaren. Voor de moskee staat de fontein, waar de gelovigen zich voor het gebed ritueel reinigen. Vaak valt op dat moskeeën in eenzelfde stad op elkaar lijken wat grondplan en inrichting betreft.

Tegenover de hoofdingang van de gebedszaal bevindt zich een in de muur gebouwde mihrab die de richting van Mekka aangeeft. De imam leidt staand voor de mihrab vijf maal daags de gebedsdienst. Rechts van de mihrab staat de driehoekige mimber van waaruit de imam elke vrijdagmiddag het gebed voordraagt. De treden van de mihrab symboliseren de hemelvaart van Mohammed. Links voor de mihrab staat de preekstoel van waaruit de imam elke vrijdagmiddag zijn preek houdt. Bij de mimber staat soms een zangtribune, waar de müezzins samen bidden. De galerijen zijn bestemd voor de vrouwen. In de sultansmoskeeën ziet u links in de hoek nog een sultansloge, waar de sultan en zijn vrouwen baden.

Versieringen. De mimber, mihrab, preekstoel en galerijen zijn over het algemeen versierd met houtsnijwerk en bewerkt marmer. De kroonluchters in de moskeeën branden over het algemeen alleen met Ramadan.
In moskeeën zult u geen religieuze of levende voorstellingen aantreffen. De profeet Mohammed had dit verboden, omdat hij vond dat door afbeeldingen te maken de kunstenaar het scheppingsrecht opeiste dat slechts aan God toekwam. Wel wordt er veelvuldig gebruik gemaakt van koranteksten die door kalligrafen op de muren en in de koepels zijn aangebracht. De Arabische lettertekens lenen zich zeer goed voor zowel geometrische als cursief oneindige versieringen.

Op de vloeren liggen de tapijten met geometrische patronen, die vaak een symbolische betekenis hebben. Ook de kleur van het tapijt heeft een betekenis, zo zijn de kleine gebedskleden vaak groen naar de heilige mantel van de profeet Mohammed. Op een gebedskleed is de gebedsnis afgebeeld, een kam met vijf tanden, die de vijf zuilen van de islam aanduiden, een zandloper, die staat voor de vergankelijkheid, en een waterkan, die het symbool voor reinheid is.
Het tegelwerk in de moskeeën wordt beschouwd als een van de belangrijkste en meest ontwikkelde Seldsjoekse en Osmaanse kunstvormen. De Seldsjoeken voorzagen al in de 13de eeuw de druipsteenmotieven van de mihrab van een glazuurlaag. Zij importeerden uit Perzië mozaïekachtige tegels van sterren en achthoeken, die zij glazuurden waardoor er een reliëfwerking optrad. De Osmanen introduceerden nieuwe patronen en maakten gebruik van vierkante en zeshoekige tegels die gemakkelijker konden worden aangebracht. De tegels werden vanaf de 16de eeuw in de ateliers van Iznik gebakken en ontworpen door de hofschilders in Istanbul. Steeds meer kleuren werden gebruikt en ook de patronen van planten en dierlijke motieven varieerden per periode. Vroeg 18de eeuw werden de ateliers van Iznik gesloten en werd het centrum van de keramische kunst verplaatst naar Kütahya, waar de kunstenaars met dezelfde motieven en technieken doorwerkten.

