Recent

Trip naar Utopia

Trip naar Utopia

Door Sarah Vermoolen

Het boek Trip  krijgt een vervolg.

Wat is er echt gebeurd en waar is Roos Angelo? De beste zakenvrouw van Nederland is nog altijd spoorloos, evenals een grote som geld bij het internationale warenhuis Hotspot, dat onder haar leiding grote winsten behaalde.

Sarah Vermoolen vindt steeds meer antwoorden zodat ze het mysterie – dat zich steeds meer aan haar openbaart – kan ontrafelen. Volgens haar broer is het een ingewikkeld en intrigerend verhaal, maar ‘als het echt zo gegaan is’ dan is het té fantastisch voor woorden.

Soms liggen zaken zo voor de hand dat je ze wellicht over het hoofd hebt gezien.

Ook in het nieuwe boek zijn de overeenkomsten met de werkelijkheid bijzonder groot. Feit is dat Nostradamus zo’n vijf eeuwen geleden de wereld al heeft gewaarschuwd en hij heeft gelijk gekregen. Ook voorspelde hij de komst van een persoon die waarschijnlijk op gaat duiken in Gebakken lucht. Inmiddels zijn er zoveel signalen dat de nazaten van Michelangelo, Rafaël en Leonardo da Vinci al vele eeuwen werken aan een opdracht waarin Roos  onmisbaar is, dat het waar zou kunnen zijn.

Voorspellingen

Vijf eeuwen geleden werd de wereld gewaarschuwd door Nostradamus. Rampen en tekorten zouden ons treffen. Overal gingen zieners aan de slag met zijn boodschap om de gebruikers van de aarde op zeer confronterende wijze een spiegel voor te houden. De boodschap kwam niet aan. Mensen keken kort en wendden hun hoofd af, dit was niet wat ze wilden horen of zien. Dit boek start zo’n vijf eeuwen na de voorspelling, toen het verhaal al heel lang bezig was maar niet verder kwam. Het start met onheilsberichten waar je niet vrolijk van wordt. Mocht je de moed hebben om verder te lezen, dan ontdek je een wereld die gaat veranderen.

Dag 1 Rampspoed

De woestijn met zandduinen waar de hete wind sporen van golven heeft getrokken, strekt zich eindeloos voor haar uit. Met haar laatste krachten beklimt ze tergend langzaam de hoogste zandheuvel. Haar voeten blijven bij iedere stap diep in het mulle zand steken. Vanaf de top van de heuvel gluurt ze door een spleetje van haar shawl en ontwaart opnieuw eindeloze goudgele duinen en geen enkel teken van leven. Alsof haar ledematen tegelijkertijd een seintje krijgen, zakt ze als een zoutzak in elkaar. Haar keel voelt als leer, haar benen en voeten liggen naast haar alsof ze niet meer bij elkaar horen. Met haar intens verbrande hand door de felle zon tast ze naar de waterfles waar geen druppel meer uit komt. Ze moet even rust nemen, dan kan ze verder. Of nooit meer overeind komen. Ze sluit een moment haar ogen.

In een fractie van een seconde verandert het landschap compleet. Ze is terug op de heuvel van Pergine, waar een natuurramp het landschap zwaar heeft beschadigd. Het regent hard, het is koud en bijna donker. Modderstroompjes vinden op de heuvel tussen de rotsblokken en boomstronken een weg naar beneden. Uiterst voorzichtig daalt ze de heuvel af, waarbij ze af en toe steun zoekt bij ontwortelde bomen. Boven zich hoort ze woedende stemmen die haar naroepen niet meer terug te komen. Iets sneller dan verstandig is, struikelt ze de heuvel af, waarbij de stemmen oplossen in de ruimte. Ze let goed op niet te dicht in de buurt te komen van de rotsblokken, die tot stilstand zijn gekomen en zo weer in beweging gezet kunnen worden. In de verte hoort ze gedonder, het geluid van vallende rotsblokken komt steeds dichterbij. Ze houdt haar handen voor haar oren om het geluid niet te horen.

De derde ramp dient zich al weer aan. Ze dobbert op zee in een houten vissersboot die hevig heen en weer slingert. Op de kade staat een woedende mensenmenigte die haar met opgewonden bewegingen nawijzen. Met haar handen voor haar oren draait ze hen haar rug toe. Even kijkt ze naar de stuurse man die haar een overtocht heeft beloofd in ruil voor een groot geldbedrag dat ze na aankomst moet betalen. Geld dat ze niet heeft. De stevige wind veroorzaakt hoge golven. Het land is nog slechts een vaag stipje aan de horizon. De gammele, overbeladen boot ligt diep in het water. Op de gezichten van de onbekende passagiers leest ze de angst wanneer er weer een hoge golf over de mensen slaat. De boot is te zwaarbeladen en begint water te maken. Er moeten mensen uit. In de verte schieten vuurballen achter de bergen tevoorschijn. Ze komen snel dichterbij. Met bonkend hart duikt ze in elkaar.


Roos schrok wakker door het luide gebonk van haar hart, haar lichaam is drijfnat van het zweet. Door de nachtmerries was ze even terug in het verleden. Omdat ze waarschijnlijk in Europa gezocht wordt, had ze de oversteek over zee gewaagd. De herinneringen die ze lange tijd heeft kunnen onderdrukken komen hard aan. Ze was uiteindelijk in het midden van Marokko in een klein dorp aan de rand van de woestijn en een machtig gebergte tot stilstand gekomen. Hier had ze zo min mogelijk aan de gebeurtenissen gedacht die haar tot vluchten hebben gedwongen.

In Tamedakhte was haar leven uitzonderlijk rustig geweest tot hét ook hier weer toesloeg. Gisteren had haar baas haar in het bijzijn van haar collega’s tot op het bot vernederd. Zelfs het meest simpele werk kon ze niet aan. Ze had een fout gemaakt die wellicht grote gevolgen kon hebben. Voor Roos telde alleen dat ze gefaald had en dat mensen haar niet vertrouwden en schade wilden berokkenen. Ze wilden graag van haar af, dat was zeker. De nachtmerries bereiden haar voor dat ze opnieuw zou moeten vertrekken.

De vernedering

Roos had haar baas nog niet eerder zo kwaad gezien. De man met sluik zwart haar en een spits gezicht, die ze daarom de bijnaam raaf had gegeven, had haar iets toegeschreeuwd. Hij gebaarde dat ze onmiddellijk mee moest komen. Omdat de kleine man haar normaal negeerde, had ze eerst verbaasd om zich heen gekeken. Ze had zich met haar forse lengte nog wat meer opgericht zodat ze op hem neer keek. De man, die zijn uiterste best deed om ondanks zijn kleine postuur indruk op haar te maken, werd daardoor nog kwader. Haar collega’s waren direct dichterbij gekomen om niets te missen van het spektakel waarin de hoge vrouw de hoofdrol speelde. Niemand noemde haar bij de naam. Op het scorebord werd ze aangeduid met hoge vrouw, waarschijnlijk omdat ze minimaal twee koppen groter was dan haar collega’s.

Met fonkelende boze ogen was de raaf op Roos afgestapt en had haar gewezen op een grote stapel dozen. Een fractie van een seconde hoopte ze nog dat hij zich vergist had. Roos wist hoe belangrijk het was dat de dozen op kleur werden gesorteerd, maar af en toe was ze zo moe van de lange dagen en het eentonige werk dat ze het niet meer goed zag. Hoe was het mogelijk dat ze de donkerroze en rode dozen door elkaar had geplaatst in plaats van ze strikt te scheiden zoals de opdracht luidde. De kans was groot dat de lading daardoor verwisseld werd met alle gevolgen vandien, al wist ze niet hoe schadelijk dat echt was.

Met harde woorden had de raaf te kennen gegeven dat ze slecht werk afleverde. Hij had haar bij de schouders gepakt, dat voor hem nog best lastig was, en haar teruggeduwd naar de hoge stellingkast waar de dozen met een rood en af en toe een donkerroze etiket wachten op een nieuwe bestemming. Woedend had hij haar gewezen op de kleuren en cynisch gevraagd of ze kleurenblind was. Als dat het geval was, dan zou ze zelfs deze simpele taak niet kunnen uitvoeren, had hij geschreeuwd. Ze had gemompeld dat het nooit weer zou gebeuren. Het had geen zin om te vragen waarom het verwisselen van de kleur zo dramatisch was, zij was hier immers alleen om dozen te vouwen en te sorteren op kleur. Om de vernedering compleet te maken, hadden twee collega’s met wie ze zelden een woord wisselde de rest van de dag al haar handelingen gecontroleerd. Iedere doos die ze vouwde en in een stelling plaatste, werd omstandig aan een minutieus onderzoek onderworpen. Roos had haar uiterste best gedaan om niet te laten zien hoe vernederd ze zich voelde.

De herinneringen aan de vorige dag kwamen hard aan. Ze voelde haar masker breken. Hoe was het mogelijk dat ze haar zo hadden weten te raken? Het antwoord was bekend: ze had immers niet voldaan. De tranen, die ze resoluut wegveegde, stroomden over haar wagen. Ze had haar uiterste best gedaan om haar werk zorgvuldig uit te voeren, in de hoop dat ze een kans kreeg om te laten zien wat ze waard was.

Het voelde als een vorig leven, maar nog niet zo lang geleden had ze een topfunctie bekleed bij Hotspot, een internationaal warenhuis. Ze wist dat zij zelf ook regelmatig orders had gegeven waarbij ze het niet van belang vond om de werknemers te veel te vertellen. Ze hoefden het immers alleen maar uit te voeren.

Hoe was het mogelijk dat juist zij een vergissing had begaan? In het bedrijf mochten immers geen fouten worden gemaakt. En als dat wel gebeurde, dan was zij de eerste geweest om die persoon hard te confronteren met de feiten zodat het niet meer zou gebeuren. Haar methode had uitstekend gewerkt, want onder haar leiding voerden de meeste mensen de opdrachten goed uit. Al waren er natuurlijk af en toe stoorzenders die het niet goed begrepen of dachten dat ze zelf inbreng hadden. Dat duurde nooit lang, want dan was in ieder geval duidelijk dat ze niet in haar bedrijf thuishoorden.

Nu ze erover nadacht kon ze eigenlijk niet terughalen hoe haar werknemers hadden gereageerd als ze hen had geconfronteerd met hun falen. Ze wist nog wel hoe trots ze was dat ze zoveel mensen kon laten doen wat zij wilde. Die positie paste zo goed bij haar. Het was jammer dat ze haar kwaliteiten nu verspilde door routinematig werk te doen. Hoe was het mogelijk dat ze een paar jaar geleden nog een zeer veelbelovende zakenvrouw was en nu het meest simpele werk niet foutloos kon uitvoeren? De laatste tijd vroeg ze zichzelf steeds vaker af of ze nog wel in staat was om een project te leiden. Hier had ze alleen laten zien dat ze dozen kon vouwen en ordenen. En zelfs dat kon ze blijkbaar nog niet. Verslagen liet ze het depressieve gevoel over zich heen komen.

Hoe kon het dat haar situatie steeds slechter werd? Eerst had ze Nederland de rug toe moeten keren en daarna Pergine. En hier kreeg ze ook geen voet aan de grond. Wat was er met haar aan de hand? Ze kon haar ogen niet langer sluiten en doen alsof haar verleden niet bestond. De enige manier om hieruit te komen, was om het van zich af te schrijven. Op de tast vond ze een lampje en klikte het aan.

Terugblik

Lieve mama en papa,

Natuurlijk moet ik deze brief beginnen met excuses waarom jullie al zo lang niets meer van mij hebben gehoord. Ik ben bang dat jullie zo teleurgesteld zullen zijn. Jullie hadden altijd zulke hoge verwachtingen van mij, maar daar zal niets meer van over zijn. Het lijkt een eeuw geleden dat ik jullie schreef dat ik moest vertrekken naar een oord waar ik het geluk weer hoopte te vinden. Iedereen had zich tegen mij gekeerd en probeerde mij te ontmaskeren alsof ik een misdadiger was. Mijn beproefde methode om alles tot een succes te maken werkte immers niet meer. Ik was er zeker van dat er een complot tegen mij gesmeed werd om mij het leven zo moeilijk mogelijk te maken. Ik moest wel weg, als ik was gebleven dan was ik er onderdoor gegaan. Het was te gevaarlijk om te blijven.

Gisteren gebeurde er iets waardoor ik het depressieve en angstige gevoel weer in volle hevigheid terugkreeg. Ik faalde weer en net als toen zit ik weer in dezelfde diepe put. Daarom schrijf ik deze brief, omdat het mij hopelijk helpt om zaken helder te krijgen. De kans is groot dat ik ook deze brief niet verstuur, want ik weet zeker dat er veel over mij gesproken wordt en het is beter om jullie daar buiten te laten. Ik ben bang dat ze ook jullie in de gaten houden, dus hoe minder jullie weten des te beter het is. Jullie moeten eens weten hoeveel brieven ik al aan jullie heb geschreven, maar ik heb ze allemaal verscheurd. Ik weet dat jullie geschokt moeten zijn geweest toen jullie hoorden dat er geld miste bij Hotspot. Dat was de enige manier om mijn verblijf bij Pergine te kunnen betalen. Daar had ik gehoopt iets te vinden waardoor de investering dubbel en dwars terugbetaald kon worden. Het liep helaas anders. Uit de grond van mijn hart hoop ik dat jullie geloven dat ik geen oplichter ben. Natuurlijk regel ik dat al het geld terugkomt, ik heb het alleen geleend en zal het met winst terugbetalen. Hoe dat weet ik nog niet.

Vanuit Nederland ben ik direct naar het kuuroord Pergine gereisd. Het dorp was heel idyllisch, zeker in combinatie met de nabijgelegen terrassen in de heuvelwand met heilzaam bronwater. Het achtste wereldwonder werkte, zeker in combinatie met het fantastische uitzicht. Ik had deze bestemming uitgekozen omdat je hier het tij kon keren en weer gelukkig kon worden. Als ik er aan terugdenk dan had ik daar echt een euforisch gevoel, alsof alles lichter werd en een ander licht kreeg. Nu ik dit zo opschrijf realiseer ik me dat jullie waarschijnlijk denken dat ik aan extreme stemmingswisselingen leed, maar het gevoel dat ik daar kreeg was echt. Ze gaven je daar echt een geluksgevoel, jammer genoeg duurde het niet lang. Ik heb daar de meest wonderlijke zaken gezien, die niet te beschrijven zijn als je ze niet zelf hebt ervaren. Het aanbod varieerde van het fluisteren met boomringen tot koffiedik dansen en van overlevingstochten onder barre omstandigheden tot pilletjes waar je buitengewone ervaringen mee kon opdoen. De ondernemers deden je daar echt geloven dat dit de kans was om de depressie de rug toe te keren. Natuurlijk weet ik nu dat de meeste zaken die ze daar aanbieden gebakken lucht zijn, maar het werkte even. Ze zagen me staan, doorzagen me en wilden me beter maken. Daar was ik even echt gelukkig!

Het was magisch dat ik in Pergine krachten bleek te hebben waar ze bijzonder blij mee waren. Zo heb ik mee gedaan met allerlei testen zodat ze konden achterhalen wat nodig is om mensen gelukkiger te maken. Het was geweldig om weer het gevoel te hebben dat ik een groot verschil kon maken en dat ik zoveel in me bleek te hebben. Ik heb in Pergine extreme uitdagingen aangenomen waardoor ik steeds een stapje dichter bij het ultieme geluk kwam. Zo deed ik mee met een experiment. Ze hadden me verzekerd dat het volledig betrouwbaar was om een trip te ervaren. Freddy, een vriend die mij bij veel ondernemers introduceerde, zou mij hierin begeleiden. Jullie weten wat ik van pillen denk dus ik was zeer terughoudend. Omdat het een noodzakelijk onderdeel is van het proces ben ik uiteindelijk overstag gegaan. Wat ik met die trip heb ervaren, dat zou ik mijn ergste vijand niet toewensen. Zo reisde ik af in mijn onderbewustzijn waardoor ik geconfronteerd werd met mijn angsten. Ik herinner me dat ik in een gangenstelsel terecht kwam waarbij elke gang iets dramatisch liet zien. Mijn emoties werden extreem uitvergroot en dat was in mijn geval een hel.

Alles wat zo idyllisch had geleken veranderde. Jullie moeten natuurlijk gehoord hebben dat het gebied is getroffen door extreem noodweer. Er zijn zoveel vernielingen aangericht, dat was verschrikkelijk om te zien. De terrassen verdwenen van de aardbodem terwijl het dorp Pergine grotendeels gespaard is gebleven. Rond het dorp was een groot slagveld, bijna niets stond meer overeind op de heuvel en er kwamen voortdurend zware keien naar beneden.  Ik hoop echt dat jullie toen nog niet wisten dat ik in het rampgebied verbleef, want er zijn zoveel mensen omgekomen en verdwenen. Het was verschrikkelijk, daarna veranderde alles.

In Pergine beweerden ze na de ramp dat ik vooral mijn eigenbelang najaagde, terwijl ik juist alle medewerking had verleend bij de testen zodat iedereen kon mee genieten van mijn kracht! Voor de ramp stonden alle deuren open, daarna was ik nergens meer welkom. Opnieuw maakte ik mee dat mensen een complot tegen mij smeden om mij in diskrediet te brengen en ik kon er niets tegen doen. Het was duidelijk dat het dorp niet meer goed was voor mij en dat is een understatement.

Ik heb daarna rondgezworven totdat een dorp mij wilde opnemen. En daar ben ik nog steeds. ‘Mijn’ dorp ligt aan de rand van het hoge Atlasgebergte. Als het hier mis gaat, dan kan ik kiezen uit een vlucht door de woestijn of door de bergen.

Hier ben ik echt letterlijk tot stilstand gekomen, er komt nauwelijks meer iets uit mijn handen.

Jullie kennen mij als succesvol manager, maar hier kan ik het meest simpele werk nog niet eens goed uitvoeren. Tegenwoordig vul ik mijn dagen met dozen vouwen. Ja, jullie lezen het goed. Al vele maanden is mijn belangrijkste taak om de vouwen te volgen van tevoren gevouwen karton, die ik dan vervolgens op kleur moet sorteren. Maar zelfs dat kan ik blijkbaar nog niet, want gisteren heeft mijn baas me enorm op mijn donder gegeven waar iedereen bij was! Zo vernederend. Jullie weten dat zo’n aanval op mijn kwaliteiten bij mij grote gevolgen heeft. Zelfs het meest simpele werk kan ik niet meer. Ik ben weer eens in een diepe put gevallen. Terwijl ik dit allemaal schrijf, ben ik me er van bewust dat er een patroon is. Ik heb alleen geen energie meer om het helder te zien. De strop rond mijn nek wordt steeds strakker aangetrokken.

Hoe depressief ik me nu ook voel, ik vertrouw erop dat er een oplossing is voor alle problemen. Alleen moet ik deze nog zien te vinden.

Jullie liefhebbende dochter Roos

Welkom in Tamedakhte

Door een klein raam stroomde het licht binnen. Het eenpersoonsbed in de kleine ruimte lichtte een beetje op. Aan de wand hing een verweerde spiegel waar ze nauwelijks meer herkenbaar in was. Ze zag een strak hoofd met lege ogen, haar mondhoeken wezen naar beneden. Haar moeder zei altijd dat ze een open boek was, dit was dan een verrekt droevige bladzijde. Ook al paste de uitdrukking bij hoe ze zich voelde, toch schrok ze van de aanblik. Roos hoefde zichzelf ook helemaal niet te zien om te weten dat de magie die haar in een ver verleden had omringd volledig was verdwenen.

Met een treurig gezicht verfrommelde ze de brief die ze op bruin inpakpapier had geschreven. De tranen stroomden over haar wangen. Hoe kwam ze ooit uit deze situatie? Door te schrijven leken haar ouders iets dichterbij, maar dat gevoel duurde maar kort. Hoe kon ze hen ooit weer onder ogen komen? Natuurlijk zouden de meest spectaculaire verhalen over haar verteld worden. Soms was ze benieuwd wat ze zouden hebben verzonnen en in hoeverre dat de waarheid benaderde. Maar dat gold alleen als ze een goede dag had, meestal verstopte ze de gedachtes aan thuis in een heel ver laatje in haar geheugen. Daar zaten heel veel laatjes die ze liever niet opende.

Hier was ze een opvallende verschijning, maar niet in positieve zin. Ze was veel langer dan de kleine mensen in het dorp en slanker dan de vrouwen van haar leeftijd.

Vroeger stond ze zeker een half uur voor de spiegel voordat ze er zeker van was dat de kledingkeuze goed paste bij de opdrachten die ze die dag moest voldoen. Hier was ze in een paar seconde klaar. De mouwen van de verschoten jurk waren iets te kort bij haar polsen en haar enkels waren te zien. Misprijzend hadden de bewoners haar te kennen gegeven dat dit veel te bloot was, maar bij gebrek aan een ander kledingstuk dat wel goed paste bleef ze dit dragen. Haar andere jurk, die identiek was, lag al dagen in een hoek op de vloer te wachten tot ze de energie had om deze te wassen. Ze schoot haar sandalen aan die in de steeg klaarstonden. Haar warrige halflange stroblonde haar was verstopt onder een hoofddoek. Zo viel ze minder op in het dorp waar ze tot stilstand was gekomen.

Na haar vlucht uit Pergine was ze in Marokko regelmatig aangehouden. Wanneer ze weigerde om haar huisadres in Nederland op te geven, werden de ambtenaren wantrouwig dat ze haar afkomst verloochende. Pas toen ze vertelde dat ze gevlucht was en dat ze haar hadden verdoofd zodat ze geen herinneringen meer had, had een vriendelijke ambtenaar geknikt dat ze haar zouden helpen. Zo was ze in Tamedakhte terecht gekomen.

In het dorp had de vluchtelingenorganisatie haar bij aankomst een kamer toegewezen. En een bezigheid, die veel tijd en energie kostte zonder dat het iets opleverde, verzuchtte ze. Liever dacht ze niet aan haar enorme schuld bij Hotspot in Nederland, het warenhuis dat dankzij haar internationaal de markt had veroverd met opmerkelijke producten die op een unieke wijze aan klanten werden aangeboden. In gedachte noemde ze de schuld liever een lening, ook al had ze met niemand overlegd toen ze de grote bedragen ‘even’ op haar eigen rekening had gezet. Dit kon ze nooit afbetalen met haar huidige werk.

Vandaag greep haar uitzichtloze situatie haar extra aan. Met een benauwd gevoel dacht ze aan de raaf, die haar vandaag extra scherp in de gaten zou houden.

Ze volgde de licht hellende steeg naar beneden langs de lemen huisjes. Aan de straatkant waren de meeste huizen beschilderd in aardetinten.  De bouwstenen waren gemaakt van aangestampte aarde volgens een eeuwenoud procedé. Wanneer de stenen op elkaar waren gemetseld werd het geheel afgewerkt met lemen tegels in een geometrisch patroon. Deze bouwwijze leverde bouwwerken op die voldoende warmte en verkoeling opleverde in dit woestijnklimaat. En veel restauratiewerk, want als het niet regelmatig werd bijgehouden dan stortte het huis in. De bewoners verrichtten zelf het onderhoud, zoals het af en toe dichten van de kieren met leem.

