Bonaire

Een voorbeeld van een tekst voor Sonera

Charmant Bonaire

Foto: Sarah Vermoolen

Elk eiland van de voormalige Nederlandse Antillen heeft zijn eigen charme en aantrekkingskracht. Bonaire is misschien nog wel het meest te vergelijken met Schiermonnikoog. Vooral voor wat betreft het soort bezoekers en de sfeer.

Foto: Sarah VermoolenDuikersparadijs
Naar Bonaire ga je voor de rust, de onderwaterwereld en om verwend te worden. Hier tref je geen massatoerisme aan, maar luxueuze accommodaties langs de kust en sfeervolle eetgelegenheden. McDonalds krijgt hier geen vergunning als het aan de bewoners ligt. Zij willen het toerisme graag kleinschalig houden en aangepast aan hun wensen. Massatoerisme zoals op Aruba en Jamaica geldt als schrikbeeld waar men niets van wil weten. Op het eiland wonen slechts 15.000 mensen. Met andere woorden: bijna iedereen kent elkaar! De gemoedelijke sfeer maakt het een aangename bestemming. Maar daarvoor alleen hoef je niet zo’n lange reis te maken. Dat doe je vooral vanwege het koraalrif. Bonaire wordt – anders dan de buureilanden – omringd door het prachtige rif, waar je direct vanaf de kust toegang toe hebt. Het is echt een divers paradise, vanwege de mooiste duiklocaties ter wereld en het uitstekende zicht.

Foto: Sarah Vermoolen

Rust overheerst
Al bij aankomst overvalt je de lekkere lome sfeer. Niets hoeft, alles mag. De hoofdstad Kralendijk blijkt de omvang van een dorp te hebben. In de hoofdstraat wat winkels, aan de boulevard langs zee leuke terrasjes en restaurants. ‘s Avonds is het hier een gezellige drukte, want vaak speelt er wel een band.
Mijn hotel bestaat uit luxueuze appartementen van twee etages hoog. Ik kijk uit op het zwembad en zee. Door het koraalrif langs de kust heeft Bonaire weinig stranden. Je kunt immers niet alles hebben. Bij het hotel is een sfeervol open restaurant waarbij je direct uitkijkt over zee. De menukaart is zeer gevarieerd en blijkt in de praktijk zeer exquise gerechten te bevatten. Het is jammer dat ik alleen ben, want het is echt een romantische bestemming.

Foto: Sarah Vermoolen

Sportief uitrusten
Elke ochtend start ik met een flink aantal baantjes zwemmen. Daarna is er werk aan de winkel. De sportieve activiteiten op het eiland moeten daadwerkelijk worden ervaren. Bij Sanddollar Dive & Photo, een organisatie die geleid wordt door een Antilliaanse Nederlander, meld ik me voor een kajaktocht. We moeten daarvoor naar de andere kant van het eiland. Onderweg zie ik een totaal nieuw landschap met bijzondere, hoge cactussen en vele flamingo’s. Cai, herkenbaar aan een enorme berg carcoschelpen bij de LacBaai, is het vertrekpunt voor onze kajaktocht. We krijgen nog flink wat aanwijzingen voor we de tocht door het mangrovebos ondernemen.
De volgende dag wil ik het beroemde rif wel in het echt zien. Eerst krijg ik les in welke soorten vis je zoal tegenkomt onderwater. Het aantal soorten is indrukwekkend. De bioloog die het verhaal vertelt, voegt er dan ook trots aan toe dat nergens anders in de Caribische Zee zoveel vissoorten zijn geteld. Met een bootje varen we naar een eilandje voor de kust. Jammer genoeg kan ik niet duiken, maar met snorkelen kom je ook al een heel eind. Het is fantastisch wat ik hier allemaal te zien krijg. Het koraalrif is mooi, maar – inderdaad – de vissen maken net zo goed indruk. Evenals de moederhaai die hier onder een rotsblok ligt. De organisatie verzorgt foto- en filmcursussen om de onderwaterwereld goed in beeld te krijgen. Deze cursus wil ik graag volgen, want mijn foto’s van het koraalrif zien er nooit zo uit als het in het echt.

Foto: Sarah Vermoolen

Slavenroute per fiets
Dezelfde organisatie heeft genoeg in petto om me te vermaken. In de ‘stad’ worden de nieuwste mountainbikes verhuurd zodat ik zelf het eiland kan verkennen. Jammer genoeg is er vandaag geen georganiseerde fietstocht, want dat lijkt me wel wat. Bonaire bestaat voor het grootste deel uit ruig terrein. Lang geleden liepen de slaven, die werkzaam waren in de zoutindustrie, van het dorp Rincón naar de zoutpannen. Deze oude route bestaat al lang niet meer, maar kan nog wel met de mountainbike worden afgelegd. Ook in het Washington/Slagbaai National Park worden avontuurlijke fiets- en wandeltochten gemaakt, maar daarvoor moet je wel over een goede conditie beschikken. Een aantal kajakkers heeft enkele dagen daarvoor de tocht naar de top van de Brandaris (241 m) ondernomen en hun verhalen werken enthousiasmerend. De volgende keer ga ik dat ook zeker doen.

Op zoek naar het strand
Mooie stranden liggen niet voor het oprapen. Maar ik hoef ook niet lang te zoeken voor ik Playa Leechi en Pink Beech heb ontdekt. In de Lacbaai had ik al mooie zandstranden gezien waar vooral veel families vertoeven. Het water is hier immers veilig voor kinderen. Bij Sorobonbeach kan ik wel uren kijken naar de zeilboten en surfers die het gevecht met de wind proberen te winnen.
Het prettigste van Bonaire blijft de sfeer. Nergens is het echt druk. Zelfs de toeristen lijken zich snel aan te passen aan de rust. Dat doe ik dus ook maar.

Terug naar Wereld

Comments are closed.