Meesterarchitect Mimar Sinan

Mimar Koca Sinan (1489-1588) was de zoon van Grieks christelijke ouders. In het leger kreeg hij al snel een functie als bouwkundig officier. Hij bouwde bruggen en versterkingen tot hij in 1538 benoemd werd tot meesterarchitect. Deze grootste Ottomaanse architect had een indrukwekkende carrière gedurende zo’n vijftig jaar.
Tijdens het bewind van sultan Süleyman I was hij verantwoordelijk voor honderden bouwwerken. Het meest invloedrijk waren de talloze moskeeën, maar van zijn hand zijn ook tientallen mescits, mausolea, medressen, ziekenhuizen, karavaanserays, badhuizen en bruggen en aquaducten. In het Osmaanse rijk werden vrijwel alle belangrijke bouwwerken in de hoofdstad ontworpen, vandaar dat veel gebouwen uit die periode op elkaar lijken. Toch voegde Sinan aan elk gebouw weer nieuwe elementen toe. Zijn twee mooiste werken zijn de Selim Cami in Edirne en de Süleyman Cami in Istanbul. Beide dienen nog steeds als voorbeeld voor de ontwerpen van nieuwe moskeeën.
Kenmerkend voor zijn bouwstijl is het element van de centrale koepel uit de Aya Sofia, zijn grote voorbeeld. Hij paste dit overal toe, omdat hij gebouwen wilde neerzetten waar de koepel er gewichtsloos uit moest zien en de ruimte in een zee van licht baadde. Om het interieur zo open mogelijk te laten zijn, werd vooral de buitenzijde versterkt. Vaak waren de moskeeën onderdeel van een religieus complex, waartoe ook een medresse, hamam, gastverblijven en hospitaal hoorden.

LEGENDE VAN DE TROJAANSE OORLOG
De beroemde legende begint bij de bruiloft van Peleus, de koning van Frygië, en de zeenimf Thelis waar alle goden waren uitgenodigd behalve Eris, de godin van de tweedracht. Zij kwam echter toch en veroorzaakte grote opschudding door een gouden appel met het opschrift ‘Voor de schoonste’ te midden van de gasten te werpen. Daar drie godinnen aanspraak deden op deze titel moest Paris, de zoon van koning Priamos, uitspraak doen over wie de schoonste was. Hij verkoos Afrodite, de godin der liefde, daar zij hem beloofde te helpen de schoonste vrouw ter wereld, Helena, te krijgen. Samen gingen zij naar Sparta, waar zij bij koning Menelaos te gast waren. Paris haalde de vrouw van de koning, de schone Helena, over met haar schatten naar Troje te vluchten. De bedrogen echtgenoot nam echter wraak samen met Helena’s vader en talloze andere bewonderaars van Helena. Alle stammen van Griekenland wapenden zich en trokken naar Troje. Omdat Troje door zijn hoge stadsmuur onneembaar was en de goden aan beide zijden meevochten, zou de oorlog tien jaar duren.

Een list van de Grieken maakte een einde aan deze oorlog. Op een dag trokken zij zich zogenaamd terug om verderop het verloop van de gebeurtenissen af te wachten. De Trojanen inspecteerden eerst voorzichtig en daarna uitgelaten het terrein en vonden daar een achtergebleven Griek en een groot houten paard. De Griek vertelde een meelijwekkend verhaal dat hij gevlucht was, omdat hij aan de goden geofferd zou worden. Over het paard vertelde hij dat het een wijgeschenk was voor de beschermgodin Pallas Athena, wier toorn de Grieken hadden opgewekt. Het paard hadden ze volgens hem expres heel groot gemaakt, zodat de Trojanen het niet binnen de poorten zouden halen en hierdoor ook de bescherming van Athena zouden genieten. De huichelaar vertelde verder dat de weggetrokken Grieken hoopten dat de Trojanen het paard zouden vernietigen en zij de toorn van de godin Pallas Athena over zich uit zouden roepen. De Trojanen trapten met open ogen in de voor hen opgezette val en haalden het paard via een gat in de muur naar binnen. De hele dag en nacht vierden ze feest en toen iedereen dronken in slaap was gevallen, opende de achtergebleven Griek de buik van het paard, waaruit 35 Griekse strijders tevoorschijn kwamen. Hij gaf vervolgens een vuursignaal waarna de andere strijders, die zich verderop verstopt hadden, naar de stad trokken. Binnen korte tijd was de hele bevolking uitgemoord. Koning Menelaos zag zijn Helena weer terug en ondanks haar ontrouw besloot hij haar terug te nemen. Zij gingen samen terug naar Sparta en lieten een verwoeste stad achter zich.

Terug naar Europa

Comments are closed.