Een enkele keer ving ze een glimp op van in zwart gehulde vrouwen die hun huis nooit leken te verlaten. Ze was er inmiddels aan gewend dat in het dorp veel bewoners ogenschijnlijk alles met elkaar deelden, maar dat parallel daaraan enkele mensen ook onzichtbaar konden zijn. Net zoals zij.

Ooit hadden hier zeker honderd gezinnen gewoond. Vooral jonge mensen waren weggetrokken naar de stad. Omdat ze wist dat de eerste indruk goud waard was, had ze direct na haar aankomst een ronde gemaakt door het dorp en diverse zaken ontdekt die sterk verouderd waren. Met een grondige aanpak zou het dorp in drie tot vijf jaar kunnen veranderen in een goed lopende machine. Hier zou ze kunnen laten zien wat ze waard was. Met enige trots, omdat de bewoners natuurlijk blij zouden zijn met haar voorstellen, had ze gevraagd om een onderhoud met de hoogste bestuurder van het dorp. Ze had al haar kracht ingezet om de oude man zo hartelijk mogelijk de hand te drukken, nadat hij aarzelend de deur had geopend. Hij had haar vreemd aangekeken en snel zijn hand teruggetrokken toen ze hem met beide handen stevig beetgreep om hem duidelijk te maken hoe dankbaar ze was. Ook ontging haar het vuil die haar schoenen hadden achtergelaten op de brandschone vloer. Ze had hem voorgesteld dat ze in ruil voor het verblijf taken van hem kon overnemen. Hij had haar vreemd aangekeken toen ze hem in het Frans had verteld wat haar expertise was en welke competenties ze direct kon inzetten in het dorp. Zodat ze zo snel mogelijk grote stappen konden maken om het dorp verder te brengen naar de moderne wereld toe. Hij had haar met zachte dwang de deur uit weten te krijgen. Ze had geen idee of hij iets had begrepen van haar verhaal, daarna had ze hem nooit meer gesproken. Wanneer de man haar zag aankomen, vouwde hij zijn handen direct op zijn rug en liep snel door.

De praatjesmaker


De herinneringen geven haar een ongemakkelijk gevoel, wellicht had ze met een andere aanpak meer bereikt. Toch is ze er nog steeds van overtuigd dat de dorpelingen wakker geschud moeten worden. Zo kunnen ze toch niet verder leven? Zij gaat hier immers langzaam dood. Ze voelt zich weer opstandig worden.

Hier had ze immers nog niets gezien dat indruk maakte. Natuurlijk hield ze haar ogen en oren open in de hoop dat er een keer een bijeenkomst was waar zij kon laten zien wat haar kracht was. Ze wist zeker dat ze als ze zo’n bijeenkomst kon leiden ze haar met heel andere ogen, en hopelijk ook met meer respect, zouden bekijken.

Ze voelde dat haar gezicht strak stond. Haar ogen, waarmee ze kon praten volgens haar moeder, stonden dof, alsof alle leven eruit gevloeid was.

De praatjesmaker, zoals ze de vrolijke jongen had gedoopt, was net begonnen met zijn ronde. Hij had wél een rol waar mensen blij van werden, bedacht ze met iets van jaloezie. Iedere dag verwonderde ze zich weer over het effect dat hij op mensen had. De meeste bewoners kwamen direct naar buiten als ze hem hoorden aankomen.

In het dorp werd de jongen met het rossige haar en altijd een brede glimlach door de bewoners met enthousiasme verwelkomd.

Iedere dag volgde Roos vanuit haar ooghoeken zijn ronde in de hoop dat ze op een dag zou ontdekken waarom hij wél een positieve uitwerking op mensen had. Hij maakte een buiging voor de oudste bewoner van het dorp en legde uit eerbied kort zijn rechterhand op zijn hart. Op zachte toon deelde de oude man aan de jongen de laatste nieuwtjes mee. Met een geconcentreerd gezicht nam de jongen de aanwijzingen in zich op. Daarna liep hij naar de jonge buurvrouw met de vijf kinderen om haar het laatste nieuws mede te delen.

Op een goede dag genoot Roos ervan om te zien hoe de berichten afhankelijk van de persoon korter, langer, vrolijker of juist ernstiger werden. Vandaag bekeek ze het schouwspel met een ongerust gevoel.

Voor haar komst was er een dorpsvergadering geweest over de hoge dame, zoals ze hier werd genoemd vanwege haar uitzonderlijke lengte. In Tamedakhte beschouwden de bewoners het als hun plicht om mensen in nood op te vangen. Ze wisten dat ze had geweigerd om een adres in Nederland op te geven en dat ze een vaag verhaal had verteld dat ze gevlucht was uit een oord waar ze haar pillen hadden gegeven waardoor allerlei herinneringen waren gemist.

Abir, haar enige vriendin in het dorp, had haar toevertrouwd dat het traditie was om gastvrij te zijn, maar dat er in het geval van Roos wel enige aarzeling was geweest. Toen ze hoorden dat de hoge dame nergens anders terecht kon en al tijden door Marokko zwierf, hadden de bewoners van Tamedakhte besloten dat ze welkom was. Bij aankomst had ze een gemeubileerde kamer toegewezen gekregen. Bij een lokaal bedrijf kon ze zes dagen per week werk verrichten als tegenprestatie. Als Roos tot rust was gekomen, dan zouden ze de situatie opnieuw bekijken. Sindsdien werd ze geduld, maar sprak bijna niemand met haar.

Op het plein rook ze de geur van brood. De meeste bewoners maakten hun brood zelf en brachten het naar de oven van de bakker waar het afgebakken werd. Roos haalde iedere dag vers brood, want ondanks vele pogingen was het haar niet gelukt om zelf goed deeg aan te leveren. Toen de bakker haar zag, legde hij haar broodje op de toonbank. Ze was er aan gewend dat hij haar nooit aan keek.

Op haar vaste plekje op het dorpsplein zakte ze neer op het houten bankje. Het brood at ze snel op, daarna rechtte ze haar rug. Als ze zich ook als een slachtoffer ging gedragen, dan zou de situatie niet verbeteren. Ze voelde zich verward door de nachtmerries en de wetenschap dat ze straks haar collega’s en de Raaf weer onder ogen zou moeten komen. Het liefste zou ze teruggaan naar haar kamer om weg te duiken onder de dekens.

Vriendin Abir

Met tegenzin slenterende Roos door de nauwe straatjes naar de toegangspoort. Aan de rand van het dorp stalden de ondernemers hun waren uit. De producten in de geïmproviseerde winkeltjes werden beschut tegen de zon door golfplaten daken. Alleen de groenteman deed goede zaken in een stenen winkel. In de houten kratten waren de paprika’s, rode uien en peulvruchten zo gerangschikt dat er een stilleven ontstond. De groenteman was druk in de weer met het ordenen van zijn producten. De fruitafdeling was zijn trots, maar Roos had vandaag geen aandacht voor de bananen, druiven, kersen, meloenen en ananas die haar glanzend toelachten.

Verderop was haar vriendin druk aan het werk. Ze hield even stil om te zien of ze haar kon passeren zonder dat ze een praatje hoefde te maken. Vandaag kwam ze haar vriendin liever niet onder ogen.

De jonge vrouw inspecteerde een zilvergrijze doek op kleurechtheid en legde deze vervolgens op een stapel tussen het aardewerk en de versierde spiegels in.

De felle kleuren en de schittering van de diverse artikelen deden vanochtend pijn aan Roos haar ogen. Abir was gekleed in een soepel vallende lichte jurk met glinsterende applicaties in blauw en groen. Onder haar turkooizen hoofddoek gingen lange bruine krullen schuil. Alleen wanneer de winkel dicht was en Abir ervan verzekerd was dat niemand hen zou storen, dan ging de hoofddoek af.

Door haar zelfontworpen kleding en bijbehorende make-up was Abir een opmerkelijke verschijning. Roos noemde haar gekscherend een levend kunstwerk. Iedere ochtend bewonderde ze haar designs, rinkelende sieraden en versieringen met henna op handen. Haar grootste aantrekkingskracht waren twee fonkelende donkerbruine ogen die haar stemming goed weergaven en die van een ander konden peilen. Vandaag had Roos geen zin om haar vriendin te complimenteren met haar uiterlijk. Zij had haar echter al gezien en liep haar enthousiast tegemoet.

Door de hartelijke begroeting van haar vriendin toverde Roos met moeite een flauwe glimlach tevoorschijn. ‘Wat is er met jou gebeurd? Je ziet er vreselijk uit,’ zei de vrouw bezorgd toen ze naar het strakke gezicht van Roos keek waar haar ogen heel donker stonden.  

Snel schoof Abir een kledingrek met kleurrijke gewaden opzij. Ze klopte op de bank zodat Roos kon zitten, maar die bleef staan.

Abir keek iedere ochtend uit naar het praatje met de hoge dame. ‘Vertel, je kijkt alsof je alle kracht hebt verloren. Wat is er gebeurd dat je zo somber kijkt.’

Roos knikte met een strak gezicht. ‘Sorry, ik ben niet in de stemming vandaag. Ik had afschuwelijke nachtmerries.’

‘Waarover?’ vroeg Abir nieuwsgierig.

‘Ik was weer op de vlucht.’

‘Oh dat is naar. Jij vertelt er nooit over. Het moet afschuwelijk zijn geweest als ik zo je gezicht zie.’

‘Ik wil het er ook niet over hebben, want dan komt alles weer boven.’ Even opende Abir haar mond maar na een blik op het aangeslagen gezicht van haar vriendin besloot ze dat dit nu niet het moment was om door te vragen.

‘Gelukkig ben je nu veilig. Ga lekker zitten, dan maak ik thee. Je zal zien dat dit wonderen doet.’

Roos schudde haar hoofd. ‘Liever niet, ik moet weer door. Als ik zo’n stemming heb, dan steek ik jou ook aan.’

‘Ik laat je niet gaan als je zo’n donker gezicht hebt. Je ziet er zo grimmig uit, ik herken je bijna niet.’  

Roos bleef koppig staan. ‘Ik voel me slecht. En als ik hier blijf, dan slaat dat ook op jou over.’

‘Was het zo erg?’ drong Abir vriendelijk aan. ‘We zijn toch vriendinnen. Je kunt het mij wel vertellen. Misschien lucht dat op. Je moet het toch kwijt zien te raken, praten kan helpen. Echt!’

Het was gevaarlijk om te praten, maar ze zag aan Abir haar gezicht dat ze haar niet zou laten gaan voordat ze iets had verteld.

 ‘Het was verschrikkelijk,’ zei Roos met een gebroken stem. ‘Meestal lukt het prima om er niet aan te denken, maar vannacht zat ik er weer middenin. Overal lag het gevaar op de loer en was ik niet veilig.’

‘Was het een nachtmerrie of een herinnering?’ vroeg haar vriendin zacht.

‘In mijn dromen herbeleef ik wat ik heb meegemaakt. Heb jij dat niet?’

‘Ik droom eigenlijk nooit, tenminste niet dat ik weet,’ antwoordde Abir nadenkend.

‘Opmerkelijke gebeurtenissen kwamen vroeger altijd terug in mijn dromen. Het is voor het eerst sinds lange tijd dat dit me weer overkomt. Gisternacht hadden ze me weer zwaar te pakken.’

Abir rilde even. ‘Als ik jou zo zie dan voel ik dat je heel nare dingen hebt mee gemaakt en dat ze je wilden beschadigen. Je moet er werk van maken en de mensen aanklagen die dit jou hebben aangedaan.’

‘Nee, geen denken aan. Dan moet ik alles weer oprakelen! Niemand kan het begrijpen als je niet zelf zoiets hebt mee gemaakt!’

‘Probeer het eens. Hier wonen mensen die graag je verhaal willen horen. Wie weet kunnen ze je ergens bij helpen? Ze hebben je tenslotte ook opgevangen.’

‘Ik weet zeker dat ze het graag willen horen, want dan hebben ze nog meer redenen om mij zo kritisch te bekijken. Ik weet wel wat ze denken.’

Onverwachts fel keek ze naar Abir, alsof zij de oorzaak was van haar misère. Op harde toon snauwde Roos: ‘Waarom ben ik in hemelsnaam juist in dit dorp terecht gekomen? Dit dorp is zo slecht voor mij! Het lijkt wel alsof het meest stompzinnige gehucht waar mensen nog nooit van het woord ambitie hebben gehoord is uitgezocht om mij een lesje te leren. Nou, de les heeft inmiddels lang genoeg geduurd.’

Abir gebaarde dat ze zachter moest praten terwijl ze schichtig om zich heen keek of iemand de plotselinge uitval van haar vriendin had gehoord. Zacht zei ze: ‘Waar heb jij het opeens over? Dit kun je beter niet hardop zeggen.’

‘Alsof ook maar iemand in het dorp mij kan verstaan. Je weet net zo goed als ik dat ze hier achterlijk zijn. Ze kunnen nauwelijks of geen Frans en ….’

De jonge vrouw keek wantrouwig naar de hoge dame. Zo had ze haar nog nooit horen praten. Ze leek wel een vreemde. Waarschijnlijk hoorde dit bij haar depressie en deed ze daarom zo naar. Daar had ze wel eens over horen fluisteren. Het was griezelig om de gedaantewisseling mee te maken. Ze legde vriendelijk haar hand op Roos haar mond en fluisterde geschrokken: ‘Wat zeg je nu? Ik weet dat je een nachtmerrie hebt gehad, maar dat is geen reden om zo te praten.’

‘Waarom niet? De waarheid mag best gezegd worden. Hier wordt alle kracht van mensen onderdrukt, jullie willen dat iedereen stil blijft staan.’

‘Stop hiermee!’, riep Abir geschrokken uit die nog steeds verbluft was dat Roos zich van zo’n andere, duistere kant liet zien.

‘Waarom? Kijk naar jezelf. Als je in een ander dorp had gewoond, hadden ze je bewonderd vanwege je onderneming. Hier heb ik nog nooit een bewoner in je zaak gezien.’

‘Ze moeten er gewoon nog aan wennen. Je kunt het ze niet kwalijk nemen.’

‘Dat is bespottelijk. Ze hebben geen smaak en geen idee wat er in de wereld te koop is,’ reageerde Roos vinnig omdat haar vriendin niet voor zichzelf opkwam.

Abir keek haar met een veelzeggende blik aan: ‘Voor mij is het geen punt. Ik ben wél blij met dit dorp.’

Het verhaal van Abir

De moeder van Abir had haar dochter op jonge leeftijd afgezet bij het dorp. Ze had korte tijd met de dorpsoudste gesproken en hem gesmeekt of ze even voor haar dochter konden zorgen. Als leider van het gastvrije dorp had hij natuurlijk ingestemd. Wanneer iemand hulp nodig had, dan stonden de meeste bewoners direct klaar.

De moeder van Abir was ernstig ziek en op weg naar de stad in de hoop daar een arts te vinden die haar zou kunnen genezen. Ze had haast gehad, omdat haar conditie snel verslechterde. Het was zo snel gegaan dat de dorpsoudste zich daarna pas realiseerde dat hij niets wist over de achtergrond van het verlegen meisje. Als de moeder terugkwam dan was er nog tijd genoeg om de formaliteiten uit te wisselen. Abir dacht dat ze ongeveer zeven jaar oud was toen ze aankwam, maar kende geen namen van de plaatsen waar ze met haar moeder had gewoond. Ook kende ze haar achternaam niet en had ze geen verhaal over haar vader. De bewoners gaven haar onderdak en eten, maar na verloop van tijd bemoeiden ze zich steeds minder met het meisje dat opgroeide in het dorp, maar er nooit helemaal bij hoorde.

Abir kon zich haar moeder nauwelijks voor de geest halen. Wel herinnerde ze zich nog goed het gevoel dat ze er alleen voor stond en dat ze het zelf moest zien te redden. Alles wat mee zat beschouwde ze als een kans die ze graag greep. Wanneer Roos doorvroeg over haar moeder en waarom ze haar niet kwam halen, haalde ze haar schouders op en zei dat de dingen nu eenmaal zo liepen, dat ze zaken niet kon keren.

Vandaag irriteerde het Roos dat Abir alles nam zoals het kwam en overal positief over was. Soms was er immers bar weinig reden om enthousiast te zijn over hun eenzame leven in het dorp waarbij de dorpsbewoners hen niet zagen staan en al zeker geen waardering hadden voor wie ze waren en wat ze deden.

 ‘De mensen behandelen ons hier als lucht en doen net alsof we niet bestaan.’

‘Je weet best Roos dat je dit ook aan jezelf te danken hebt. Jij vertelt immers toch ook niets. Je mag blij zijn dat je hier een veilige plek hebt.’

‘Ik weet helemaal niet of het hier veilig is. Hoe kan ik nu weten of mensen te vertrouwen zijn als ze me negeren?’

‘Natuurlijk zijn ze te vertrouwen. Dat zou jij inmiddels toch wel moeten weten! Weet je nog hoe je welkom werd geheten? Bijna iedereen in het dorp was bij de welkomstbijeenkomst en dat wil wat zeggen.’

‘Ja dat kan wel zo zijn, maar na een paar dagen zei niemand meer iets. Ik ben niet gek, natuurlijk voel ik af en toe de blikken in mijn rug. Volgens mij zouden ze blij zijn als ik vertrek.’

‘Hoe kom je daar nu bij? Je bent hier al zo lang en niemand die je lastigvalt of moeilijke vragen stelt. Je mag blij zijn dat niemand over je verleden begint, dat is respect! 

‘Nou zo voel ik dat niet. Soms lopen ze letterlijk met een bocht om me heen alsof ik een besmettelijke ziekte heb. En dat doen ze ook bij jou!’ 

‘Dat zie ik heel anders. Ze snappen alleen niet waar ik mee bezig ben omdat ik iets anders met mijn leven doe dan zij gewend zijn.’

‘En daarom negeren ze je, dat is de waarheid.’

‘Als je de waarheid wilt horen, dan..’ Abir stopte even. ‘De waarheid is dat de mensen weten wat ze hebben en veranderingen als bedreiging zien.’

‘Maar hoe kunnen ze je prachtige winkel als bedreiging zien? Ieder dorp zou het fantastisch vinden als er een ondernemer op zou staan die zo creatief is en zulke mooie dingen maakt. En hier lopen ze je voorbij alsof ..’

Abir liet haar niet uitpraten: ‘Sommige dingen zijn te ingewikkeld om uit te leggen. Je weet niet waarom ze dat doen. Je oordeelt te snel en je geeft overal kritiek op. Daarom mijden de dorpsbewoners je. Ik heb je al vaker gezegd dat ik je eerst niet durfde aan te spreken omdat je met een blik rondliep alsof je op ons neer keek.’

‘Dat is helemaal niet waar. Ik doe alles wat jullie vragen. Waar ik vandaan kom, had ik een enorm belangrijke positie en hier ben ik nog niet goed genoeg om het meest simpele werk te doen,’ antwoordde Roos hard op gespannen toon.

‘Ja dat heb je al heel vaak gezegd. Je moet echt zachter praten,’ fluisterde Abir streng. ‘Voor iedereen die hier komt, geldt dat ze zich eerst moeten waarmaken. Je kunt toch niet verwachten dat je als nieuwkomer direct de baas mag spelen? Dat zal trouwens nooit gebeuren, want hoe vriendelijk je ook bent tegen mij, ik heb je eerlijk gezegd nog niets horen vertellen waar de mensen iets aan hebben.’

Roos reageerde fel: ‘Maar dat komt omdat niemand echt luistert. Wat weet jij nu van de wereld? Je verlaat het dorp zelden en ik heb je nog nooit het nieuws zien volgen. Als jullie open zouden staan voor een sessie dan zou ik jullie zoveel kunnen leren. Maar de mensen willen niets.’

‘Meestal vind ik het fijn om met je te praten, maar als je jouw nachtmerrie op mij af reageert dan heb ik daar niet zoveel zin in. Ik heb zelf genoeg problemen om me druk over te maken, het zou fijn zijn als we het gezellig kunnen houden.’

‘Ik had je toch al gewaarschuwd,’ zei Roos venijnig en voegde er iets vriendelijker aan toe toen ze het gekwetste gezicht van haar vriendin zag: ‘Sorry, ik kan het niet meer opbrengen dat niemand met mij praat en mij serieus neemt.’

‘Dankjewel, dus ik besta niet?’ Abir kon haar ergernis nauwelijks meer verbergen.

‘Je weet dat ik niet op jou doel. Het is fijn dat we samen kunnen kletsen, maar jij begrijpt het ook niet.’

‘Dank voor het vertrouwen!’ Met een boos gezicht gaf Abir een teken dat het gesprek afgelopen was. ‘Kom maar terug als je hersteld bent van de nachtmerrie. Je doet het allemaal zelf Roos. Je kunt ook direct vergeten wat je hebt gedroomd en gewoon leven bij de dag. Dan zou het allemaal een stuk makkelijker worden.’

‘Dat is het niet alleen,’ zei Roos met een klein stemmetje. ‘Mijn baas heeft mij gisteren te schande gemaakt en vernederd voor al mijn collega’s. Ik had een fout gemaakt en..’

De jonge vrouw liet haar niet uitpraten. ‘Oh dat! De praatjesmaker heeft gisteren een extra ronde gemaakt, dus ik wist ervan. Je weet toch dat iedere doos door de kleur zijn waarde krijgt en afhankelijk daarvan een bestemming? Dan moet je ook begrijpen dat je baas geschrokken is dat je de kleuren hebt verwisseld, want dat kan grote consequenties hebben. Vandaag is echter weer een nieuwe dag. Ik neem aan dat iedereen het al weer is vergeten! Zo gaat dat hier. Je maakt altijd alles zo moeilijk!’ vervolgde Abir iets vriendelijker. ‘Als we allemaal zo zouden zijn, dan kregen we een hartaanval of een volksopstand. Probeer iets van ons over te nemen. Zie je hier ooit iemand die zich zo druk maakt als jij?’

‘Nee, maar ik denk dat als ze het wel zouden doen het dorp een metamorfose zou ondergaan in positieve zin,’ reageerde Roos opnieuw vinnig. De toon waarop Abir haar had aangesproken alsof ze een klein kind was, beviel haar niets.

‘Ik weet zeker dat als je na het werk weer langskomt de wereld er heel anders uit ziet.’

Roos hoorde Abir met een strak gezicht aan. ‘Oké, een prettige dag verder.’

Met een licht schuldgevoel, omdat ze wist dat Abir elke dag voor haar klaarstond, liep ze snel verder. Ze wist zelf ook niet goed waarom ze nu net de enige die vriendelijk voor haar was moest kwetsen. Voor Abir was het dorp heilig, maar dat gold niet voor haar.

Buiten de poort

De deuren van de toegangspoort stonden open. Deze was gebouwd om vreemdelingen die ze niet vertrouwden te weren, maar ook om bewoners die te veel vrijheid wilden binnen te houden. De machtige deuren waren een waarschuwing dat als je je niet gedroeg volgens de regels er maatregelen zouden worden genomen. Iedere dag haalde Roos opgelucht adem als ze het benauwde besloten dorp achter zich liet en de drukte verruilde voor de stilte. Binnen de muren waren bewoners voortdurend met elkaar in gesprek over alledaagse dorpsaangelegenheden, waar zij geen deel van uit maakte, terwijl in de ruige bergen achter het dorp en de woestijn voor haar de natuur de baas was en mensen geen rol van betekenis speelden.

Direct achter de poort lag een kleine oase waar de bewoners hun groentes kweekten en fruitbomen deelden. De tuin was van levensbelang voor de bewoners, daarom werd deze goed beschermd tegen de wind en ongewenste bezoekers door een stenen muur. Na de kleine oase strekte zich de eindeloze kale steenwoestijn uit. Roos moest zichzelf bedwingen om geen warming-up oefeningen te doen en de weg naar haar werk rennend af te leggen. Vroeger had hardlopen haar zo goed gedaan, maar jammer genoeg was dat hier geen optie. In de spaarzame vrije tijd die ze had toen ze een topfunctie bekleedde, rende ze iedere ochtend. Dit was noodzakelijk om het vol te houden. Soms stond ze wel om 5 uur in de ochtend op om het gevoel te behouden dat ze haar lichaam en geest kon controleren. Iedere dag startte ze haar loop met talloze grote en kleine problemen in haar hoofd en kwam terug met een rustig hoofd. Bijkomend voordeel was dat ze zo gezond bleef en energiek, zodat ze alles wat er op haar af kwam goed aan kon. Het was triest dat ze nu meer dan ooit behoefte had om de spanning eruit te rennen, maar dat dit niet hier niet was toegestaan.

De eerste keer dat ze de poort uitkwam en haar oefeningen deed, bleek dat het onmogelijk was in de lange jurk. Toen ze deze uit had getrokken en in spaarzame kledij haar warming-up wilde doen, waren er onmiddellijk mannen met een grimmig gezicht op haar af gelopen die haar geboden direct haar kleding weer aan te trekken. Omdat iedereen hier elkaar in de gaten hield, was het haar snel duidelijk dat er nergens een plek was waar ze in makkelijke kleren de noodzakelijke energie kon op doen en haar hoofd kon leegmaken. Een enkele keer miste ze het hardlopen zo erg dat ze ondanks haar lange jurk en sandalen de weg naar haar werk wel in sneller tempo probeerde af te leggen. Wat voor haar als een slakkengang voelde in vergelijking met de uitstekende tijden die ze vroeger aflegde, werd opnieuw door de dorpelingen afgekeurd. Iedere keer als ze weer een poging waagde, werd ze al snel aangehouden door een dorpeling die haar met gebaren duidelijk maakte dat het niet gepast was voor een vrouw om zich zo voort te bewegen. Abir had haar ongemakkelijk proberen uit te leggen dat als je rende er van alles in haar lichaam zou gaan bewegen en dat zouden de mannen in het dorp wel eens op verkeerde gedachtes kunnen brengen.

Er waren hier zoveel ongeschreven regels dat Roos al lang de moed had opgegeven om ertegen in te gaan. Als ze geen aandacht trok, dan had ze de minste problemen. Terwijl ze in het verleden juist veel had bereikt door overal aandacht te genereren.

Met een bezorgd gevoel over wat haar te wachten stond, ging ze op weg naar haar werk. Zelfs de kale bodem waar ze overheen liep, voelde alsof alle leven eruit getrokken was. Langs de doorgaande weg, die verhard was voor de vrachtwagens, stonden verspreid in het landschap grote loodsen, alsof ze vanuit de hemel naar beneden waren gestort en niemand de moeite had genomen om ze netjes neer te zetten. De aluminium golfplaten in verschillende kleuren waren op een fundering van verschillende lagen bakstenen bevestigd. Iedere loods had zijn eigen kleuren en werd bekroond met een zadeldak. Deze bouwwijze vormde een schril contrast met het dorp waar alle huizen waren opgetrokken uit lemen bakstenen. De loods met oranje en groene aluminium platen waar Roos werkte, was al van verre zichtbaar. Het maakte deel uit van een omheind complex. Bij de poort knikte de bewaker haar streng toe en moest ze zoals iedere dag aantonen met een personeelskaart en een wachtwoord dat zij hier werkte. De man had ze al ontelbare keren het document laten zien, maar iedere keer bekeek hij het zorgvuldig om te zien of alles klopte. Zelfs de directeur en bedrijfsleider waren verplicht deze procedure te volgen.

Hoe zouden ze haar vandaag behandelen en vooral, hoe kon ze zich daartegen wapenen? Zo’n vijfhonderd meter van de poort stond de enorme hal waar ze werkdagen van tien uur maakte. Daarachter ging een pottenbakkerij schuil waar het procedé goed beschermd werd. De aardewerken stoofpotten dienden om voedzame en gezonde maaltijden mee te maken, maar hadden hier een extra waarde omdat je er een bijzonder soort energie door kreeg. In een andere hal op het terrein met aluminium platen in aardetinten werden natuurlijke verfsoorten gemaakt. Vooral het groen van de cactusplant was populair. De manager die de leiding had over de verschillende bedrijven had Roos gewaarschuwd dat ze niet naar binnen mocht in de andere hallen. De machines waren te gevaarlijk voor vrouwen vanwege hun lange jurken en losse hoofddoeken die tussen een machine zouden kunnen komen, zo had hij het haar verteld.

De kracht van de tajine

De scheefgezakte deur kraakte vervaarlijk toen ze binnenstapte in de hoge ruimte. De voorhal was gevuld met stellingen met dozen die waren gesorteerd op kleur. Er werd net een enorme stapel karton afgeleverd door twee jonge mannelijke werknemers. Het systeem van de kleuren veranderde regelmatig zodat ze regelmatig veel tijd verloor om de dozen op de goede plek te plaatsen.

Raaf, zoals ze de manager noemde met een voor haar onuitsprekelijke naam, had strikte regels. Toen ze hier net werkte, had ze hem geadviseerd om het bedrijf beter te stroomlijnen, maar hij had zelfs niet de moeite genomen om haar schetsen voor een betere logistiek te bekijken. Hij had ze zonder een bedankje aangepakt. Toen ze een paar dagen later de prullenbakken leegde had ze daarin haar schetsen teruggevonden. Ze kon zich nu bijna niet meer voorstellen dat ze serieus had gedacht dat deze man interesse zou hebben in haar visie en werkwijze.

Tot haar verbazing verwees niets naar de scene van de dag ervoor. Niemand besteedde aandacht aan haar, zelfs de mannen die haar gisteren hadden gecontroleerd negeerden haar. Haar sombere gevoel ebde een beetje weg. Hoe erg was het immers dat ze per ongeluk twee verschillende kleuren naast elkaar had gezet? Gisteren was haar wereld bijna ingestort en nu leek iedereen haar fout te vergeten te zijn. Had ze zich zaken ingebeeld of was dit de stilte voor de storm? Vroeger was zij supersnel in het interpreteren van de wereld om haar heen. Hier was het tegenovergestelde het geval.

Routinematig zette ze de dozen snel in elkaar, waarbij ze extra goed oplette dat ze de vouwen zorgvuldig volgde. Per doos waren zeven handelingen nodig. Wanneer zij klaar was, dan stonden haar collega’s klaar voor de volgende handeling in het proces. Alleen twee vrouwelijke collega’s mochten de kostbare potten in de dozen plaatsen. Wanneer de vrouwen er een blik op wierpen en hun hand boven de kookpot hielden wisten ze in welke kleur doos de tajine veilig opgeborgen moest worden.

De tajine was een van de weinige zaken waar Roos enthousiast over was. Door de groente en een klein beetje vlees in de keramieken schaal te stoven, kwam er een gezonde en lekkere maaltijd op tafel. Er was heel weinig voor nodig, alleen tijd, wat producten uit de moestuin en soms een beetje vlees, en aandacht natuurlijk van de kok of kokkin die er met een eigen mengsel van kruiden een eigen specialiteit van maakte.

Regelmatig bedacht ze dat de tajine ideaal zou zijn voor de bewoners van Pergine, want zo konden ze nog gezonder koken. En de kookpot leende zich uitstekend om een mooi verhaal over te maken, ze glimlachte bij het idee wat ze hierover zouden verzinnen.

De eerste stelling met gevulde dozen was klaar toen ze het bekende geluid hoorde van het rolluik dat omhoog werd getrokken. Roos knipperde even met haar ogen door het licht dat naar binnenstroomde. Buiten stond de bestelwagen die de kostbare lading naar de stad zou brengen. De mannen vulden de wagen met de dozen die speciaal ontworpen waren om de tajines veilig te vervoeren. Ze werden zorgvuldig opgestapeld waarbij de wagen tot de nok toe vol werd gevuld. Vandaag hadden ze vooral oranje en rode dozen opgehaald. Het rolluik sloot weer en ze werkte hard door in de benauwde ruimte om de slechte indruk van de dag ervoor goed te maken.

De derde stelling was halverwege de middag gevuld.

‘Waar ben ik in hemelsnaam mee bezig?’ sprak ze zichzelf zacht toe toen ze het resultaat bekeek. Ze verdiende nauwelijks voldoende om van te leven, sparen was onmogelijk. Daarom dacht ze zo min mogelijk aan de enorme schuld, die als een zwaard van Damocles boven haar hing. Ze wist niet meer precies hoeveel ze in Nederland had geleend van het bedrijf dat dankzij haar grote winsten maakte. Het was zo makkelijk geweest om geld weg te sluizen en het was immers voor het goede doel. Natuurlijk zou ze alles terugbetalen en hopelijk nog meer. Als zij haar depressie te boven zou komen in een dorp waar mensen herboren vandaan zouden komen, dan zou de internationale directie van het warenhuis Hotspot haar zeker belonen vanwege haar inzicht en lef. Jammer genoeg was het anders gelopen.

Met een ferme beweging pakte ze een stapel karton. De enige manier om hieruit te komen was door hard te werken. Als ze maar een klein spaarpotje had om ergens anders weer iets op te zetten zodat ze het geld snel kon vermeerderen… Terwijl ze routineus het karton met een rode afdruk vouwde tot vierkante dozen, waar de tajines precies inpasten, viel haar een gedachte in. Er moest toch meer winst te behalen zijn aan de handel in tajines. Als ze er bijzondere steentjes in zouden verwerken als decoratie, dan zou je dat uitstekend in de markt kunnen zetten als het ultieme kookgerei om niet alleen heilzame maaltijden mee te bereiden maar waarmee ook je geest een facelift kreeg. Met een brede glimlach om haar mond werkte ze in gedachte het idee uit.

Zoals altijd was ze verbaasd hoe snel haar stemmingen konden wisselen. Gelukkig was de oude Roos nog op de achtergrond actief die haar af en toe goede ideeën influisterde.

Ze zette de laatste doos met rode opdruk in de stelling. ‘Zo weer een rij klaar,’ zei ze zachtjes goedkeurend tegen zichzelf. De versierde tajines zouden het geweldig doen in Pergine. Zij zouden er dan gebakken lucht mee kunnen maken.

Bij de gedachte aan het dorp dat korte tijd zo magisch geweest was voor haar trok haar hart samen. Zij had overal aan meegewerkt, alle therapieën uitgeprobeerd en het dorp zeker een stukje rijker gemaakt door haar investeringen, dacht ze grimmig. Maar daarna hadden ze haar niet meer nodig gehad. Alleen maar omdat ze af en toe een opmerking had gemaakt, een suggestie of iets had aangereikt zodat ze het proces konden verbeteren. Arrogante lui waren het in Pergine, die absoluut niet open stonden voor zinnig commentaar. Alsof ze het zelf zo goed wisten. Ze hadden haar in ieder geval niet overtuigd dat ze het zonder haar hulp verder konden brengen. Geërgerd duwde ze haar gedachte aan Pergine weg. Haar tijd zou nog wel komen om daar zaken te veranderen.

Moe van alle wisselende emoties sloot ze aan het eind van de dag de deur van de hal achter zich. Het dramatische gevoel waarmee ze was opgestaan, was inmiddels weg. Normaal diende zich na de attack van gisteren, zoals zij de boze bui van Raaf noemde, al snel een tweede en derde ramp aan, maar gelukkig was het vandaag stil gebleven. Het idee om de tajines te verrijken en zo wellicht wat extra inkomen te vergaren, gaf haar hoop.

‘En, ik had je toch al verteld dat de wereld er anders uit zou zien als je terugkwam? Ik ken je toch!’ Met een vrolijk gezicht stond Abir haar op te wachten.

‘Ik had vanochtend wel een extreem slechte bui,’ bekende Roos.

‘Dat kun je wel zeggen. Ik denk echt dat het helpt als je praat over je nachtmerries en wat je is overkomen. Anders blijven ze je lastigvallen.’

Roos schudde beslist haar hoofd: ‘Nee, dat maakt het alleen erger. Er zijn zaken gebeurd waar ik nooit meer aan wil terugdenken. Als ik erover praat, dan komt het allemaal weer terug.’

‘Oké, zand erover. Blijf je eten?’ Abir keek haar zo vriendelijk aan dat ze bijna niet kon weigeren, maar ze voelde dat het niet verstandig was.

‘Vandaag liever niet. Als ik goed heb geslapen en een goede dag heb gehad, dan kom ik graag morgen. Nog een fijne dag.’

Dag twee

Hij houdt haar hand stevig vast en kijkt haar lief aan. ‘Als je mij vertrouwt, dan kunnen we alles.’ Samen hadden ze de berg beklommen waarbij ze op elkaar hadden moeten vertrouwen. De groep van zestien deelnemers was gedurende de zware klim omhoog snel uitgedund. Ze hadden de andere klimmers afgeschud en een eigen pad gevolgd om samen het einddoel te bereiken. ‘Kom, nu we de top hebben bereikt kunnen we alles,’ zei hij enthousiast. ‘Volg je mij? Het is heel makkelijk.’ Hij laat haar zien hoe ze de parachute om kon binden. Onder haar strekt zich een eindeloze diepte uit naast de steile rotswand. De man pakt haar hand. ‘Je moet me vertrouwen,’ zei hij stellig. ‘Kom, volg mij. Niet nadenken, gewoon doen.’ Ze kijkt aarzelend naar de afgrond en voelt de paniek opkomen. Wanneer ze opzij kijkt, is de man verdwenen. Direct daarna drijft een sterke windstoot haar naar de rand, waar ze wankelend gegrepen wordt door een grote angst.

Met een bons werd Roos wakker op de grond. Verbouwereerd ontdekte ze dat ze blijkbaar in haar slaap heen en weer was gewiebeld om niet te vallen. Snel kroop ze terug in haar warme bed. De nachtmerrie kwam haar niet bekend voor, het gevoel wel. Ze had te vaak ervaren dat ze alleen op zichzelf kon vertrouwen. Wie was die man? Nu al kon ze zijn gezicht niet meer voor de geest halen.

Aan het licht te zien dat de kamer binnenviel, was het tijd om op te staan. In de spiegel zag ze dat haar ogen iets levendiger stonden, maar haar mond stond nog akelig strak. Terwijl ze haar dagelijkse pad naar het plein liep probeerde ze tevergeefs de man uit haar droom te herkennen.

In de winkel van Abir was niemand te bekennen. In deze regio was een dergelijke zaak uniek, toch had Abir als klein meisje al geweten dat ze kleding wilde ontwerpen. Als er af en toe een koopman voorbijkwam met modebladen dan had ze net zo lang gebedeld tot hij haar een onverkochte exemplaar gaf. Daardoor had ze een indrukwekkende kennis van kleding en stijl ontwikkeld. Tot groot vermaak van de dorpsbewoners zette ze bij de poort op een dag een stoel neer en spande een stok boven haar hoofd waar ze drie zelfgemaakte jurken aan hing. Ze waren gemaakt van stof van afgedankte jurken en met de hand in elkaar gezet. Drie weken wachtte ze, tot er een handelaar in stoffen voorbijkwam. Normaal deed hij het dorp nooit aan, maar die dag had hij geweten dat hij hier iets moest zoeken. De man was zo onder de indruk geweest van haar jurken dat hij ze had geruild voor stoffen. Daarna kwam hij vaak terug. Vaak bracht hij iets mee zodat zij de handel kon uitbreiden. Zo had Abir inmiddels een naaimachine, fournituren en een indrukwekkende voorraad stoffen waar ze mooie creaties mee maakte. Langzamerhand breidde haar zaak zich steeds meer uit. De dorpelingen hadden het nieuwsgierig gevolgd, maar niemand had het geld of de interesse om bij haar iets te kopen. Voor Abir was het een geschenk uit de hemel dat er op een dag een toeristenbus stopte die een groot deel van haar handel opkocht. Daarna kwamen de tourbussen regelmatig terug.

In Abir haar dromen zag ze een beroemde winkelketen voor zich met filialen in de grote modesteden. In werkelijkheid verliet ze het dorp zelden.

Toen Roos de naam van haar vriendin riep, hoorde ze gestommel. Achter een gordijn kwam Abir vandaan met een opgezwollen gezicht van de tranen. Onder haar ogen zaten diepe donkere wallen.

‘Wat is er met jou aan de hand?’ vroeg Roos bezorgd.

‘Niets, ik heb alleen slecht geslapen.’

‘Je ziet er vreselijk uit.’

‘Dank je wel. Dat gold ook voor jou gisteren. Wellicht heb je je slechte bui wel aan mij door gegeven.’ De vrouwen keken elkaar verlegen aan.

‘Sorry dat ik gisteren zo naar deed. Het was zo’n rotdag. Ik weet niet waarom ik het af reageerde, want jij bent de enige die aardig tegen me doet. Dat verdien je niet. Het spijt me echt. Als ik zo’n bui heb, dan lijkt het wel alsof ik anderen net zoveel pijn wil doen als…’

Abir wuifde de woorden weg. ‘Oké, het is al goed. Ik weet dat je het niet zo slecht bedoelt, maar je moet beter nadenken voordat je afgeeft op het dorp. Je doet mensen echt pijn als je zoveel kritiek levert.’

Er ontstond een ongemakkelijke stilte. Abir liep naar achteren om water op te zetten voor de thee. Roos settelde zich op haar vaste plek op de bank.

Toen Abir terugkwam met de kan thee, die ze volgens het ritueel verschillende keren opschonk en weer terug goot in de kan, vroeg Roos aarzelend: ‘Heb je zo slecht geslapen vanwege mij?’

‘Nee natuurlijk niet,’ zei de jonge vrouw korzelig die er vandaag een stuk ouder uit zag door haar trieste opgezwollen gezicht. ‘Ik hoop alleen dat hij vandaag wat laat horen.’

‘Oh, het is postdag vandaag!’

‘Als hij weer niets gestuurd heeft, dan…’ Ze maakte haar zin niet af.

‘Hoe lang is hij nu weg?’ vroeg Roos.

‘Ik weet dat Ameur hard aan het werk is om van alles te regelen. Het is alleen veel moeilijker dan we hadden gedacht.’

‘Ben je nooit bang dat hij niet terugkomt?’

‘Natuurlijk niet!’, antwoordde Abir zeer stellig. ‘Daar twijfel ik niet aan. Maar hij heeft wel een goed verhaal nodig voordat hij mijn huis weer in mag.’

De liefdes

Roos had hem nooit ontmoet, maar wist alles over de mooie man die op een dag het dorp was binnengewandeld. Ameur was direct onder de indruk geweest van de bijzondere verschijning van Abir, die er uit zag als een levend kunstwerk.

Toen de mooie man haar winkel was binnengestapt, had ze direct geweten dat haar wereld er anders uit zou gaan zien. Met een prachtige glimlach was hij op haar afgelopen, zo had Abir vaak aan Roos verteld. ‘Op jou heb ik gewacht. Zoiets moois heb ik nog nooit gezien.’

Zoals Abir het vertelde leek het alsof de man door de woestijn was getrokken op zoek naar haar. Ze had hem haar liefde gegeven en zelfgemaakte kleding waarmee hij een winkel wilde starten in een Franse stad. Zo snel mogelijk waren ze getrouwd, zodat Abir een volwaardige status kreeg in het dorp. Hierdoor kwam er een oplossing voor het probleem welke jongeman met haar zou moeten trouwen, want de meeste families wilden liever geen buitenbeentje waarvan ze de familie niet kenden. Het dorp was voor Ameur al snel te benauwd geweest en hij was vertrokken om de perfecte plek te vinden voor hen beiden.

Roos herkende in het verhaal het uiterlijk van Tino, de vriend van dat moment toen ze rond de achttien was. De complimenten die Ameur aan Abir had gegeven, kwamen zeer overeen met haar herinneringen aan Bart, de vriend van dat moment toen ze een jaar of 22 was. En de mooie beloftes waren identiek aan de illusies die Freek haar had voorgehouden, de vriend van dat moment toen ze 23 jaar. Freddy uit Pergine kon ze niet tot de categorie ‘vriend van dat moment’ rekenen, want een liefdesrelatie was het niet geweest. Wel zette hij haar gevoelens om in dromen en daarna in beloftes en hij maakte ze nog waar ook. Maar dat kwam natuurlijk omdat ze daar veel geld voor had betaald, hield ze zichzelf voor. Dat had niets met liefde te maken. In de verhalen van Abir over haar grote liefde waren opvallend veel overeenkomsten met de vrienden uit het leven van Roos. Als er ook maar een deel was uitgekomen van de beloftes die aan Roos waren gedaan, dan had ze een fantastisch leven gehad. Maar de romantische etentjes, verre reizen, en gezamenlijke dromen waren om diverse redenen nooit uitgevoerd. Iedere keer had ze er volop in geloofd. De liefde van dat moment was immers zo anders dan alle vrienden die eraan waren voorafgegaan. In een gelukkige periode wist ze zeker dat de vriend voor dat moment voor de grote omslag zou zorgen. Hoe vaak Manu niet hoofdschuddend haar had aangehoord en dan altijd kritisch reageerde met de standaardzin: ‘Als je de waarheid wilt horen, dan……’ Nee, die wilde ze niet horen. En die zou ze ook niet aan Abir vertellen.

Er was één groot verschil tussen hun verhalen. Abir was met de man van haar dromen getrouwd, die daarna was vertrokken om voorbereidingen te treffen voor een mooie gezamenlijke toekomst elders. En Roos was ondanks de vele geliefdes nog altijd alleen. Ook al vertrouwde ze het niet helemaal, toch vond ze dat Abir meer werk moest maken van haar man.

‘Waarom zoek je hem niet op in Frankrijk? Je Frans is goed genoeg.’

‘Denk je?’ vroeg Abir verlegen.

‘Zeker, we praten toch elke dag en je begrijpt alles van mij en ik van jou. Waarom ga je hem niet opzoeken?’

‘Dat ga ik doen op een dag, maar nu is het nog niet zover. Ik kan de winkel nog niet verlaten.’

‘Zoveel klanten komen er toch niet. Als ik jou was, zou ik de kans pakken om iets van de wereld te zien.’

‘Ja, dat komt nog wel een keer, maar nu niet. Stel dat ik in Frankrijk ben en hij komt net hier. Of zij.’ Roos wist dat ze nog altijd hoopte dat haar moeder op een dag terug zou komen. De gedachte aan haar eigen moeder, die waarschijnlijk in alle staten was omdat ze al zo lang niets van haar had gehoord, stopte ze direct weg. Dat zou ze later goedmaken als alle problemen waren opgelost.

Ze wist dat Abir doodsbenauwd was om de buitenwereld tegemoet te treden. In het dorp kon ze zich op haar manier redden, daarbuiten zou het veel moeilijker zijn. Volgens Roos hoefde ze nergens bang voor te zijn, want ze sprak immers aardig Frans en met haar exotische uiterlijk en charme zou ze zeker indruk maken. Het was alleen jammer dat ze weigerde om Frans te lezen, want dan zou ze nog veel sneller vooruitgaan. Zij zag wel kansen voor haar vriendin om ergens als visitekaartje te fungeren. Wanneer ze die mogelijkheid besprak, dan wuifde Abir dat direct weg. Daar had ze helemaal geen belangstelling voor, ze wilde haar eigen zaken regelen. In een openhartige bui had ze haar een keer tekeningen laten zien. Toen Roos haar vroeg wanneer ze die ging uitvoeren, had ze met een grote glimlach geantwoord: ‘Morgen.’ Iedere keer dat ze de vraag stelde, kreeg ze hetzelfde antwoord.

 ‘Hoe oud was jij ook alweer?’ vroeg Abir lief die het gesprek een andere kant op wilde krijgen.

‘Ik ben 32. Hoezo?’

‘Je hebt veel geluk dat het je niet aan te zien is. Je moet echt opschieten, want anders lukt het nooit meer.’ Abir keek Roos onderzoekend aan: ‘Je ziet er nu nog aardig uit. Bijna iedereen trouwt hier rond zijn achttiende. Ik hoop echt dat het jou ook gaat lukken! Je kunt toch niet altijd alleen blijven?’

Roos had ontwijkende antwoorden gegeven toen Abir bij de eerste kennismaking had gevraagd naar haar man. Door allerlei vage toespelingen had Abir de conclusie getrokken dat ze getrouwd was geweest, maar dat haar man haar had verlaten. Eerst dacht ze dat de hoge dame waarschijnlijk gevlucht was voor een man, maar naarmate ze haar langer kende werd die versie steeds onwaarschijnlijker. De kans dat een man gevlucht was voor haar was groter.

Roos haalde haar schouders op. ‘Zo erg is dat toch niet. Jij bent toch ook alleen?’

Heftig schudde Abir haar hoofd. ‘Maar dat is toch iets heel anders. Ik ben getrouwd en heb een man die voor mij zorgt. Dat zou jij ook moeten hebben. Er moet toch iemand te vinden zijn? Je moet naar de stad, daar heb je wellicht nog een kans om je bestemming te vinden. Of geef je het op en blijf je de rest van je leven hier onzichtbaar dozen vouwen?’ vroeg Abir met een stalen gezicht.

Startpop

Roos keek haar vriendin met een scheef gezicht aan om te peilen of ze haar bewust kleineerde.

‘En, hoe pak ik dat dan aan als ik weer een sprankelend leven wil?’

‘Jij beweert altijd dat je vroeger alles kon bereiken wat je wilde, nou laat het dan ook hier zien. Als het klopt dat je vroeger zo belangrijk was, dan kun je dat toch weer oproepen? Bedenk een onderneming waar je trots op bent, dan vind je ook de man die erbij hoort.’

Roos keek verbaasd naar Abir die ze nog niet vaak zo kordaat had horen praten: ‘Maar hoe dan? Ik ben nu al zo lang dozen aan het vouwen zonder dat ik een stap verder kom.’

‘Wat een onzin,’ lachte Abir. ‘Je weet heel goed hoe het werkt. Ik heb je al zo vaak horen praten over zaken en hoe we het anders moeten aanpakken. Natuurlijk weet je het nog wel. Misschien moet je het eens proberen met zo’n sessie. Hoe noem je dat ook alweer?’

Roos barstte in lachen uit. ‘Een co-creatiesessie?’

‘Nee het was iets anders, iets met een project.’

‘Een pilot, een projectstartup of een pop-up?’

‘Ja, ja, het was zo’n raar woord! Waarom begin je niet een startpop om een bestemming te zoeken?’

Roos grinnikte om het nieuwe woord. ‘Was het maar zo simpel. Maar nu we het er toch over hebben, waar zou het dorp behoefte aan hebben?’

‘Dat moet jezelf verzinnen. Wij zijn tevreden met ons leven. Jij wilt startpoppen, dan moet je zelf iets bedenken.’

‘Ik heb al een goed idee waar ik jouw hulp bij nodig heb. Laat nog eens jouw woestijnroos zien.’

Met een vragend gezicht haalde Abir een steen in de vorm van een roos tevoorschijn, die was opgebouwd uit mineraal gips en zandkorrels.

Voorzichtig pakte Roos het van haar aan. ‘Het is toch geweldig dat de natuur dit heeft gemaakt. Het klopt toch dat deze steen mensen kan genezen?’

‘Jazeker,’ knikte Abir enthousiast. ‘Wanneer mensen ziek worden door straling, bijvoorbeeld door te veel invloeden, dan kalmeert deze steen ze.’

‘Weet jij of er ook heel kleine stukjes woestijnroos zijn?’

‘Natuurlijk zijn die er. Je moet er eerst oog voor krijgen, dan zie je ze overal.’

‘Ik heb een fantastisch idee waar iedereen baat bij heeft.’ Na de belofte dat ze haar idee met niemand zou delen nam Roos Abir in vertrouwen. Als ze een tajine met piepkleine stukjes woestijnroos kon decoreren, dan zouden ze samen testen of het een heilzame werking had. Volgens Abir was het idee onuitvoerbaar want ze zouden Roos nooit toestaan om de tajines te bewerken.

‘Was de thee lekker?’ vroeg Abir afwezig. Met het theeglas liep ze naar de waterbak achter het gordijn ten teken dat het gesprek afgelopen was.

‘Tot vanmiddag,’ riep Roos, die voelde dat ze weer een glimlach om haar mond had vanwege haar idee. Als het zou lukken, dan zou ze haar vriendin ook kunnen oppeppen. Het gesprek had haar even afleiding gegeven maar Roos had natuurlijk wel gezien dat ze vooral uit keek naar de postbode en wat hij mogelijk meebracht.

Post

Met een verende tred vanwege haar idee volgde Roos haar dagelijkse route door de poort. In de verte zag ze de rode postauto snel dichterbij komen.

Iedere keer dat ze hem zag, hoopte ze dat Manu haar had opgespoord. Natuurlijk wist ze wel beter, want ze had immers haar uiterste best gedaan om alle sporen uit te wissen.

Ze miste Manu. Haar beste vriendin kon haar een spiegel voorhouden als ze weer eens vastliep met haar gedachtes. Manu was de enige die ze echt vertrouwde. Het leek een eeuwigheid geleden dat ze in Nederland veel met elkaar deelden. Ze was zo depressief geweest en verward dat ze geen afscheid had genomen toen ze naar Pergine was vertrokken, wat had ze moeten vertellen? Manu en haar ouders hadden haar nooit laten gaan als ze wisten dat ze in depressieve toestand met een geleend bedrag naar Pergine zou gaan om het lot te keren. Manu kon moeilijke vragen stellen, over waarom dingen zo liepen en wat haar rol daarin was.

Regelmatig hoopte ze dat haar vriendin haar opspoorde en vrolijk kwam vertellen dat al haar problemen waren opgelost. Ze durfde zelf geen contact op te nemen uit angst dat ze haar in de problemen bracht, maar wellicht nog wel meer omdat ze teveel kritische vragen zou stellen waar ze geen antwoord op had. Toch miste ze die vragen ook.



Haar ogen stelden zich met moeite scherp op de lange magere man, die stopte en het raam opendraaide. Ze keek hem verwachtingsvol aan. Hij gaf haar een blauwe envelop.

‘Heeft u iets voor Abir?’ vroeg Roos nieuwsgierig. Hij keek haar streng aan: ‘Waarom vraagt u dat?’

‘Als er post is, dan wil ik daar graag bij zijn.’ Twee keer had Abir een korte brief gehad waar ze zo lang naar had zitten staren dat Roos had aangeboden om het voor te lezen, omdat ze vreesde dat haar vriendin te beschaamd was om te vertellen dat ze er geen wijs uit kon. Het waren merkwaardige briefjes geweest waarop alleen wat beleefdheden werden uitgewisseld. De postbode parkeerde verderop zijn auto bij de stadspoort waar de winkeliers hem al op stonden te wachten. Roos wist dat de postbode niet altijd goed nieuws bracht. Ze had regelmatig gezien dat de post soms aarzelend werd aangepakt en daarna in een vuilnisbak verdween. Veel dorpsbewoners konden niet lezen en gooiden daarom de rekeningen ongeopend weg. Als ze het immers niet hadden gezien, dan bestond het ook niet. Dat gold ook voor de blauwe envelop in haar hand. Ze had er inmiddels zeker tien ontvangen. De twee alinea’s met Arabische tekst had ze een paar keer aan Abir laten zien en gevraagd of zij iemand wist die het voor haar kon vertalen. Die had alleen haar hoofd geschud en gezegd dat het standaardbrieven waren en dat het geen zin had om ze te vertalen. ‘Sommige zaken kun je beter gesloten houden,’ had ze raadselachtig gezegd. ‘Je kunt ze beter vergeten want een blauwe envelop betekent niet veel goeds. Als je de brief niet leest, dan bestaat het ook niet.’

Als dat ook eens voor haar gedachten zou kunnen gelden, dan zouden er een hoop problemen kunnen worden opgelost,’ dacht Roos. Hoe kreeg ze het voor elkaar om de enorme ravage die ze had veroorzaakt uit haar hoofd te krijgen? Door dozen te vouwen en die te vullen met een spectaculaire vondst, gaf ze zichzelf het antwoord. Ze moest erachter komen waarom de kleuren zo belangrijk waren en wat de bestemming was van de dozen met de tajines. Het was toch bespottelijk dat zij, die ooit de leiding had over een miljoenenbedrijf, geen idee had waar ze mee bezig was. Ze beschouwde het als een straf voor de chaos die ze had veroorzaakt.

Met stevige passen vervolgde ze het pad naar haar werk. Onderweg passeerde ze een woning waar een vrouw naar buiten kwam die haar gezicht direct afwendde zodat ze geen contact hoefde te maken. Roos had nog nooit met de bewoners gesproken, maar door hun lichaamstaal – waarbij ze hun hoofd iets omhoogstaken in het voorbijgaan – wist ze genoeg. Ze moesten eens weten dat zij ooit op één dag verdiende waar zij jaren zwaar werk voor moesten doen terwijl zij in haar haute de couture en met haar uitstekende inzicht grote orders binnenhaalde. Ongemerkt haalde ze haar schouders op, ze kon zich nauwelijks meer herinneren hoe ze dat ooit voor elkaar had gekregen.

Na de gebruikelijke inspectie bij de poort liep ze snel naar de loods. Haar collega’s waren een lading tajines aan het inspecteren waarbij ze hun handen routineus over de kookpotten lieten gaan op zoek naar oneffenheden. Soms hielden ze hun handen even zweven alsof ze wilden inschatten hoe effectief de tajine zou zijn.

Voor haar lag een enorme stapel karton te wachten. Op het eerste gezicht herkende ze vooral gele en roomwitte banen en een enkele knalrode. Vandaag zou ze een nieuw systeem invoeren zodat ze geen enkel risico liep om per ongeluk een kleur te verwisselen. In plaats van direct dozen te vouwen, maakte ze verschillende stapels die ze rangschikte op kleur. Dit kostte veel meer tijd dan ze had verwacht. Snel legde ze het karton op tafel om aan het werk te gaan. Ze nam een routineus gevouwen doos in haar hand en draaide deze om. De witte baan was als een strik over de vier vierkanten aangebracht. In de loods waren geen ramen, daarom schrok iedereen even op toen de deur openging en er licht naar binnen viel. De witte baan op de doos veranderde heel kort van kleur. Tot haar verbazing zag Roos dat er Arabische letters op stonden die alleen zichtbaar waren als je ze in het licht hield.

Toen de deur weer dicht ging, waren de letters verdwenen. 


Abir’s onderneming

Net zoals iedere dag liep Roos na haar werk bij Abir binnen. Roos wist bijna zeker dat de postman niets van Ameur had mee gebracht. Het leek haar beter daar niet zelf over te beginnen. Met een ingespannen gezicht borduurde Abir een felblauwe lange rok met rode, gele en lichtblauwe steentjes. Ze knikte haar vriendelijk gedag met vermoeide ogen. ‘Oh, is het al zo laat? Ik ben blij dat je er bent. Ik ben wel toe aan een pauze. Het schittert voor mijn ogen.’ Abir liep naar achteren om thee te zetten. Vanachter het gordijn riep ze: ‘Blijf je eten vandaag?’

‘Ja graag. Zal ik vandaag koken? Je ziet er zo moe uit.’

Abir knikte: ‘Ik ben inderdaad moe, maar werken is goed. Dat geeft afleiding. Laat mij maar koken, dan heb ik iets te doen. En ik heb vandaag al genoeg achter de naaimachine gezeten.’

Bezorgd zei Roos: ‘Je werkt zo hard. Laat mij ook eens voor jou zorgen. Je ziet er zo uitgeblust uit.’

Beslist schudde Abir haar hoofd: ‘Ik kook graag, dat weet je. Maar je kunt me wel helpen met iets anders.’ Ze strekte even haar pijnlijke spieren vanwege de lange dag achter de naaimachine en verdween achter het gordijn. Roos wist uit ervaring dat ze het niet op prijs stelde als ze haar daar volgde.

Ondertussen bewonderde Roos de kleurrijke kleding met opvallende dessins. Haar vriendin ontwierp en maakte bijzondere jurken. Er was slechts een kleine markt voor, omdat slechts een enkeling de ontwerpen kon waarderen en betalen. Abir vond dat geen probleem, omdat ze maar één persoon nodig had. Als de juiste persoon de jurk paste en waardeerde, dan straalde ze van geluk. Jammer genoeg kwam dit zelden voor, omdat de meeste toeristen op zoek waren naar koopjes en niet naar de perfecte match. De meeste jurken waren gemaakt van katoen, maar er waren ook rokken bij van dupion zijde. Vooraan de zaak hing een bruin leren jack. Het was echter veel te warm om het aan te passen. Dat gold ook voor het prachtige brokaten turkooizen jasje. Op veel stoffen waren sierlijke geometrische patronen aangebracht waarbij de verschillende kleuren opvallend goed met elkaar harmonieerde. Roos probeerde altijd zo zakelijk en efficiënt mogelijk over te komen, en ongenaakbaar zodat mensen haar niet konden raken. In een exotische jurk verdween haar zorgvuldig opgebouwde imago, voorlopig paste dit helemaal niet bij haar.

Abir kwam tevoorschijn met verschillende spiegels en een kistje met kleurrijke mozaïeksteentjes. Ze gaf Roos een spiegel en koos verschillende kleuren steentjes uit zodat zij de randen van de spiegel kon verrijken. Het was een prettig rustgevend werkje waar ze Abir regelmatig mee hielp. Terwijl Roos voorzichtig de steentjes op de spiegel lijmde, bedacht ze zich voor de zoveelste keer dat het zonde was dat Abir zo weinig ondernam om de markt voor haar mooie producten te vergroten.

‘Wanneer ga je weer naar de stad? De mozaïeksteentjes zijn bijna op. Met de bus ben je er zo en dan kun je zelf de mooiste stenen uitzoeken. Dan kun je ook op zoek naar mensen die jouw ontwerpen willen verkopen. Misschien hebben ze daar ook nieuws van Ameur.’

‘En wie past er dan op mijn winkel?’

‘Je kunt je winkel toch wel een dag sluiten?’ Zoveel bezoekers komen er niet, dacht Roos, maar ze waagde het niet om dat hardop te zeggen.

‘Ik kan niet het risico nemen, want ik verwacht elk moment een toeristenbus.’

‘Zal ik Raaf vragen of ik een dag vrij mag zodat ik op je winkel kan passen?’

‘Dat is lief aangeboden, maar jij spreekt geen Arabisch of Berbers.’

Bijna had Roos geantwoord dat dit geen enkel probleem was omdat ze nog nooit een Marokkaan in de winkel had gezien, maar nog net op tijd slikte ze de woorden in toen ze het verslagen gezicht van haar vriendin zag.

Zo nonchalant mogelijk vroeg Roos: ‘Hij heeft nog niets laten horen?’

Het antwoord was een diepe zucht. ‘Hij is vast heel druk en de brief komt eraan. Dat voel ik,’ zei Abir stellig om duidelijk te maken dat ze geen weerwoord wilde. Beide vrouwen keken tegelijkertijd naar het ingelijste gedicht dat haar man speciaal voor Abir had geschreven. Als Roos de verhalen moest geloven, dan was Ameur in Frankrijk een zeer begaafd handelaar en hij kon prachtig dichten. Ook zou hij speciaal voor Abir liedjes hebben gecomponeerd. Roos wist bijna zeker dat ze het gedicht en de liedjes eerder had gehoord, maar het leek haar niet wijs om dat uit te spreken. Haar vriendin moest er zelf achter komen. Ze werden opgeschrikt door het oproer verderop in de steeg. Roos bleef zitten, maar de meeste kooplieden verlieten direct hun winkel om te horen wat er aan de hand was.

Nadat Abir poolshoogte had genomen, schudde ze haar hoofd: ‘Het is een wonder dat zijn zaak nog open is. Hij heeft zo vaak onenigheid met zijn klanten.’

Roos knikte en dacht bij zichzelf dat de andere winkel in ieder geval klanten had.

Dag 3: Quick scan

De zaal is goed gevuld. Trots kijkt ze om zich heen. Haar speciaal ontworpen mantelpakje werkt uitstekend, ziet ze aan de bewonderende blikken. Het grote applaus neemt ze dankbaar met een lichte buiging in ontvangst. Hier heeft ze keihard voor gewerkt en dit is haar beloning. Achter haar knikt een beroemde mannequin haar toe. Heel even schiet de gedachte door haar heen dat het applaus voor dat broodmagere mens is, maar die gedachte wuift ze direct weg. Natuurlijk komen ze voor haar. Tevreden kijkt ze naar het publiek dat haar verwachtingsvol aanstaart. Dit is Roos haar podium, hier is ze op haar best.

Er klinkt een daverend applaus als een bekende international in een sportieve outfit het podium betreedt waarbij hij gedreven zwaait naar de enthousiaste mensen in de volle zaal. Hij geniet zichtbaar, pas na een halve minuut maant hij het publiek tot stilte en wendt zich tot het publiek, haar publiek.

‘We zijn hier vandaag bijeen voor een sessie van de meest bijzondere vrouw die ik ooit heb ontmoet. Zij is een reizende ster in de wereld. Nederland en Europa heeft ze al veroverd met haar opmerkelijke aanpak. De wereld ligt nu aan haar voeten. Geef haar een probleem en zij zal het direct proactief aanpakken volgens een minutieus overdacht stappenplan. Eerst wordt de kwestie zorgvuldig uitgerold en aangevlogen vanuit diverse invalshoeken. Wanneer de ontwikkeling voldoende is uitgekristalliseerd dan worden de piketplaatjes geslagen. Binnen een mum van tijd regelt zij de klankborden en haken de specialisten aan zodat er megastappen kunnen worden ondernomen. Zij’ – hij wijst daarbij op Roos – ‘zorgt voor commitment binnen uw bedrijf en staat garant voor een hands-on mentaliteit. Hoe doet ze dat, zult u zich afvragen? Haar methode is simpel en uitermate effectief. Door out of the box denken is er in no time een quick scan zodat u eindelijk gas kunt geven. Vandaag stelt ze zich aan u voor met een bijzondere kwestie waarop u kunt aanhaken. Heeft u interesse, laten we het dan door ontwikkelen zodat …’ Achter in de zaal klinkt een geroezemoes dat steeds sterker wordt.

Roos kan de beroemde international, waarvan de naam haar ontschoten is, nauwelijks meer verstaan. Wat zei hij? Is het heel raar als ze hem vraagt of ze elkaar eerder hebben ontmoet? Ze weet zeker dat het woord international op hem van toepassing was, maar in welke branche? Een man op de eerste rij kijkt haar verwachtingsvol aan. Moet zij nu iets zeggen? Ze moet naar het toilet, dan kan ze direct controleren of er geen zweetplekken te zien zijn. Zo stom dat ze daar niet aan heeft gedacht. Waarom staat ze hier eigenlijk? Op het podium is geen flipover en geen digibord waarop ze een aanwijzing kan vinden. Hebben ze het nu over haar? In de zaal is het muisstil. Duizenden gezichten kijken haar verwachtingsvol aan. Of kijken ze naar de international? Ze glimlacht voorzichtig en direct glimlachen de mensen voorin de zaal terug. Ze kijkt even naar de international die haar bemoedigend toeknikt.

‘Goedemiddag,’ stamelt ze. ‘Of is het avond?’ Het zweet stroomt over haar voorhoofd. De lampen die op haar gericht staan, voelen gloeiendheet. ‘Kan iemand de lampen uitzetten? Het lijkt hier wel een sauna.’ Haar stem lijkt een beetje over te slaan door de spanning. Voor zich op de eerste rij ziet ze verschillende mensen met elkaar fluisteren. ‘Kunt u misschien hardop herhalen wat u net met elkaar besprak? Het is niet netjes om te fluisteren in gezelschap!’ Met een boos gezicht richt ze zich tot de mensen op de eerste rij. Dat de hele zaal dit kan volgen doet niet ter zake.

Het geroezemoes in de zaal wordt steeds harder. Iedereen kijkt haar aan, ze ziet een mengeling van… Ze heeft geen zin meer om deze mensen aan te kijken. Met haar rug naar het publiek zoekt ze ondersteuning bij de international. ‘Kunt u mij misschien even helpen? Het is een grote eer dat ik hier vandaag mag zijn, maar ik ben een moment kwijt wat ik hier kwam doen.’

De man, die haar zeer bekend voorkomt maar waarvan ze nog steeds de naam niet kan herinneren, kijkt haar strak aan. ‘U krijgt € 123.000 om een kwartier een lezing te geven over de drie vragen die topondernemers moeten stellen om hun bedrijf drie stappen vooruit te brengen.’ De mannequin of was het een assistent richt zich tot de international, waarbij ze Roos negeert: ‘We hebben een megaprobleem. Ik had al gehoord dat ze de laatste tijd onstabiel is en soms black-outs heeft.’

De international denkt even na en richt zich tot het publiek: ‘De essentie van business is dat u haarscherp aanvoelt wat de markt nodig heeft en natuurlijk dat u vraag creëert. Daarvoor is van groot belang dat u goed luistert. U bent net getuige geweest van een scene op het podium. We hebben deze goed geoefend zodat we hopen dat we het overtuigend neer hebben gezet.’ Direct ging er een zucht van verlichting door het publiek. ‘U voelde zich ongemakkelijk omdat u de situatie op het podium niet goed kon inschatten. Vraag uw buurman of vrouw wat de verwarring op het podium bij hem of haar heeft losgemaakt. En probeer zelf een voorbeeld aan te halen waarin u in een vergelijkbare situatie verkeerde. Bij het rollenspel is van belang dat een persoon luistert zonder te reageren waarbij de ander vertelt. Na drie minuten draaien we de rollen om. We beginnen nu. Later wordt duidelijk wat we beogen met deze oefening.’

Er brak onmiddellijk een geroezemoes los. De international richt zich boos tot Roos. ‘U heeft ons in een heel vervelende situatie gebracht. Hoe gaat u dit oplossen? Ik kan u verzekeren dat ik het hier niet bij laat zitten. Weet u hoeveel geld dit alles heeft gekost? Ik verwacht en hoop dat u straks een fantastisch verhaal heeft, want dit zullen we niet snel vergeten.’

Langzaam schuifelt ze naar achteren. ‘Excuseer mij. Ik moet even weg. Kunt u het misschien van mij overnemen?’

Beste zakenvrouw

‘Zo te zien heb je weer heftig gedroomd. Waar was je vannacht?’ Abir stond haar al nieuwsgierig op te wachten.

‘Op een podium, waar ik vroeger heel vaak op stond. Toen ik moest optreden, was ik volledig mijn tekst kwijt.’

‘Ik wist helemaal niet dat je zong!’

Roos glimlachte met een zuur gezicht: ‘Nee zingen kan ik niet. Maar vroeger kon ik wel goed lezingen geven. Daar kwamen veel mensen op af.’

‘En waar vertelde je dan over?’

‘Hoe ze met zeer doeltreffende middelen hun bedrijfswinsten konden vergroten.’

‘Hoe dan?’ Abir probeerde interesse te veinzen, maar vreesde dat er weer een gesprek volgde waar ze met moeite haar gedachte bij kon houden.

Roos dacht even na: ‘Ik was heel erg goed, maar op een gegeven moment snapte ik mijn eigen woorden niet meer. Dat was heel eng. Vroeger kon ik zonder dat ik er echt over na moest denken heel boeiende lezingen geven. En toen kwam er een moment dat ik tijdens een powermeeting niet meer wist wat de core business van het bedrijf was waar ik te gast was.’ 

‘Wat is dat?’ vroeg Abir.

‘Je bedoelt de powermeeting? Dat deden we vroeger heel vaak. Dan zorgden we ervoor dat de energiestromen geprikkeld werden en bleven stromen. Als we dat goed doordacht aanpakten dan was dat zo effectief.’

De woorden leken ver uit haar geheugen te komen. Ze moesten er allebei om lachen. ‘Zo gek Abir, vroeger sprak ik altijd zo. Nu weet ik zelf eigenlijk niet eens meer wat ik zeg. Maar het werkte wel altijd,’ glimlachte Roos.

‘Nou dat zal best. Ik snap er alleen niets van. Als je zo praat dan kunnen mensen je toch helemaal niet volgen? Hoe kon je zo een bedrijf leiden?’ vroeg Abir nieuwsgierig.

‘Oh het werkte juist heel goed. Als je de zaken maar goed pinpoint, doorpakt en terugvertaalt. Je moet natuurlijk wel gefocust zijn, anders werkt het contraproductief. Het is zaak dat je aan de juiste knoppen draait om in beweging te komen. Dat is de enige manier om in verbinding te komen.’

Beide vrouwen lagen dubbel van het lachen. Abir keek Roos lachend aan: ‘Praatte je echt zo? Ik geloof er niets van. Volgens mij neem je mij in de maling.’

‘Wie weet.’ Roos veegde de tranen van het lachen uit haar ogen. ‘Is er nog thee? Het is lang geleden dat ik zo heb gelachen. Heerlijk.’

‘Ja dat is je aan te zien. Het wordt tijd dat je je leven weer op orde krijgt. Of wil je liever dozen blijven vouwen?’

‘Eerlijk gezegd weet ik het niet. Ik weet wel dat ik niet meer in staat ben om te praten zoals ik vroeger deed, omdat ik zelf niet meer snap wat ik zeg. Maar ik merk ook dat ik mij langzaamaan weer herinner hoe ik dingen vroeger aanpakte en dat voelt fijn. Ik was echt heel goed in mijn vak. Je weet toch dat ik vroeger de beste zakenvrouw van mijn land was?’

‘Jazeker, maar ik had ook de indruk dat je grote problemen had,’ voegde Abir er verlegen aan toe die niet wist of ze er wijs aan deed om Roos hierop te wijzen nu ze zich zo kwetsbaar opstelde. Roos keek haar vriendin verlegen aan. ‘Ja dat klopt, ik snapte op een bepaald moment niet meer wat ik zelf zei. En dat was heel beangstigend. Daarom moest ik daar weg. Het was te confronterend.’

‘Maar je was toch gevlucht vanwege een ramp?’ Het bleef Abir bevreemden dat ze vriendinnen waren maar dat Roos nauwelijks iets prijsgaf over deze moeilijke periode.

‘In het kort komt het erop neer dat ik uit Nederland vertrok omdat ik mezelf kwijt was. En toen kwam ik in een dorp dat getroffen werd door een ramp. En nu ben ik hier.’

Roos bleef vaag zoals altijd. Ze moest haar aandacht richten op de toekomst, niet op het verleden. Het was tijd dat ze weer in actie kwam. De rust had lang genoeg geduurd. Zoals altijd droomde ze met een reden. Het was tijd dat ze liet zien wat ze waard was.

Het voorstel van Roos

Vandaag had ze een kans, want de directeur deed zijn ronde. Hij kwam hier sporadisch. Ook de auto van zijn zoon Brahim stond geparkeerd. Hij volgde een opleiding en sprak meer talen. Hij zou kunnen vertalen.

Haar collega’s keken haar verbaasd na toen ze op het kantoor afliep. Nu moest ze doorzetten. Raaf zijn gezicht veranderde in ergernis toen hij zag wie hem stoorde. In het Berbers sprak hij haar boos toe. De directeur onderbrak hem toen hij zag dat ze er niets van begreep. Hij richtte zich tot Brahim die emotieloos de woorden vertaalde. ‘Wat komt u doen? Moet u niet werken?’ vroeg hij aan Roos.

‘Het gaat heel goed. Ik beloof u dat ik geen fouten meer zal maken.’ Toen Brahim haar woorden vertaalde voor zijn vader had hij daar een opmerkelijk lange tijd voor nodig.

‘U komt excuses aanbieden voor de catastrofe? Dat is goed. Ga nu maar weer snel aan het werk.’

‘Fijn dat u mijn excuses accepteert.’ Roos moest even slikken. ‘Ik kom ook voor iets anders, want ik kan u helpen.’ Ze voelde zich zo ongemakkelijk groot ten opzichte van de kleine mannen dat ze snel ging zitten.

‘Had ik u gevraagd zitting te nemen?’ vroeg Brahim streng alvorens zijn vader kon reageren. ‘U komt hier om te werken.’

‘Jazeker meneer, dat weet ik. Ik ben blij met het werk, maar ik heb ook een voorstel.’ Ze richtte bewust haar blik op de baas en niet op zijn zoon. De directeur keek haar onderzoekend aan. ‘U heeft veertig seconde.’

‘Hier worden tajines verkocht,’ begon Roos aarzelend.

‘Dat is bijzonder dat u dat hebt opgemerkt. Ik kan wel merken dat u gewend bent om op hoog niveau te werken,’ reageerde Brahim spottend.

‘Ik bedoel natuurlijk iets anders,’ herpakte Roos zich snel. Met haar gedreven blik waarmee ze vroeger altijd scoorde in vergaderingen keek ze de directeur fel aan: ‘U bent een zeer geslaagd zakenman en ik heb veel ontzag voor u omdat u de dozen zo goed hebt gecodeerd.’

Het gezicht van de man lichtte op: ‘Hoe weet u dat?’

Roos negeerde de vraag: ‘Ik wil mijn bewondering uitspreken voor uw werkwijze. Ik heb ook met coderingen gewerkt. Zal ik u laten zien wat er nog meer mogelijk is? Ik heb een idee, waar nauwelijks kosten mee gemoeid zijn, waarmee u uw tajines veel meer waarde kunt geven. Wanneer het lukt, dan kan ik u garanderen dat u er zeer hoge prijzen voor kunt vragen. En dan kunnen we ook de logistiek direct verbeteren. Zodat we de zendingen nog sneller en efficiënter op de bestemming krijgen.’

‘Sneller kan niet,’ antwoordde de man beslist. ‘En we weten zelf heel goed wat de markt wil. Onze producten zijn van uitstekende kwaliteit. Als we hogere prijzen vragen voor onze befaamde tajines, dan stort deze markt juist in. Wij weten heel goed waar we mee bezig zijn. U kunt beter dozen vouwen in plaats van u te bemoeien met zaken waar u geen verstand van heeft.’

‘Maar ik kan u toch helpen. Alstublieft, kan ik niet laten zien wat ik heb bedacht?’

De directeur stond op en wees haar de deur zonder haar een hand te geven.

Toen Brahim niet veel later het kantoor verliet, kon ze hem nog net tegenhouden voordat hij in zijn snelle auto stapte om terug te keren naar de grote stad waar hij met zijn familie woonde.

‘Waarom wil uw vader niet luisteren?’

‘Weet u dat echt niet?’ vroeg hij hautain. ‘U heeft een enorme fout gemaakt. Doordat u een partij hebt verwisseld, kan er een lading op een verkeerde plek terechtkomen.’

‘Hoezo? Roos keek hem geschrokken aan.

‘Elke doos heeft zijn eigen lading en bestemming, als het op de verkeerde plek terecht komt dan zijn de gevolgen niet te overzien. We zijn druk bezig om de schade te herstellen, hopelijk lukt dat. Als ik u was, dan zou ik me maar heel rustig houden.’

Zonder gedag te zeggen, stapte hij in en reed met grote snelheid weg, Roos achterlatend in een grote stofwolk. 

Dag vier: De test

Doodmoe werpt ze een blik op de inkomende berichten. Het zijn vooral facturen en vragen over geld. Ze heeft geen zin om de mails te openen. De mensen houden toch niet op met zeuren. Als ze gewoon geduldig zouden afwachten, dan zou het vanzelf goed komen. Of niet. Met een klap slaat ze de laptop dicht. Haar mobiel rinkelt, met tegenzin neemt ze op omdat ze zijn gesprek niet kan weigeren. Haar baas vraagt met ingehouden woede waar ze mee bezig is en of zij wel capabel is voor deze topfunctie. Ze legt de mobiel voorzichtig op het bureau en loopt naar het grote raam, de stem van haar baas klinkt steeds zwakker. Vanaf de hoogste verdieping van het luxueuze kantoor ziet ze rondom de stad liggen. De stad die zo goed voor haar is geweest, maar waar nu de aasgieren beneden op de loer liggen.

Roos knipperde met haar ogen. Het was lang geleden dat ze achter haar aan zaten. Wat wilde deze droom haar duidelijk maken?

Even later hoorde ze de praatjesmaker die op zangerige wijze korte gesprekjes voerde met haar buren. Het klonk bijna als een muziekstuk zoals hij met de woorden jongleerde en ze hoger en lager slingerde. Aan de opgewonden stemmen te horen, zou er bezoek komen.

Toen later op de middag een pruttelende motor rap naderbij kwam, stopten haar collega’s onmiddellijk met hun werk en snelden naar het dorp. Roos volgde hun voorbeeld en was nog net op tijd om te zien dat een bekende bezoeker de poort in liep. Op zijn vaste plek op het plein onder het afdak stalde de papierenman, keurig gekleed in een oud maar goed verzorgd pak, zijn spullen uit. Snel werd zijn tafel aangeschoven, waarop hij een zwartleren mat uitrolde en daarop zorgvuldig zijn notitieblok en vulpen neerlegde. Zijn handelingen werden gadeslagen door kinderen die hem schaamteloos aanstaarden. Uit verschillende huizen kwamen bewoners aangesneld die geduldig hun plek innamen in de rij in de brandende zon.

Roos genoot van de opwinding die ontstond wanneer hij aan het werk ging, ze had het al verschillende keren vanaf een afstand gevolgd. De mensen in het dorp deelden veel met elkaar, elk commentaar en handeling van de papierenman werd daarom in de rij besproken. Vandaag kon hij de meeste zaken snel afhandelen door een handtekening te zetten op een papier dat hij kreeg voorgelegd of door met een paar zinnen de bewoner gerust te stellen. Voordat ze zich kon bedenken, rende Roos naar haar kamer en haalde de onleesbare brieven met Arabische tekens van de plank. Ze pakte de bovenste van een stapel identiek uitziende brieven en sloot als laatste aan in de rij.

Met haar liefste glimlach vroeg ze in het Frans of hij ook haar kon helpen. De man bestudeerde de tekst, trok een peinzend gezicht en keek in zijn agenda. In het Berbers stortte hij een woordenstroom over haar uit. Toen ze hem vragend aan keek, antwoordde hij in het Frans: ‘Spreekt u geen Berbers of Arabisch? Dan heeft u een probleem. Binnenkort is de test.’

Roos reageerde geschrokken: ‘Wat bedoelt u?’ De man pakte zijn schrijfgerei, notitieblok en agenda in een grote aktentas en herhaalde: ‘Uw test is binnenkort.’

‘Wat voor test?’

De man keek haar onderzoekend aan en wierp snel een blik in de rondte. Roos wist dat haar bewegingen nauwlettend in de gaten werden gehouden, ook al deed iedereen of ze lucht was.

‘Heeft niemand u dat verteld? U moet laten zien dat u hier thuishoort. Zo niet, dan stopt de opvang. Heeft u zich niet voorbereid?’ vroeg hij op harde toon.

‘Op wat? Ik heb hard gewerkt. Dat moet toch voldoende zijn?’

‘Zeker niet. U moet bewijzen dat u over voldoende kennis beschikt en de taal beheerst om opgenomen te worden. U had inmiddels voldoende Arabisch moeten kennen zodat u deze brief had kunnen lezen. Voor het belangrijkste onderdeel bent u dus al gezakt. Als u geen moeite heeft gedaan om de taal te leren, waarom blijft u dan hier?’, vroeg hij nieuwsgierig.

‘Ik werk hier toch.’

‘Dat telt helemaal niet, want dat hebben zij voor u geregeld. Wat heeft u gedaan voor het dorp? Wat is uw bijdrage aan de gemeenschap?’

Roos keek hem weifelend aan. ‘Ze willen helemaal niet dat ik iets anders doe.’

‘Kunt u dit toelichten?’

‘Jazeker. Ik verricht het meest simpele werk dat er is, en zonder protest.’

‘Begrijp ik goed dat u protest aantekent tegen de werkzaamheden? De man trok zijn wenkbrauwen op.

‘Nee, zeker niet,’ haastte Roos zichzelf te verduidelijken. ‘Natuurlijk ben ik dankbaar dat ik hier mag wonen en dat ik werk heb. Maar het is jammer dat ze niet meer gebruik maken van mijn competenties en vaardigheden.’

De man keek haar zo vreemd aan dat ze voorzichtig vervolgde: ‘Vroeger had ik een belangrijke baan. Ik gaf leiding aan heel veel mensen. Het bedrijf floreerde in die tijd en we maakten enorme winsten.’

‘Waarom vertelt u dat? Wilt u hier soms ook de baas spelen?’

‘Nee natuurlijk niet,’ zei Roos snel. ‘Ik denk alleen dat ik het dorp zou kunnen adviseren om veel beter te draaien.’

‘Te draaien?’

Langzaam – zodat de man het beter zou begrijpen – vervolgde Roos: ‘Dit dorp heeft potentie. Als je een goede SWOT-analyse zou maken, dan zou het geld hier kunnen binnenstromen.’

Verbouwereerd vroeg de man: ‘Weten de mensen dat u dat wil?’

‘Jazeker,’ vervolgde Roos iets enthousiaster. ‘Toen ik hier kwam, heb ik direct contact gezocht met de sleutelpersonen en hen verzocht om de belangrijkste karakteristieken van het dorp te benoemen.’

De man kon een glimlach niet onderdrukken: ‘En, wat was hun antwoord?’

Roos haar gezicht verstrakte: ‘Ik ben herhaaldelijk langs geweest, maar ze wilden niet naar mij luisteren. Ik heb het in verschillende talen geprobeerd. Als ik eerlijk ben, denk ik dat ze helemaal niet hebben geluisterd.’

‘Maar wat heeft u dan voorgesteld?’

‘Dat ligt toch voor de hand. Dit dorp heeft een verhaal. Als je dat zorgvuldig in de markt zet, dan kun je daar een mooi product van maken. Met rondleidingen, producten, specials. Het is nauwelijks werk. Ik snap niet waarom mensen deze kans niet hebben aangegrepen.’

De man haalde zijn schouders op. ‘Misschien omdat zij het wel goed vinden zoals het nu is.’

‘Je kunt toch niet tevreden zijn met eindeloos dezelfde handelingen uit te voeren. Ze leven hier nog in de oertijd.’

‘Nou als u het hier niet bevalt dan zou ik u aanraden om het dorp te verlaten.’

‘Nee, zo bedoel ik het niet,’ haastte Roos zich om het te verduidelijken. ‘Ik heb me erbij neergelegd dat dit nu mijn leven is. Ik kan nergens anders naar toe. Kunt u mij niet helpen met het examen? Als ik iets meer tijd krijg, dan lukt het vast.’

‘Ik ga hier niet over. Ik heb alleen uw brief vertaald. Als ik u was, dan zou ik me goed gaan voorbereiden. Wie weet, kunt u uitstel aanvragen.’

‘Wat voor vragen krijg ik?’

Hij keek haar onderzoekend aan. ‘Kunt u humus maken?’

‘Jazeker!’ Roos keek hem triomfantelijk aan. ‘Dat maak ik al jaren.’

De man schudde zijn hoofd. ‘Dat was een strikvraag. Alleen de experts van het dorp mogen dit. Zij hebben de recepten overgedragen gekregen en weten exact hoe je de ingrediënten moet mengen zodat het altijd dezelfde hoge kwaliteit heeft.’

Beteuterd keek Roos hem aan. ‘Zo moeilijk is het echt niet. Ik heb nog nooit een klacht gehad.’

De man haalde zijn schouders op: ‘Ik denk dat u uw zaak met deze houding geen goed doet. Ik stel u nog een vraag. Kunt u de zaghrata nadoen?’

‘Wat is de zaghrata? U bedoelt dat geluid dat vrouwen maken met hun tong?’ Opgetogen probeerde Roos het klakkende geluid na te bootsen.

De man deinsde achteruit. ‘Wat denkt u wel niet? Hoe durft u dit te doen! Kent u helemaal geen schaamte?’

Hij keurde haar verder geen blik meer waardig en liep met ferme pas weg.

Met een bezorgd gezicht liep Roos diep in gedachte terug naar haar kamer. Waarom had Abir haar niet verteld hoe het ervoor stond en dat ze een test moet doen? Zou zij haar ook liever kwijt zijn?

Alle nare gebeurtenissen kwamen altijd in drieën.

Na de aanval van Raaf wist ze dat er op korte termijn iets anders zou gebeuren dat haar leven zou veranderen. Zoals ze nu ook zeker wist dat de derde ramp in de reeks binnenkort zou volgen.

Dag vijf: Vrije dag

Zand, zand, zand, overal waar ze kijkt is zand. Haar ogen kan ze nauwelijks openhouden door de zandkorrels, als ze deze sluit wordt de pijn nog erger. In het mulle zand zakte ze snel diep weg. Ze komt steeds langzamer vooruit. Op een heuvel verliest ze haar evenwicht. Uitgeput komt ze meters lager overeind.

Toen ze haar ogen opende, realiseerde ze zich opgelucht dat het vrijdag was, de enige vrije dag van de week. Ze hoefde zich niet te haasten, want niemand zat op haar te wachten. Even voelde ze zich uitgeput, direct daarna was de strijdlust terug toen ze zich weer de inhoud van de brief herinnerde die haar veilige bestaan hier op losse schroeven zette. Ze liet zich niet zomaar wegsturen, wat dachten ze wel niet?

Bij het opstaan hield ze zichzelf voor dat het wellicht niet zo’n vaart liep. Ze had toch gewerkt en daar hadden ze haar nauwelijks iets voor betaald. Eigenlijk was het schandalig dat ze zoveel uren in die hete loods moest werken voor zo’n schamel loon. Het was uitbuiting, maar jammer genoeg kon ze daar weinig tegen doen. Ze konden haar toch niet zomaar het dorp uitzetten? Met een ongemakkelijk gevoel dacht ze aan de test die haar te wachten stond. Arabisch en Berbers was zo moeilijk. Ze konden toch niet serieus verwachten dat ze naast haar werk ook nog de taal zou leren? Daar had ze echt geen energie meer voor. Hoe konden ze verwachten dat ze de antwoorden wist op vreemde vragen? Niemand had haar immers geïnformeerd.

Vandaag zou een toeristenbus het meest gastvrije dorp van de regio aandoen. De bewoners reageerden gelaten op het bericht van de praatjesmaker, want deze flitsbezoeken verliepen vaak teleurstellend. Vanwege hun goede naam sprak het voor zich dat ze toch altijd ja zeiden wanneer er een verzoek kwam. De vrouwen begonnen direct met de voorbereidingen. Toen Roos een keer had aangeboden om mee te helpen, had ze honderden uien mogen snijden. De sterke geur had zo’n effect gehad op haar ogen dat ze nog dagen later eruitzag alsof ze was mishandeld. Nadat ze alle uien had gesneden, had een oudere vrouw die de leiding had, haar hoofd geschud. Haar hulp werd vervolgens altijd afgewezen.

Op haar vrije dag scharrelde Roos vaak wat rond, zo ook vandaag. In de moestuin waren vrouwen met een gebogen rug groentes aan het plukken waarmee ze hun manden vulden. Ook hier had ze wel eens haar hulp aangeboden, maar ze bleek niet geschikt om in de hitte zonder enige beschutting te werken. Nadat Roos een opkomend gewas had aangezien voor onkruid dat ze rigoureus had verwijderd, hadden de vrouwen haar dringend verzocht om te gaan.

Abir had aangegeven dat ze vandaag geen tijd had om met haar te praten, ze wilde nog een paar jurken afmaken in de hoop dat ze deze kon verkopen. Afgezien van Abir sprak bijna niemand met Roos dus het zou een saaie dag worden tot dat de toeristen arriveerden. Omdat zij verschillende talen sprak, was het haar taak om de mensen te vermaken. Met een ongemakkelijk gevoel had ze de eerdere bezoeken van de toeristen bijgewoond, die meestal volgens hetzelfde patroon verliepen. Volgens goed gebruik werden de beste stoelen aan de gasten gegeven, daarna aten zij in mum van tijd alle gerechten op en bleef er weinig tot niets over voor de bewoners. Nadat er een flink aantal foto’s was gemaakt verlieten ze het dorp een uurtje later, waarbij ze meestal drie pakjes goedkope thee als bedankje overhandigden.

Om het bezoek gunstiger te laten verlopen, was er een bordje geplaatst bij de poort dat bezoekers welkom heette en uitnodigde voor een maaltijd. Er werden zelfs prijzen vermeld. Zo moest het beter gaan, ook al bleven sommige bewoners bezwaar maken omdat het indruiste tegen hun idee van gastvrijheid.

Op het plein keek ze naar de vrouwen die met veel gebaren, gelach en geklets de lunch aan het bereiden waren. Naast iedere vrouw stond een grote bak waarvan de inhoud op de tafel in ramp tempo werd gesorteerd, schoongemaakt en gesneden. Op de tafels verrezen bergjes in vrolijke kleuren. Ieder had zijn eigen tafel en eigen product. Zo werden er pompoen, courgette, aubergine en tomaat schoongemaakt en in partjes gesneden. De knollen die op aardappels leken en de erwten stonden al op tafel. Sporadisch kwam er vlees op tafel, wanneer er herders langs waren geweest met een schaap of geit. Vlees was een uitzondering, ook vandaag werd er een vegetarisch gerecht bereid. Meestal waren er zes verschillende ingrediënten voor de stoofpotten waar ze door toevoeging van kruiden verschillende smaken konden creëren in de tajines. Roos kon zich er geen voorstelling van maken waar de vrouwen over praten. Tijdens het uienschillen had ze via Brahim, die er die keer toevallig bij was, geprobeerd om wat aansluiting te vinden. Ze hadden haar aangekeken alsof ze van een andere planeet kwam toen ze vroeg wat de personal branding van het dorp was en of er een dresscode was voor het eten. Vandaag moest ze extra opletten zodat ze kon laten zien dat ze inmiddels wel degelijk kennis had van lokale gebruiken zodat ze de test goed zou maken.

Einde contract

Rond de middag was alles klaar en kwam er een heerlijke geur uit de tajines die stonden te pruttelen op het vuur. Roos hoopte dat het bezoek vandaag een succes werd. Het was één keer voorgekomen dat de toeristenbus het dorp voorbij was gereden omdat een ander bezoek was uitgelopen. De chauffeur en de gids waren niet eens gestopt om te laten weten dat ze geen tijd meer hadden voor de tour door het dorp. De bewoners hadden lange tijd gewacht en daarna de maaltijd die inmiddels koud was geworden zelf gegeten. Omdat ze voor een groep veel luxer kookte dan voor henzelf, was het enthousiasme voor de bezoeken gekelderd. Daardoor werd het nog moeilijker voor de dorpsoudste om de bewoners te motiveren zich in te zetten voor het meest gastvrije dorp in de regio.

Toen de bus precies op tijd arriveerde, ging er een zucht van verlichting over het plein. Daar stonden de tafels en stoelen al klaar voor een groot gezelschap. De toeristen hadden resoluut hun hoofd geschud toen Roos hen vriendelijk had gevraagd of ze mee wilden eten. In de schaduw van de bus aten zij hun zelf meegebrachte eten op, ze hadden geen behoefte om het dorp in te gaan. Slechts vijf toeristen volgden haar naar het plein. Om de gasten zich niet ongemakkelijk te laten voelen, was de afspraak dat alle lege stoelen gevuld moesten worden door de bewoners. Normaal aten de bewoners nooit samen op het plein. Roos kon zien dat ze zich ongemakkelijk voelden, omdat ze liever in hun eigen keuken aten. Brahim was er ook, constateerde Roos verbaasd.

De bezoekers vroegen haar of ze een tafel apart konden krijgen toen ze de lange tafels in het oog kregen, zo hoefden ze de bewoners niet te storen. Ze hadden zo’n druk programma, legde een vrouw uit, en ze hadden daardoor weinig energie om met de bewoners te praten, die ze immers toch niet konden verstaan. Het aanbod van Roos om bij hen te zitten, sloegen ze resoluut af. Ze vonden het prima om snel een hapje te eten, daarna moesten ze immers snel weer door want ze moesten nog veel bekijken vandaag. De vrouw vroeg haar of ze de kaart kon brengen, want ze hadden zin in een lekker stuk vlees. Ongemakkelijk gaf Roos aan dat er alleen vegetarisch was gekookt en dat alles al klaar was. De vrouw mopperde dat dit niet de afspraak was, want ze hadden gehoord dat al hun wensen zouden worden vervuld in het meest gastvrije dorp van de regio. Even leek het alsof ze op zouden staan, maar tot Roos haar opluchting lieten ze zich vervolgens bedienen. Zelf ging ze aan een lange tafel zitten, omdat haar aanwezigheid niet gewenst was bij de groep.

De dorpsoudste, die haar alleen op de eerste dag hartelijk welkom had geheten maar haar daarna zoveel mogelijk uit de weg was gegaan, liep naar haar toe. Met een vriendelijk gezicht knikte hij haar toe waarbij hij Brahim vroeg het te vertalen: ‘Blijf maar zitten.’ Roos had er even niet aan gedacht dat ze uit eerbied op had moeten staan.

‘Ik hoop dat u hier een goede tijd hebt gehad. Weet u al waar u nu naartoe gaat?’ vroeg hij terwijl hij op haar neer keek.

Verbouwereerd keek Roos hem aan: ‘Nee, niet echt.’

‘Het beviel hier niet?’ vroeg de oude man.

‘Nee, dat bedoel ik niet,’ haastte Roos hem gerust te stellen. ‘Ik heb geen plannen.’

‘We hadden verwacht dat u het hier niet lang uit zou houden.’

‘Het is fijn dat ik hier kan wonen,’ reageerde Roos aarzelend, omdat ze niet goed begreep wat hij van haar wilde.

‘Weet u dat zeker? We hadden niet de indruk dat u veel moeite wilde doen om u onze manier van leven eigen te maken. Dat maakt ook niet uit, want er komt snel een einde aan.’

‘Waarom? Is de baas nog steeds kwaad over het verwisselen van de kleuren? Ze leken echt heel veel op elkaar,’ riep Roos uit met een hoge stem.

De oude man schoot in de lach: ‘Nee natuurlijk niet, er zijn belangrijker zaken om u druk over te maken. Het contract loopt af, dat is de reden.’

‘Ik heb nooit een contract getekend!’

‘Nee, maar wij wel. We hebben een overeenkomst dat we u op zouden vangen. De mensen die hun huis aan u hebben afgestaan willen heel graag terugverhuizen. En ook is er geen werk meer voor u in de fabriek. Onze mensen doen het veel sneller.’

‘Ik wist helemaal niet dat het huis van iemand anders was.’

‘Wat had u dan gedacht? Dat de kamer speciaal voor u was gebouwd? En dat de baas speciaal op u had gewacht om u werk te geven?’

Ze opende een paar keer haar mond om vervolgens deze weer dicht te klappen. ‘Maar wat nu?’

‘We krijgen van de overheid nog een paar dagen geld voor de opvang, maar dan moet u vertrekken.’

‘Betaalt de overheid jullie?’ riep ze opnieuw met grote, verbaasde ogen.
‘Ja natuurlijk, u komt toch uit een rampgebied. Wij hebben de taak op ons genomen om u op te vangen, maar daar komt nu een einde aan. U bent voldoende bij gekomen om uw eigen pad weer te volgen.’

Het klamme zweet stond op Roos haar rug. Hoe ellendig ze zich ook af en toe had gevoeld, hier was ze veilig geweest. Nieuwsgierig keken de dorpelingen toe hoe ze het nieuws opnam, daarom liet Roos niet zien wat het haar deed en hoe zeer het haar beangstigde dat ze opnieuw moest vertrekken. Gelukkig werd de aandacht even van haar afgeleid door de bezoekers die zich klaarmaakten om te gaan.

Dag Roos had gezien dat er enorme hoeveelheden eten waren geoberd door de vijf gasten. De meeste schotels waren aan hun tafel leeg gegeten. Toen de gasten haar om de rekening vroegen en ze hen probeerde duidelijk te maken dat ze wel erg veel gegeten hadden, reageerden ze gepikeerd. Ze wilden korting omdat geen enkel gerecht vlees had bevat. Op tafel gooiden ze wat geldbiljetten neer dat bij lange na niet genoeg was voor de kosten die de bewoners hadden gemaakt. Op hetzelfde moment werd de motor van de bus aangezet, zodat de bezoekers zonder bedankje snel weg liepen om op tijd te zijn. Verontwaardigd werd geconstateerd dat de vijf gasten hadden gegeten voor twintig en exact vier maaltijden hadden afgerekend. Toen Roos ook haar verontwaardiging daarover wilde uiten keken ze haar aan alsof zij de schuldige was. Brahim gaf haar te kennen dat het niet haar zaak was en dat ze beter kon vertrokken.

In haar kamer haalde ze een paar geldbiljetten tevoorschijn, waarmee ze hooguit een busticket en een paar maaltijden kon betalen.

Roos sprak zichzelf streng toe. Ze moest de angstgolf bedwingen. Het had toch geen zin om hier nog langer te blijven. Maar waar moest ze naartoe?

Dag zes: Herinneringen aan Pergine

Door de stevige massage worden al haar energiestromen geprikkeld. Ze voelt zich weldadig in het mooie badhuis dat prachtig versierd is met antieke schilderingen. Op het marmeren blad zijn drie mannen bezig om haar lichaam te reinigen. Ze voelt zich heerlijk. Zacht fluisteren ze lieve dingen over hoe mooi en lief ze is. Ze bieden heerlijke hapjes aan die ze gretig aan neemt. Liefkozend haalt een man de resten weg bij haar mond van een aardbei die wat sporen heeft achtergelaten. Haar lichaam is compleet ontspannen. Met een weldadig gevoel hoort ze een zachte bel ten teken dat de sessie voorbij is.

Bij de deur staat Freddy haar op te wachten met een brede glimlach. ‘Je hebt genoten he? Er komt nog veel meer. We gaan straks spiritueel vingerverven. Zorg dat je je energiestromen vasthoudt. Dan ga je zeker weer een meesterwerk maken.’ Zijn stemming slaat opeens om en hij kijkt haar ijzig aan. ‘Heb je eraan gedacht om eindelijk geld over te maken? We vertrouwen je, maar je loopt achter met de betaling. Voor ons is het beter als je een paar sessies vooruitbetaald zodat we zeker weten dat het goed zit.’ Met een geïrriteerd gezicht omdat hij haar zo ruw heeft gestoord in haar weldadige gevoel vraagt ze korzelig om welk bedrag het gaat. Voelt ze zich net fantastisch en dan komt hij weer met zijn aardse zaken.

‘Als je twee ton overmaakt, bij voorkeur nog voor de middag, dan zal je mij voorlopig niet meer horen over geld. Ik zie hoe het je stoort, maar af en toe moet je echt met die prachtige benen van je op de grond worden gezet lieve mooie Roos. Voordat we ons dagprogramma vervolgen moeten we ook nog even bij de nieuwe onderzoeksdame langs. Ze wil graag het effect van de ochtend meten en je stemming.’

‘Moet dat nu? Ik ben al zo vaak geweest voor metingen. Het enige wat ze doet is eindeloos veel vragen stellen over mijn stemming voor, tijdens en na de sessie. Ze moeten nu inmiddels genoeg informatie hebben. Ik heb mijn ervaringen zeker al aan zes verschillende mensen verteld.’ Waarom komt hij daar nu mee terwijl ze zich net zo heerlijk voelde!

‘Lieve prachtige Roos, je bent nog mooier als je zo kwaad kijkt. Je weet heel goed hoe belangrijk het is dat we goede testresultaten hebben. Dankzij jouw ongelooflijke inbreng kunnen we straks zoveel mensen gelukkig maken. Kom, het duurt maar even. En daarna kun je weer volop genieten.’

Nog half in slaap keerde ze in gedachte terug naar Pergine. Iedere dag kwamen nu de beelden en gesprekken boven uit haar verleden, die ze eerder had verdrongen.

Hoe kon het dat haar leven steeds zulke extreme wendingen aannam? Nu ze wist dat er een einde kwam aan het verblijf hier, waren de herinneringen aan de periode dat ze gevlucht was uit Pergine sterker dan ooit. Daar was ze eerst een zeer welkome gast geweest, ze had immers zoveel kapitaal ingebracht om het project een flinke stap vooruit te helpen. Het sprak voor zich dat ze daardoor ook mee mocht denken over Trip dat de wereld zou veranderen. Maar in de praktijk hielden ze haar steeds vaker overal buiten. Ze was goed genoeg om enorme bedragen te betalen om de therapieën te volgen, en al haar kennis te delen hoe het bij haar werkte, bedacht ze schamper. Maar daarbuiten hadden ze haar steeds meer gemeden. Natuurlijk had ze het niet op zich laten zitten. Ook bij vergaderingen waarvoor ze niet was uitgenodigd, was ze opgedoken, want zij had immers een belangrijke stem die gehoord moest worden.

Ze had enorme bedragen uitgegeven aan de therapieën, maar uiteindelijk had het niets opgeleverd. Toch was het een fijne ervaring geweest dat mensen door haar heen leken te kijken en haar kracht leken te vergroten met allerlei sessies. Ze had zich vaak afgevraagd wat echt en wat verbeelding was geweest.

En toen was daar de ramp die alles in een ander licht zette.

Vlak daarvoor had Roos zich nog druk gemaakt om een sombere bui die te lang bleef hangen. Toen het noodweer uitbrak, had ze het eerst ervaren als weer iets dat haar overkwam. Tot het weer steeds slechter werd en er een orkaan woedde. Nooit zou ze het lawaai vergeten van de rotsen die met oorverdovend lawaai naar beneden waren gedonderd.

Daarna was het dorp compleet veranderd. Ze hadden haar nauwelijks meer zien staan. Vóór de ramp was het geweldig geweest, na de ramp hadden de bewoners genoeg aan zichzelf en kwam het euforische gevoel niet meer terug. Gekwetst dacht ze aan alle herinneringen waarbij ze steeds vaker buitengesloten werd. Toen haar geld helemaal op was, zagen ze haar niet meer staan. Achteraf wist ze niet wat meer schade had aangericht: de ramp of de houding van de mensen ten opzichte van haar in de periode daarna.

Ze schudde de herinneringen van zich af. Wanneer het licht werd verdwenen ze hopelijk weer naar de achtergrond.

Tour door Tamedakhte

Net zoals iedere dag liep ze langs de winkeltjes die al geruime tijd open waren. Nu ze wist dat ze hier niet lang meer zou zijn, bekeek ze hen met andere ogen. De winkeliers wachtten rustig op de dingen die zouden komen. Het contrast met Pergine was immens groot. Daar had iedereen veel aandacht voor elkaar en als je geld meebracht kon je geluk kopen. Hier had ze niets, maar ook als ze wel geld had gehad dan had ze daar niets mee bereikt. Of zouden de dorpelingen haar dan anders hebben benaderd? Ze wist bijna zeker dat het geen verschil had gemaakt. Als ze eerlijk was dan had ze er een aardig bedrag voor over gehad als de dorpelingen wat vaker naar haar hadden geluisterd en oog voor haar hadden gehad.

Abir liep haar opgewonden tegemoet. ‘Wat is er allemaal aan de hand? Gisteren hadden jullie het zo druk met de bezoekers, dat niemand er aan heeft gedacht om mij te informeren. Jij ook niet! De praatjesmaker kwam vanochtend speciaal bij mij langs om het nieuws te vertellen. Hij verontschuldigde zich dat hij er niet eerder aan had gedacht dat ik het ook graag zou willen weten. Blijkbaar ben ik de laatste die het heeft gehoord.’

Roos groette haar met een somber gezicht. ‘Ik moet blijkbaar een test doen om te bewijzen dat ik waarde lever voor het dorp.’

‘Nou dat kan ik ze ook vertellen, voor mij ben je van groot belang. Zonder jou zou mijn leven zó saai worden! Natuurlijk begrijpen we elkaar niet altijd, maar dat maakt niet uit.’ Abir pakte lief haar hand. ‘Het zal vast meevallen. We vinden wel iets waarmee we je kunnen helpen.’

‘Dat zou fantastisch zijn. Hier ben ik veilig. Ik heb geen idee waar ik anders heen kan.’

‘Natuurlijk ga ik je helpen.’ Het gezicht van Abir lichtte op: ‘Kun je me een groot plezier doen en deze jurk aandoen?’

Verbaasd vroeg Roos: ‘Waarom?’

‘Als zij zien dat er belangstelling is voor mijn mooie kleding, dan komen zij ook.’ Zo’n twintig mensen liepen achter een gids aan die hoog boven haar hoofd een bordje droeg met daarop het getal zes.  Blijkbaar was er vandaag alweer een bus gestopt, dat kwam zelden voor zo snel achter elkaar. Voor Abir was dit een kans om goede zaken te doen. Snel maakte Roos in gedachte een doelgroep analyse. De meeste toeristen waren ruim de zestig gepasseerd, ze schatte in dat ze uit Noord-Europese landen kwamen. Van twee echtparen wist ze bijna zeker dat ze Nederlands waren. Ze zagen eruit alsof ze uit een kledingbak snel wat stukken hadden gegraaid zodat ze daar geen geld aan hoefde te spenderen. Abir sprak regelmatig haar verbazing uit hoe slecht gekleed de vakantiegangers waren. Met gespeelde verontwaardiging beschreef ze de goedkope shorts en pyjamabroeken aan Roos, wanneer er weer een groep langs was geweest. Abir kon zich niet voorstellen dat mensen ervoor kozen om de indruk te wekken dat ze straatarm waren, én dat ze geen smaak hadden. Het zou nog lastig worden om deze mensen aan te sporen iets te kopen, terwijl de kleding van Abir van hoge kwaliteit was. Aan de verveelde blikken te zien, was de groep niet in een beste stemming. Dat zou de verkoop niet bevorderen.

‘Ik hoop wel dat ze hier de echte hamburgers hebben en echte cola en niet die neptroep. Ik heb al in een eeuwigheid geen fatsoenlijk eten gehad.’ Een vrouw van een jaar of dertig, gekleed in een vormloos korte knalblauwe broek en een rood mouwloos T-shirt waardoor haar fel verbrande huid nog een tintje roder werd, liep geërgerd voor de groep uit. ‘Er staan hier nergens reclameborden. Hoe weet je dan wat je moet kopen? Waarom zijn we hier eigenlijk? Er is geen terras en ik zie ook geen winkels. Wat mij betreft kunnen we direct verder gaan. Zulke dorpen hebben we al zoveel gezien.’ Verontwaardigd keek ze naar de groepsleden die zeker twee keer zo oud waren als de jonge vrouw. Abir kreeg Roos vragend aan, maar zij had geen zin om dit te vertalen. Het zou haar onnodig kwetsen als ze hoorde hoe toeristen op haar dorp reageerde.

Een oude man vroeg zacht aan de vrouw die naast hem stond: ‘Vind je het erg als ik terugga naar onze bus. Ik ben zo moe en het is hier warm. In de bus is het lekker koel.’

Het felle antwoord kwam direct: ‘Nee schat, natuurlijk niet. We hebben hiervoor betaald, dus we gaan er snel doorheen. We moeten wel zorgen dat we alles meemaken, anders is het doodzonde van ons geld.’

De druk gebarende gids – Roos schatte in dat ze begin twintig was – klapte in haar handen. In het Frans en daarna in het Engels sprak ze de groep toe: ‘Welkom in Tamedakhte. Dit is het oudste dorp in de regio. Onderzoek heeft aangetoond dat hier al duizenden jaren geleden mensen woonden. De bewoners leven hier op traditionele wijze. U krijgt hier een uniek inkijkje waarbij u teruggaat in de geschiedenis. De tradities en gebruiken zijn hier nog hetzelfde als honderden jaren geleden. Hier kennen ze nauwelijks het begrip geld en ze eten van wat het land hen geeft. Een supermarkt met blikgroente zult u hier niet vinden. De bewoners zijn nauwelijks contact gewend met de buitenwereld. Het is daardoor extra bijzonder dat ons bedrijf u de kans geeft deze wereld te betreden, waar de tijd letterlijk stil heeft gestaan. Hier zult u geen klokken aantreffen, geen telefoons, televisie of andere communicatiemiddelen. De bewoners hebben geen idee hoe de buitenwereld eruitziet. We raden u aan om daar rekening mee te houden als u straks het dorp met eigen ogen gaat zien. Heb respect voor de gebruiken. Let ook op de kleuren, die zijn fantastisch om te fotograferen. Met deze foto’s zult u thuis zoveel indruk maken. Ik zou u wel aanraden om het zo onopvallend mogelijk te doen, want een camera kan hen afschrikken.’

De vrouw keek even op haar horloge: ‘Het is nu exact 9.12 uur. We hebben precies 21 minuten om een kijkje te nemen. Hopelijk hebben we vandaag geluk en kunnen we onderweg verschillende ambachtslieden aan het werk zien. Het dorp heeft speciaal voor u drie typische producten gemaakt om aan de buitenwereld te laten zien wat hun vakmanschap is. U kunt de bewoners eren door een versierde spiegel, een prachtig handgemaakt mandje en een mooie hamamdoek mee te nemen. Zo maakt u direct kennis met dit volk. We hebben geen tijd voor afdingen, dus betaal gewoon de volle prijs. Ze vragen er nauwelijks iets voor en u beledigt ze wanneer u weigert. U kunt het later altijd weggooien, als het toch niet bevalt. Voor de zekerheid wil ik iedereen erop attenderen om uiterlijk 9.33 uur terug te zijn bij de hoofdingang. We hebben een vol programma vandaag en we komen in de problemen als we moeten wachten.’

Ze keek streng naar de groep. ‘Is alles duidelijk?’

De mensen knikten vermoeid. Roos kreeg sterk de indruk dat de groep weinig zin had in het bezoek.

Roos wordt herkend

Abir liep met een arm vol sjaals en haar breedste glimlach op het gezelschap af. Een gekleurde doek drapeerde ze zorgvuldig over de schouders van een oudere vrouw. Daarna liep ze een klein stukje naar achteren. ‘Dit staat u fantastisch. Vindt u ook niet?

De man die waarschijnlijk haar echtgenoot was, blafte in het Nederlands: ‘O nee, niet weer. Hier heb ik echt geen zin in. Je moet haar gewoon negeren. Ze denkt zeker ook dat we een wandelende portemonnee zijn.’ De vrouw keek haar man ongerust aan: ‘Wat moet ik nu doen? Ik heb hier toch ook niet om gevraagd.’ ‘Gewoon de doek teruggeven. Het staat je trouwens vreselijk.’ Geërgerd haalde hij de doek van haar schouders en gaf het met een ruw gebaar terug. Toen Roos even zijn blik ving, keek hij haar nadenkend aan.

Aarzelend vroeg hij in het Nederlands: ‘U woont hier?’ Toen Roos deed alsof ze hem niet verstond, kwam hij een paar stappen dichterbij. Brutaal keek hij haar aan en vervolgde: ‘Ik ken u!’ Triomfantelijk zei hij tegen zijn vrouw: ‘Dat we haar hier moeten tegenkomen. Dat zouden ze thuis eens moeten horen.’ De man haalde zijn telefoon tevoorschijn en voordat Roos het in de gaten had, nam hij snel een paar foto’s van haar.

De gids en Abir hadden het schouwspel met verbazing gadegeslagen. De gids liep vragend naar Roos toe en sprak haar streng toe in het Frans: ‘U weet toch dat we een heel strak tijdschema hebben. Wat is hier aan de hand? We moeten echt snel door anders missen we de volgende stop.’

Roos haalde haar schouders op en probeerde zo vloeiend mogelijk in het Frans te antwoorden. ‘Ik heb geen idee waar die man het over heeft. Hij verwart mij met iemand anders.’

Snel draaide ze zich om, maar de gehele groep was inmiddels nieuwsgierig om haar heen komen te staan. De vrouw die net nog een doek om haar schouders had gehad, bekeek haar nieuwsgierig en voordat Roos het door had, had de vrouw met een ruk de hoofddoek van haar hoofd getrokken waardoor haar stroblonde haar tevoorschijn kwam. ‘Zie je wel, volgens mij is ze het echt,’ riep ze met schelle stem naar haar man. ‘Nou dame, jij hebt wat uit te leggen,’ zei ze spottend.

Roos keek zo strak mogelijk voor zich uit waarbij ze probeerde te veinzen dat ze er niets van begreep. Inmiddels was de groep om haar heen steeds groter geworden, nieuwsgierige dorpelingen staarden haar nu ongegeneerd aan. Deze rel wilden ze niet missen.

De gids riep met overslaande stem: ‘Mensen! Ik versta geen woord van wat jullie zeggen. We hebben hier echt geen tijd voor. We moeten snel het dorp door, we verliezen tijd. Kom, we moeten gaan.’

Toen niemand in beweging kwam, stapte de gids met een woedend gezicht uit de groep. ‘Als u mij nu niet volgt, dan moet u zelf maar zien hoe u thuiskomt. Ik heb hier geen tijd voor.’

Roos keek smekend naar de mensen in de hoop dat ze haar zouden volgen. ‘Het is een prachtig dorp, het zou zonde zijn als u dit mist,’ sprak ze in rap Frans. Haar hart klopte in haar keel, ze was volledig omsingeld en zocht naar een uitweg. Triomfantelijk haalde een vrouw iets tevoorschijn. ‘Wacht, dit wilt u vast zien.’

Ze pakte haar arm stevig beet.

‘U wilt zeker opnieuw vluchten he?’ Venijnig duwde de vrouw een verfrommeld artikel onder haar neus.

‘Doe maar niet alsof u mij niet verstaat. We weten heel goed dat u het bent.’

Angstig keek Roos naar het echtpaar dat haar boos aan keek.

‘U heeft wel wat op uw geweten he?’ zei de man op hoge stem. ‘Hoeveel geld heeft u achterovergedrukt? Waren het miljoenen of miljarden?’

Geschokt keek Roos hem voor het eerst recht aan. ‘Wat zegt u?’

‘Zie je wel, we hadden gelijk. Ze spreekt wel degelijk Nederlands,’ zei de vrouw triomfantelijk. Met een verbeten gezicht vouwde ze het artikel zo goed mogelijk glad.

‘Mysterieus bot blijkt van ezel’ las ze boven een klein artikel op pagina 9. De krant was al een paar weken oud. Op de begeleidende foto herkende Roos zichzelf uit goede tijden. Daarnaast stond een compositietekening hoe ze er nu uit zou kunnen zien.

‘Hoe komt u erbij dat ik een dief ben?’ riep Roos uit. ‘Hoe kunt u zo makkelijk conclusies trekken zonder dat u het verhaal kent? U kent mij helemaal niet. Hoe kunt u mij zo beschuldigen?’ Haar stem sloeg over van woede.

‘Misschien wordt het tijd dat u uw verhaal doet. U weet dat u al heel lang gezocht wordt?’

Roos schudde haar hoofd. ‘Nee dat wist ik niet. Ik ben niet gevlucht, ik ben een slachtoffer van een verschrikkelijke ramp.’

‘Dus u beweert dat u geen miljoenen achterover hebt gedrukt?’ vroeg de man spottend.

‘Wat denkt u nu zelf? Zou ik dan zo leven in een dorp als dit?’ schreeuwde Roos terug. ‘U heeft uw mening allang klaar. U wilt helemaal niet mijn verhaal horen. En zal ik u eens wat zeggen. Mijn verhaal krijgt u ook niet!’

‘Rustig mevrouwtje. U zult toch kunnen begrijpen dat wij onze kans niet laten lopen. Er staat een beloning op uw hoofd. We laten u niet zomaar gaan.’

Roos had zich al losgerukt en schoot een steeg in. Zij kende ieder plekje in dit dorp. Via achterafstraatjes sloop ze, waarbij ze er goed op lette zo min mogelijk de aandacht te trekken, door de steeg die naar het hoogste punt leidde. Aan een waslijn voor een raam hing een rood lang gewaad en gele omslagdoek. Roos keek snel om zich heen en griste het van de lijn. Hiermee kon ze zowel haar lichaam en haar gezicht kon verhullen, al waren de kleuren wel erg fel.

Boven in het dorp hield ze pas stil. Haar hart ging als een wilde tekeer. Toen ze vanaf haar vaste plek uitkeek over het doolhof, realiseerde ze zich pas goed hoe geschrokken ze was. Het gevaar kwam zoals altijd van drie kanten. Heel lang was het rustig geweest en had ze hier een eentonig bestaan geleid. Tot de woedeaanval van Raaf, dat was de eerste waarschuwing. Het bericht dat ze het dorp moest verlaten, was de tweede in de serie. Het opsporingsbevel in de krant was de derde.

Haar tijd hier was voorbij, dat was zeker.

Beneden zag ze de groep toeristen door de straatjes snellen. Als ze niet zo bang was geweest, had ze er hartelijk om moeten lachen. Het was net een slang die in stukjes door de steeg gleed. Roos hoorde de gids gillen waarbij het bordje in de lucht alle kanten op zwaaide. Niet veel later zag ze de groep het dorp verlaten en in de toeristenbus stappen. Opgelucht haalde ze adem.

De hele dag bleef ze boven op haar schuilplek. Pas toen de straten volledig in het duister waren gehuld sloop ze langzaam naar haar kamer. Ze keek voor een laatste keer rond. Nu al kon ze zich bijna niet meer voorstellen dat ze hier in alle rust had geleefd, ontelbare dozen had gevouwen en nauwelijks contact had gehad, afgezien dan van Abir. Zij had haar leven hier draaglijk gemaakt. Het leek nu al een andere wereld. Heel even deed ze voor de laatste keer in de kleine bedompte ruimte haar ogen dicht. Bijna onmiddellijk keerde ze in haar nachtmerrie terug naar Pergine, waar ze zulke ongelooflijke dingen had meegemaakt.

Droom over Pergine

‘Je gaat over lijken en daar lijk je geen enkel probleem mee te hebben.’ Irene, de lange magere bakkersvrouw, kijkt haar woedend aan. ‘Ik zie wel waar je mee bezig bent. We hebben je allemaal door. Als je niet snel vrijwillig vertrekt, dan ..’

Roos stribbelt tegen: ‘Jullie kunnen me niet wegsturen. Ik kan nergens naartoe.’

‘Daar had je eerder aan moeten denken voordat je ons magische dorp Pergine in het verderf stortte.’

‘Ik zie dat je kwaad bent, dat kunnen we bespreken. Maar het is niet eerlijk om mij overal de schuld van te geven.’

Irene wordt nog kwader: ‘Nee, hoezo niet? Wie is er dan de oorzaak van dat onze handel volledig is verdwenen? En wie wil jij de schuld geven van al die mensen die vermist zijn? Jij weet net zo goed als wij wie daarachter zit. Jij hebt het hoog in de bol, maar in de praktijk ben je een in en in slecht mens.’

Vernietigend kijkt de bakkersvrouw Roos aan die zich niet zomaar laat verslaan.

Ze haalt even haar schouders op en zegt dan vriendelijk: ‘Ik bedoelde het niet slecht, ik had het beste met jullie voor. Echt, dat moet je geloven.’

‘Weet je wat ik geloof? Dat je hier met je mooie praatjes en je zakken vol geld ons op een dwaalspoor hebt gezet. Ik moet zeggen dat je prachtig kunt praten, want ik tuinde er eerst ook in. Net zoals wij allemaal. Het was ook te mooi om waar te zijn. Weet je nog dat je hier voor het eerst kwam? En dat je vertelde dat ik door drie handelingen te verrichten mijn winst zou zien verdriedubbelen. Wat wilden we je allemaal graag geloven.’

‘Maar dat was toch ook zo? Mijn methode werkt echt.’

De bakkersvrouw haalt even adem voordat ze opnieuw losbarst: ‘Ja inderdaad het werkte, maar heel even. Want jij weet net zo goed als ik wat er daarna gebeurde. De ramp was onze straf.’

‘Je kunt mij niet de schuld geven van de ramp, dat was de natuur.’

‘Roos, jij bent toch zo ontzettend slim. Jij weet net zo goed als wij dat de ramp een duidelijke oorzaak had. Jij had ons immers aangeraden om boven op de berg de stenen op te graven zodat we ze konden verkopen met een mooi verhaal. Er was daarna weinig voor nodig om lawines te veroorzaken.’

Roos reageert direct fel terug: ‘Maar dat hebben jullie toch zelf gedaan? Ik heb alleen gezegd dat het dorp mooie verhalen nodig had en dat je daar heel goed elementen uit de omgeving voor kon gebruiken, omdat die het beste werken.’

‘Ja, jij met je praatjes. Ik moet zeggen dat we er allemaal ingetrapt zijn. Tot we vermoedens kregen waarom jij zoveel investeerde in het dorp. Freddy had ons eerst verteld om zo aardig mogelijk te zijn en je te verwennen en veel aandacht te geven zodat je zoveel mogelijk investeerde. Later waarschuwde hij dat je eigen doel altijd voorop stond.’

‘Zei hij dat? Schandalig dat hij zulke praatjes over mij rondstrooide, vandaar dat iedereen zo wantrouwig deed. Ik wilde jullie alleen maar helpen. Waarom denk je dat ik overal langs ging? Omdat ik jullie kon adviseren, want jullie snapten niets van de magie van dit dorp.’

‘En jij zeker wel. En waarom zijn al die mensen verdwenen?’ riep de bakkersvrouw nog bozer uit.

‘Jullie weten allemaal dat dit geen opzet was. We wilden graag testen of Trip werkte. En dat kon alleen door mensen in te zetten.’

‘Die dus nooit meer terugkwamen. En dat was natuurlijk niet de afspraak, mevrouw die alles zo goed weet. We hebben het hier over mensen die echt verdwenen zijn.’

‘Met de verdwijningen heb ik niets te maken,’ reageert Roos resoluut. ‘Als mensen zelf avontuur opzoeken en risico willen nemen, dan is dat hun keuze. Zij hebben zelfgekozen om een pil te nemen om een trip te maken. Ik wilde het hele dorp vooruitgang bieden. Dan kan ik me natuurlijk niet bezighouden met een paar individuen.’

‘Een paar individuen! Roos, er zijn veel mensen verdwenen. En wij moeten zorgen dat we ze weer vinden, anders breekt de hel los.’

‘Doe je best. Als je het goed aanpakt, dan kun je er wellicht nog iets aan verdienen.’

‘Nou snap ik waarom Freddy je de ijskoningin noemt. Als ik jou was, zou ik heel snel vertrekken. Wanneer ik je hier nog eens zie, dan zorg ik er persoonlijk voor dat je ons dorp verlaat. En ik weet zeker dat als ik daar hulp bij vraag er tientallen mensen klaarstaan om een handje te helpen met een duwtje zodat je iets sneller beneden bent.’

Ze kon niet langer dan een uurtje hebben geslapen, maar het korte slaapje had haar geen goed gedaan. De nachtmerrie over Pergine die de gebeurtenissen in een ander licht zette kwam hard aan. Eigenlijk wist ze zelf niet meer wat nu de waarheid was en waar ze haar onterecht van hadden beschuldigd. Het was een grote chaos in haar hoofd als ze aan het dorp dacht. Het deed nog altijd veel pijn dat de bewoners haar zo slecht hadden ingeschat. Ze had niets misdaan, alleen veel geld geïnvesteerd waar de bewoners dankbaar gebruik van hadden gemaakt. Natuurlijk was het vervelend geweest dat er een paar mensen verdwenen waren. Ze snapte alleen niet waarom de dorpelingen in Pergine zich daar zo druk over hadden gemaakt. Er waren wel vaker mensen verdwenen die later weer ergens anders opdoken. Dat gold toch ook voor haarzelf. De mensen hadden er toch zelf voor gekozen om de trip te willen ervaren? Het maakte haar nog altijd kwaad als ze eraan dacht hoe ze haar hadden behandeld. Terwijl zij zoveel kennis en geld had geïnvesteerd en ze had er alleen wantrouwen voor terug gekregen. En dat alleen maar omdat er paar mensen even de weg kwijtwaren. Dat was toch niet haar schuld! Hoe was het toch mogelijk dat ze zichzelf steeds zo in de nesten werkte? Want ook in Tamedakhte kon ze niet blijven terwijl ze niets had misdaan.

Gebakken lucht

Toen ze vrijwel zeker wist dat het dorp in diepe rust was, verliet ze stil haar kamer. Het was aardedonker op straat, op de tast volgde ze voor de laatste keer de route die ze zo vaak had afgelegd. Bij de poort lagen de kraampjes er verlaten bij. Roos kon het niet laten om een blik te werpen op de zaak van Abir, de enige die haar altijd vriendelijk had bejegend.

Abir zat haar al op te wachten en keek haar gekwetst aan. ‘Waarom lieg je mij voor? Ik wilde je heel graag geloven. Ik ben toch altijd aardig tegen je geweest. Waarom doe je alsof je heel arm bent, terwijl je schatrijk moet zijn.’

‘Hoe kom je daarbij?’ riep Roos uit. ‘Je weet toch dat ik geen cent heb.’

‘Je hebt anders wel nieuwe kleren aan!’ antwoordde ze verdrietig. ‘Waarom heb je nooit iets bij mij gekocht als je zo nodig iets nieuws wil? Je zei altijd dat je mijn ontwerpen mooi vond, maar nu draag je iets wat je absoluut niet staat.’

Roos keek beschaamd naar het rode gewaad dat niet bepaald flatterend was en veel te kort voor haar lange gestalte. De verschoten gele doek leek eerder op een vaatdoek.

‘Ik heb de jurk gevonden,’ zei ze zacht.

‘Geloof je het zelf? Zoiets vind je niet. Daar zit een luchtje aan. En dat geldt voor meer dingen. Die aardige mevrouw die drie omslagdoeken bij mij heeft gekocht heeft mij iets over je verteld.’ Abir zwaaide met het krantenartikel. ‘Jij hebt blijkbaar een enorm geldbedrag gestolen van je bedrijf waar je altijd zo overschepte, en je bent daarna gevlucht. De mevrouw wist te vertellen dat je daarna iets in scene had gezet waardoor mensen dachten dat je dood was. Maar wij weten wel beter,’ riep ze gekrenkt uit. ‘Wij hebben jou opgevangen omdat we dachten dat je een vluchteling was. Als we hadden geweten dat je een crimineel was,’ ze maakte haar zin niet af. ‘Weet je, het ergste vind ik nog dat ik je aardig vond en dat ik met je te doen had. De mannen vonden je vreemd omdat je altijd alles beter denkt te weten en geen enkel respect voor ons toont. Ik heb het zo vaak voor je opgenomen omdat ik dacht dat je het niet zo bot bedoelde. En daar heb ik nu enorme spijt van.’

‘Je snapt er niets van! En ik kan het je ook niet uitleggen. Sorry, ik moet gaan, want hier is te gevaarlijk voor mij. Het is beter dat je zo min mogelijk weet, zodat ik jou niet mee trek in mijn val,’ riep Roos uit.

Ze griste het artikel uit haar handen en draaide zich om. Ze wuifde Abir die haar gekrenkt aanstaarde nog een keer toe en verdween in het donker. Haar hart bonkte zo hard dat ze bang was om een aanval te krijgen.

‘Niet in paniek raken, blijf rustig,’ sprak Roos zacht tegen zichzelf terwijl ze het pijnlijk getroffen gezicht van Abir probeerde te vergeten. De poort stond op een kier, met enige moeite wurmde ze zich erdoorheen. Het zou haar niet verbazen dat ze het bewust open hadden laten staan zodat ze van haar verlost zouden zijn. Het was koud, ze wist dat ’s nachts de temperatuur tot het vriespunt kon dalen. ‘Concentreer je. Blijf rustig!’ Opnieuw sprak ze zichzelf toe.

Voor haar lag een groot donker gat, dat steeds donkerder werd naarmate het dorp verder achter haar lag. Iets sneller schuifelde ze vooruit, af en toe het pad aanrakend. Het duurde nog geruime tijd voordat ze de schim van de eerste loods ontwaarde. Niet veel later kwam ze bij het complex waar ze zoveel nutteloze uren had doorgebracht. Tot haar verbazing was de poort ’s nachts niet bewaakt, zodat ze snel verder liep over het aardedonkere terrein. Aan de achterzijde van de loods zou een ruimte moeten zijn waar ze hopelijk even kon slapen.

Op de tast voelde Roos aan de enorme wand totdat ze aan de achterzijde een soort gleuf voelde. In de spaarzaam verlichte ruimte stonden twaalf enorme dozen. Door haar armen tegen elkaar te slaan en met haar benen te springen werd ze wat warmer. De gele wollen omslagdoek en het rode katoenen gewaad trok ze wat dichter om zich heen. Hopelijk zou de eigenaar ze niet te veel missen, maar ze behoedden haar voor onderkoeling. Een doos met een rode baan leek een beetje te gloeien. Als ze zich nu eens inbeeldde dat het een straalkacheltje was. Roos klom in de doos. De binnenzijde was geheel bedekt met een materiaal dat zacht en warm aanvoelde. Het werd snel behaaglijk warm en ze voelde zich wegzakken in een diepe slaap.

Ze baadt in een mooi warm licht. Rondom haar staan een paar mannen die door haar heen lijken te kijken en alleen belangstelling hebben voor de doos. Een man die haar bekend voorkomt leest voor: ‘In het Arabisch staat hier ‘Gebakken lucht,’ vandaar dat het hier zo lekker ruikt en warm is. Deze lading is voor Pergine?’

‘Gebakken lucht?’ Hardop sprak Roos de woorden uit. Energiek klom ze uit de doos die haar warm had gehouden, sterker nog waar ze zo’n prettig gevoel aan over hield. Haar leven is een nachtmerrie, maar zo voelt het bepaald niet. Ze was wakker geworden van de streep licht die naar binnenviel door een klein raam. Voorzichtig opende ze de deur, buiten was niemand te zien. De stand van de zon gaf aan dat het nog heel vroeg was, ze rilde van de kou. Snel verliet ze het complex. Uit angst om ontdekt te worden was ze iets te snel vertrokken. Achteraf gezien had ze heel graag de binnenzijde van de andere dozen willen zien. Natuurlijk kon ze niet omkeren, maar ze sloeg zichzelf voor de kop dat ze deze kans had laten liggen om de dozen beter te onderzoeken.

Onbekende bestemming

Op dit tijdstip waren er nog weinig mensen op de been. Toch kon ze geen risico nemen om iemand tegen te komen, ook al vermoedde Roos dat de bewoners blij zouden zijn dat ze weg was. Met de omslagdoek om haar heen was ze niet direct herkenbaar, maar haar lengte zou haar onmiddellijk verraden. De praatjesmaker zou straks de ronde doen dat ze in dit gastvrije dorp een vreemdeling hadden gehuisvest die gezocht werd. Al snel zouden er verschillende versies worden verteld, waarbij iedere verteller zou inbrengen dat er meer aan de hand was en dat ze hiervoor al hadden gewaarschuwd. In een ongemakkelijke pose vouwde Roos zichzelf op onder de bamboebladeren zodat ze minder zichtbaar was vanaf de weg. Het zou niet lang meer duren voordat het bedrijf waar ze ontelbare kartonnen dozen had gevouwen de deuren opende en de weg gevuld zou worden met haar collega’s, die ze nooit meer wenste te zien.

In de verte hoorde ze een gebrom dat steeds sterker werd. De bus raasde voorbij en stopte bij het dorp. Waarschijnlijk was er niemand in of uitgestapt want al snel kwam deze weer haar richting op. Stijf stond ze op om de bus tot stilstand te manen. Abrupt kwam deze tot stand waarbij de chauffeur haar vragend aankeek. Roos noemde een grote stad die op de route lag en betaalde het ticket. Verbeeldde ze het zich of keek de chauffeur haar langer aan dan gebruikelijk was? Voor de zekerheid sloeg ze de omslagdoek nog wat steviger om haar heen. Ook de mannen voorin de bus bekeken haar nieuwsgierig waardoor ze zich nog langer voelde dan normaal. De bus was alweer opgetrokken waardoor Roos snel een lus pakte om niet te vallen. Een oudere vrouw die haar zag stuntelen, nam een klein meisje op schoot en nodigde haar uit om plaats te nemen. Dankbaar nam Roos het aanbod aan en knikte de vrouw hartelijk toe. Met een gemengd gevoel keek ze nog een laatste keer achterom naar het dorp dat al bijna niet meer zichtbaar was. Als ze weer succesvol zou worden, dan zou ze Abir ophalen, want het voelde als verraad om haar achter te laten terwijl ze altijd voor haar had klaar gestaan. Het deed pijn dat haar vriendin dacht dat ze niet te vertrouwen was. Wanneer ze de kans kreeg om het tegendeel te bewijzen, dan zou ze dat onmiddellijk aan Abir laten weten. Ze wist zeker dat deze getalenteerde vrouw elders veel beter zou gedijen en als het enigszins kon zou ze haar daarbij helpen. Eerst moest ze haar eigen zaken zien te regelen, want voor haar lag een toekomst met vooralsnog geen enkel perspectief. Daar kwam nu al verandering in, beloofde ze zichzelf. Het kon niet anders of de kansen zouden toenemen nu ze weg was uit het dorp waar ze onzichtbaar was geweest. Al was het wel een griezelige gewaarwording dat mensen naar haar uitkeken vanwege het artikel in de krant. Ze had geen idee hoe breed het verhaal dat ze werd gezocht was uitgezet. Haar lengte kon ze niet veranderen, maar waarschijnlijk zou niemand haar herkennen in deze kleding. Ze voelde dat het meisje naast haar ongegeneerd naar haar keek en iets in het oor van haar oma fluisterde. De vrouw sprak haar streng toe in het Frans:

‘Dat moet je haar zelf maar vragen. Ze is niet raar, ze is alleen anders dan wij.’

‘Waarom reist zij met deze bus?’

‘Jij ook altijd met je vragen. Als je het per se wil weten, vraag je het haar vriendelijk.’

‘U ziet er gek uit. Gaat u optreden?’ vroeg het meisje met een serieus gezicht.

Roos probeerde een glimlach tevoorschijn te toveren en schudde haar hoofd.

‘Maar waarom ziet u er dan zo vreemd uit?’

‘Geen idee. Zie ik er zo gek uit?’

‘Jazeker, u ziet eruit alsof u iemand anders bent.’

Roos keek het kleine meisje vragend aan. ‘Wat bedoel je?’ vroeg ze zo onschuldig mogelijk. 

‘Nou als ik naar u kijk zie ik iets dat niet klopt. Je ziet helemaal niet wie u bent. Oma, u snapt wel wat ik bedoel toch?’

De oude vrouw probeerde een glimlach te onderdrukken. ‘Neem het haar maar niet kwalijk, maar ze zegt altijd precies wat ze denkt.’

Roos keek hen beiden ongemakkelijk aan.

‘Maar nu weet ik nog niet wie u bent en waar u naar toe gaat,’ drong het meisje aan.

‘Dat weet ik eerlijk gezegd ook niet. Gek he? Weet jij het wel?’

Het meisje trok een serieus gezicht. ‘Dat is gek, dat u niet weet waar u naar toe gaat. Ik ga met mijn oma naar de markt, maar daar komen geen mensen zoals u. U ziet er heel anders uit. Bent u een reus?’

‘Nee. Ik kom uit een ander land. Bij ons zijn veel mensen lang.’

‘Wat doet u hier?’

‘Dat vroeg je net ook, maar ik weet geen antwoord.’

‘Dat is raar! Ik geloof er niets van. Van mijn oma mag ik niet liegen, maar ik denk dat u niet de waarheid spreekt.’

‘Ik snap dat het raar klinkt. Ik weet waar ik vandaan kom, maar mijn bestemming is onbekend.’

‘U weet niet waar u naar toe gaat, maar wel waar u vandaan komt. Dan kunt u me daarover vertellen,’ antwoordde het meisje op besliste toon.

Roos keek het meisje peinzend aan zonder haar echt te zien. De woorden kwamen langzaam uit haar mond.

‘Ik kom uit een land ver hier vandaan. Daar is het veel kouder dan hier. Het ziet er ook heel anders uit. Alles is groter, mooier en beter. We werken heel hard om het nog beter te krijgen en dat lukt over het algemeen heel aardig. Alleen niet bij mij. Bij mij ging iets mis waardoor ik heel ongelukkig werd. En daarom moest ik weg.’

‘En toen kwam u bij ons. Dat is fijn, want ik weet zeker dat u hier weer gelukkig wordt. Wij zijn heel aardig en we kunnen u weer laten zien.’

Roos wilde graag weten wat ze met het laatste bedoelde, maar het meisje was inmiddels afgeleid en zat met haar neus tegen het raam geplakt.

Nieuwe gedaante

De bus minderde vaart en reed een langgerekt stadje binnen waar langs de doorgaande weg van alles werd verkocht. Verschillende kinderen zwaaiden enthousiast naar het meisje en haar oma, die zich klaarmaakten om uit te stappen.

Toen Roos op stond om hen te laten passeren, duwden ze haar voor zich uit zodat ze samen met hen even later op straat stond. Direct reed de bus weg.

Deze plaats oogde heel anders als de vesting waar ze de afgelopen tijd had geleefd. Het langgerekte stadje had geen stadmuren en langs de lange hoofdstraat was het een drukste van jewelste. Het meisje trok haar mee naar een kraam met kleding. Vergeleken met wat Abir maakte, zag dit er goedkoop en saai uit. ‘U moet echt iets anders aan, want u ziet er nu heel gek uit. Dat past niet bij u. Wij helpen u wel,’ zei het meisje streng toen ze geen interesse toonde in de kraam.

De oma en het meisje spraken kort met de marktkoopvrouw. Al snel kwam ze tevoorschijn met een spijkerbroek en een t-shirt. Het herinnerde Roos aan lang vervlogen tijden dat ze lekker alleen thuis in haar eigen wereld zat zonder dat ze iets moest of dat er iemand iets van haar verwachtte. De vrouwen klapten enthousiast in hun handen en duwden haar naar een kleine ruimte waar ze zich kon omkleden. Even betrok hun gezicht toen Roos vertelde dat ze liever iets compleet anders wilde, want in deze kleding zou ze onmiddellijk herkend kunnen worden. De marktkoopvrouw bekeek Roos aandachtig die zich ongemakkelijk omdraaide in het rode gewaad dat haar lichaam maar ook haar kapsel grotendeels bedekte.

Even later knikte de marktkoopvrouw en met een tevreden gezicht haalde ze een wijde paarse broek tevoorschijn en een lichtblauw overhemd. Toen ze het afgrijzen op haar gezicht zagen, barstten beide vrouwen uit. ‘Dit is niet het beeld dat je wilt laten zien,’ lachte de oudere vrouw. ‘Maar dit heb je echt nodig als je wilt reizen zonder dat je wordt lastiggevallen.’

Tot haar verrassing pasten de kledingstukken goed en voelde ze zich zelfs niet ongemakkelijk. De vrouw schudde haar hoofd toen ze haar stroblonde wilde haar zag dat nu niet meer bedekt was door de doek die ze achter had gelaten in de paskamer. Snel haalde ze een grijze doek van een stapel en knoopte het om haar hoofd. Toen Roos in de spiegel keek, schrok ze van haar nieuwe uiterlijk. Zo zou ze juist nog meer opvallen, omdat de combinatie zo vreemd was. Ze pakte een rieten zonnehoed van een stapel en zette het op haar hoofd. Zo leek ze precies op de toeristen die in haar vorige dorp voorbijkwamen op zoek naar koopjes. De hoed kriebelde en ze zag er vreselijk uit, maar het werkte hopelijk wel. De marktkoopvrouw duwde haar de grijze hoofddoek in haar handen. De oma en het meisje keken haar nog een keer goedkeurend aan en knikten toen gedag.

Langzaam wandelde Roos langs de vele handelaren en lette goed op in hoeverre mensen haar extra bestudeerden. Omdat ze heel zuinig moest leven, kon ze geen fruit kopen, al zag het er nog zo verleidelijk uit. Toen de marktlieden zagen dat ze geen zichtbare interesse had in hun producten, richtten ze zich direct op de volgende voorbijganger. Onder een boom stond een bankje waar ze zich verschool achter een krant, die iemand had achtergelaten. De hoed bleef kriebelen, maar zorgde er wel voor dat mensen nauwelijks aandacht aan haar besteden. Ze nam zich voor om de eerstvolgende bus te nemen in de richting die haar zo ver mogelijk van Tamedakhte verwijderde. De boom bood een beetje schaduw tegen de zon. Het duurde niet lang tot een bus stopte waar tientallen mensen uitstapten voor een bezoek aan de markt. De buschauffeur keek haar nieuwsgierig aan. Roos negeerde zijn vraag die ze niet kon verstaan en legde een bankbiljet voor hem neer. De bus was nog slechts voor de helft gevuld en ze koos een rustige plek halverwege. Snel keek ze om zich heen, maar niemand had aandacht voor haar. Met een zucht van verlichting zette ze de hoed af zodat ze verlost was van het gekriebel. Verderop in de bus keek een vrouw haar afkeurend aan. Om haar opvallende stroblonde haar te bedekken, knoopte Roos snel de grijze doek over haar wilde kapsel.

Bijna direct stopte de bus opnieuw met gierende remmen. Een broodmagere jongen van een jaar of vijftien stapte als eerste de bus in waarna hij enthousiast naar Roos zwaaide, even later gevolgd door zijn hijgende moeder. Ze hadden hard gerend om de bus te halen. Snel wendde Roos haar hoofd af.

Opnieuw was ze op de vlucht, dit keer moest ze extra alert zijn dat ze niet herkend zou worden, maar met de merkwaardige kleding en de hoofddoek zou de kans klein zijn. Eigenlijk was ze blij dat ze uit het benauwde dorp was waar ze tot stilstand was gekomen, maar haar hart trok samen als ze aan haar vriendin dacht die haar zo gekwetst had aan gekeken. Het maakte haar nauwelijks uit waar ze naar toe ging, als ze maar weer in beweging was want ze had te lang stil gestaan. Buiten veranderde het landschap langzaam, her en der zag ze steeds meer begroeiing. Door het geluid van de motor vielen haar ogen langzaam dicht.

Opnieuw herkend

Verrassend genoeg had ze dit keer niet gedroomd, in ieder geval niet dat ze zich nog herinnerde. Ze had geen idee hoe lang ze had geslapen, maar toen ze haar ogen kort opende ontdekte ze aan de andere kant van het gangpad de magere jongen. Vanuit haar ooghoeken wierp ze nauwelijks zichtbaar een snelle blik op hem. Zijn zwarte haar was slechts een paar centimeter lang en bevatte ingewikkelde patronen. Ze had geen idee wat het voorstelde, maar hij had veel werk besteed aan zijn opmerkelijke kapsel. In het Frans fluisterde hij iets naar zijn moeder. Vanaf de andere kant van het gangpad keken ze haar nu allebei schaamteloos aan, waarbij Roos bleef voorwenden dat ze nog in slaap was.

‘Ze ziet er helemaal niet bijzonder uit maar juist heel gewoon!’ zei de jongen.

‘Ik denk dat ze dat expres doet,’ antwoordde de moeder zacht. ‘Kijk maar goed naar haar als ze haar ogen straks helemaal opendoet,’ zei de vrouw die gekleed was in een lang, lichtgeel gewaad dat haar gehele lichaam en haar hoofd grotendeels bedekte.

Roos schoot omhoog en keek de vrouw en haar zoon streng aan. ‘Hebben jullie het over mij?’

De jongen glimlachte en stootte zijn moeder enthousiast aan: ‘Ze is het echt!’

‘Waarom denk je dat?’ vroeg de moeder nieuwsgierig aan haar zoon. ‘Vertel Ahmet, wat zie jij in dat meisje?’ De vrouw keek haar even aan en gebaarde iets met haar handen waaruit Roos opmaakte dat ze het straks zou uitleggen.

‘Dat is toch geen meisje! Ze is al heel oud,’ antwoordde de jongen verontwaardigd, ‘en ze is alleen. Ik kan zien dat ze geen moeder is!’

‘Maar hoe dan?’ vroeg de vrouw met een glimlach. ‘Waarom denk je dat ze geen kinderen heeft?’

‘Omdat moeders heel anders kijken,’ zei Ahmet stellig. ‘Ze zitten alleen maar op te letten of hun kind het goed doet en geen rare dingen doet. Ze zien altijd overal gevaar en moeilijkheden! Moeders maken afkeurende opmerkingen over mijn haar, bij voorkeur zo luid mogelijk zodat ik het kan horen. Ze hebben commentaar zonder mij iets te vragen. En zo kijkt zij niet.’ De moeder onderdrukte een glimlach: ‘Zo erg ben ik toch niet? Ik zit toch niet alleen maar op je te fitten?’

‘U weet best wat ik bedoel. Als ik iets onderneem, dan krijg ik altijd commentaar wat er fout is en wat ik beter kan doen.’

‘En waarom zou zij dat anders doen?’

‘Omdat ze anders kijkt. Ik denk dat ze zich afvraagt wat het patroon in mijn haar betekent! Terwijl een moeder onmiddellijk zou roepen dat ik direct terug moet naar de kapper, omdat zij niet wil dat anderen mij zo zien.’

‘Ik denk dat je gelijk hebt, maar zo erg ben ik toch niet?’ Ahmet schudde hard zijn hoofd. ‘U bent wel lief, maar u bemoeit zich altijd overal mee. En daar word ik af en toe zo moe van!’

‘Laten we het daar een andere keer over hebben. Je kan wel commentaar hebben op mij als moeder, maar als je goed naar haar kijkt, dan denk ik dat ook zij genoeg problemen heeft.’

Roos die het gesprek met stijgende verontwaardiging had aangehoord, staarde hen geïrriteerd aan. ‘Waarom praten jullie zo over mij? Jullie kennen mij helemaal niet!’

De vrouw keek haar geruststellend aan: ‘Integendeel, we weten heel goed wie u bent. U bent degene waar we naar op zoek zijn!’

Ongerust keek Roos naar het tweetal en constateerde geschokt dat het nieuws over haar vermissing snel de ronde was gegaan. ‘U moet niet alles geloven. Het echte verhaal is heel anders. Ik had er een goede reden voor om te doen wat ik heb gedaan.’

‘Dat geloven we direct. We zijn heel blij dat we u hebben gevonden!’ De moeder boog zich opzij en schudde Roos hartelijk de hand.

‘Maar wat weten jullie dan van mij?’ riep Roos angstig uit die niet begreep waarom de vrouw zo enthousiast was terwijl ze tegenover iemand zat die gezocht werd voor een misdrijf, al zou ze dat zelf nooit zo noemen omdat er een heel goede verklaring was voor wat ze had gedaan.

De moeder en zoon keken haar stralend aan. ‘Alles wat we moeten weten om zeker te zijn van onze zaak,’ antwoordde de moeder op een toon alsof dit Roos zou geruststellen.

‘Maar dan ben ik niet meer veilig!’ reageerde Roos paniekerig. ‘Dat betekent dat iedereen mij kan herkennen en aangeven. Maar jullie kennen het ware verhaal niet!’

Rustig verzekerde de vrouw: ‘We kennen het verhaal wel. Daarom komen we juist bij u.’

‘Wat hebben ze u dan verteld?’ vroeg Roos op scherpe toon. De moeder ging er goed voor zitten en boog zich naar haar over: ‘U wordt gezocht om het project te voltooien. Het is een verhaal dat op u wacht. Luistert u alstublieft goed, zodat u alle gegevens kunt opslaan en later kunt opgraven uit uw geheugen.’

Met stijgende verbazing hoorde Roos haar aan. Er was iets in de blik en toon van de vrouw waarop ze besloot goed te luisteren voordat ze een conclusie zou trekken.

De voorspellingen

De vrouw sprak alsof ze een verhaal voorlas: ‘Zo’n vijf eeuwen geleden voorspelde een visionair dat er steeds vaker oorlog gevoerd zou worden en dat er allerlei tekorten zouden ontstaan als mensen hun gedrag niet zouden veranderen. De voorspellingen van Nostradamus zijn wereldberoemd. Weinig mensen weten dat er in die tijd vele tientallen wijze mannen samenwerkten aan een project.’

Roos begreep niet wat dit met haar verhaal te maken had, want zij werd immers gezocht omdat ze veel geld had ‘geleend,’ zoals ze het bleef noemen.

De vrouw vertelde rustig door: ‘Er werden creatieve zieners benaderd om toekomstige ontwikkelingen te signaleren, én te beïnvloeden. Overal ter wereld waren ze actief en vormden ze groepen die de mensen moest waarschuwen. Iedere groep koos eigen middelen. Zo werden er visionairs, schrijvers en filosofen benaderd om iets te creëren om mensen bewust te maken van het gevaar. Op verschillende continenten werden onder meer kunstenaars met een vooruitziende blik uitgedaagd om hun wereld te schokken en in beweging te zetten. Zij namen de opdracht zo serieus dat zij de taak doorgaven aan een volgende generatie toen ze aan het eind van hun leven moesten constateren dat het hen nog niet gelukt was.’ De vrouw keek Roos onderzoekend aan. ‘Dit verhaal zegt u iets?’

Roos schudde haar hoofd. De vrouw keek even naar zoon. ‘Waarschijnlijk weet u meer dan u denkt. Het komt wellicht boven als ik u meer vertel. Er waren diverse groepen verspreid over de hele wereld actief om het gevaar en de ideale wereld te verbeelden, maar ik ken alleen het verhaal van een groep kunstenaars uit Italië. Zij stonden bekend als uitvinders en zieners. Omdat het van levensbelang is dat hun werk zou worden voortgezet na hun dood besloot ieder van hen een betrouwbare en deskundige dierbare in te wijden. We weten dat sindsdien in het diepste geheim door wordt gewerkt aan iets. Pas als het compleet is en werkt, kan het aan de wereld worden getoond.’

‘Maar wat heb ik hier mee te maken?’ onderbrak Roos het verhaal dat haar vooral als een filmscenario voorkwam.

‘Alles,’ reageerde Ahmet enthousiast voordat zijn moeder kon antwoorden. ‘U bent de vrouw waar we naar op zoek zijn. Vertel maar mama.’

Zijn moeder keek hem glimlachend aan en knikte: ‘We zijn naar iemand zoals u op zoek.’

Roos onderbrak haar omdat hier blijkbaar sprake was van een merkwaardig misverstand. ‘Ik ben geen kunstenaar hoor. Waarschijnlijk verwisselt u mij met iemand anders.’

Ahmet antwoordde: ‘Nee hoor zeker niet. We zoeken u zodat de ideale wereld kan worden voltooid. Dat klopt toch mama?’ Zijn moeder knikte.

‘Nu snap ik er niets meer van,’ reageerde Roos die opgelucht constateerde dat het verhaal gelukkig niets met haar van doen had. Wel was het toevallig dat zij gezocht werd en dat deze mensen naar een andere vrouw op zoek waren. Toch had het verhaal haar nieuwsgierigheid gewekt. ‘Kunt u het duidelijker uitleggen?’

‘Sorry, voor ons is het zo’n bekend verhaal. Ik ging ervanuit dat u wist dat u gezocht werd. We zijn hier al zo lang mee bezig, dus dan vergeet je soms dat onze kennis en wetenschap niet voor iedereen zo vanzelfsprekend is.’  De moeder en zoon zagen er ogenschijnlijk normaal uit, maar het zou haar niet verbazen als ze bij een soort sekte hoorden. Toch was er iets in hun verhaal waardoor Roos geprikkeld werd om meer te weten. ‘Wat voor vrouw zoeken jullie?’

‘U!’ zei de vrouw beslist. ‘Omdat u heel succesvol was en veel macht had. Daarna bent u door een zware depressie alles kwijtgeraakt. U had alles en daarna had u niets. We weten dat u ‘iets’ heeft en dat kunt u binnenkort laten zien zodat we eindelijk verder kunnen.’

‘Hoe weten jullie dat?’ riep Roos uit die geschokt constateerde dat de beschrijving wel degelijk op haar kon slaan.

‘Dat weet toch iedereen! En, klopt het?’

‘Een beetje.’ Roos zocht naar woorden, maar kon ze niet zo snel vinden.  

De vrouw knikte haar vriendelijk toe. ‘Rust eerst maar goed uit. Dan zal u alles in het juiste licht zien wanneer u er klaar voor bent. Wij zijn blij dat we u gevonden hebben en zullen u laten zien waar u moet zijn.’

‘Waar gaan we naar toe?’ Een kort moment vroeg Roos zich af of het niet gevaarlijk was. Ze voelde echter dat het onzin was om bang te zijn.

‘Dat merkt u vanzelf. Zij zullen zo blij zijn om u te zien.’

Tot haar verbazing voelde Roos een soort vrolijke spanning over het avontuur waar ze in verzeild was geraakt. Het was al zo lang geleden dat mensen enthousiast naar haar hadden gekeken, ze merkte dat het haar zichtbaar goed deed. Ook al snapte ze er niets van waar ze het over hadden en wat er van haar verwacht werd. Ze hield zichzelf voor dat het ook geen kwaad kon om iets meer te weten te komen, want als er ook maar iets van klopte dan zou het ook voor haar interessant kunnen zijn. Niet dat ze er echt in geloofde…

‘U ziet er beter uit,’ zei de moeder goedkeurend. ‘We gaan u op het juiste pad zetten. Maar laten we eerst genieten, want voorlopig zijn we nog onderweg. Zo vaak kom ik ook niet buiten ons dorp, dus voor mij is dit ook een buitenkans!’

Creatie van Utopia

Roos genoot van het voorbijtrekkende landschap dat steeds groener en heuvelachtiger werd.

Onderweg vertelde de vrouw dat ze Aida heette en haar zoon Ahmet, maar dat zij eigenlijk niet belangrijk waren voor het verhaal. Zij zouden alleen een verbinding maken en dan weer verdwijnen. Met zorgvuldig gekozen zinnen vertelde Aida wat uitgebreider het verhaal waar Roos blijkbaar deel van uitmaakte. Verschillende zieners die hun tijd ver vooruit waren hadden vijf eeuwen geleden geconstateerd dat de wereld een spiegel nodig had. Mensen keken minder naar elkaar om en de tekorten werden groter waardoor bewoners verder moesten trekken om de zaken te vinden die eerst voor het grijpen lagen. De wereld verkeerde in disbalans en de meest vooruitstrevende denkers belegden daarom bijeenkomsten om te bespreken hoe ze het tij konden teren. Ze gaven de beste kunstenaars uit die tijd de opdracht om gruwelijke beelden te maken die de toeschouwer zou waarschuwen voor rampen waarbij ze niet meer in staat zouden zijn om voor zichzelf te zorgen. Niemand had echter oog voor de monsterlijke creaties waar mensen met een grote boog omheen liepen en hun hoofd afwenden, daarom werd besloten om de koers te wijzigen. Als ze beelden lieten zien van de perfecte wereld dan zou het effect veel groter zijn. Zeker zeven mannen kregen de bijzonder eervolle opdracht voor de creatie van utopia. Er werd eerst een ruwe schets gemaakt waarna werd bepaald wie welk onderdeel zou maken. De voornamelijk Italiaanse kunstenaars waren behalve op vakmanschap, visie en uitzonderlijk talent ook uitgekozen op hun levensstijl waarbij ze er alles voor over hadden om het ultieme werk te maken. De overlevering vertelde dat ze in het begin regelmatig samenkwamen om ideeën uit te wisselen en dat de aanhang en belangstelling voor utopia snel toenam. In die tijd verspreidde het bericht dat utopia dichterbij kwam zich als een lopend vuurtje zodat ook buiten de landsgrenzen de aandacht toenam. De kunstenaars werden bijna als goden vereerd en iedereen deed zijn uiterste best om de mannen te begeleiden bij hun meesterwerk dat alles ten goede zou veranderen. Een tijd lang nam het enthousiasme steeds meer toe, tot er iets gebeurde waardoor het project voorgoed werd beschadigd en uit de openbare wereld verdween. In een tijd dat iedereen ervan overtuigd was dat de wereld plat was, had een van hen een wereldbol gemaakt waarop hij de ideale wereld wilde laten zien. Deze voorstelling van zaken werd gelijkgesteld aan heiligenschennis, wat een groot misdrijf was. De kunstenaars kregen zoveel kritiek op hun zienswijze dat ze niets meer wilden delen met de buitenwereld tot hun taak voltooid was. De wereld was blijkbaar nog niet klaar voor de waarheid, en daarom werkten de mannen – ook de generaties daarna – in het geheim verder aan hun opdracht. De zieners hadden uitsluitend mannen gekozen voor hun opdracht. Vrouwen konden immers niet verder kijken dan hun eigen gezin, laat staan een idee vormen hoe de wereld er op termijn uit zou moeten zien. Roos had even moeten lachen toen ze hoorde hoe deze vooruitstrevende zieners vroeger naar de wereld en vrouwen keken, maar het was tenslotte ook al lang geleden. Aida zag de glimlach, maar ging er niet verder op door en vervolgde het verhaal.

Toen het werk niet vorderde, had de ziener Philo besloten dat er een vrouwelijke blik nodig was. De kunstenaars echter wilden hun eigen koers varen en niet door anderen opgelegd krijgen hoe ze te werk moesten gaan. Nadat een kunstenaar de groep verliet om elders verder te werken waarbij hij de andere mannen niet meer op de hoogte hield, waren ze ervan overtuigd dat hij ze de loef wilde afsteken. Snel daarna koos ook een andere kunstenaar ervoor om zich terug te trekken in de verwachting dat hij beter solitair kon werken. Uiteindelijk viel de groep volledig uit elkaar. Los van elkaar werden er nog werken gemaakt, maar die konden op geen enkele wijze voldoen aan de hoge verwachtingen. Toen de kunstenaars zich realiseerden dat zij het niet voor elkaar kregen tijdens hun leven, besloten ze de opdracht door te geven. Ieder voor zich gaf de taak op eigen wijze door aan een volgende generatie in de hoop dat het hen wel zou lukken. Inmiddels waren ze vijftien generaties verder, maar utopia was nog geen stap dichterbij gekomen. Het idee bleef om de meesterwerken samen te tonen aan de wereld om zo verandering te brengen. En dat was tot op de dag van vandaag het streven. Pas wanneer de meesterwerken samengebracht zouden worden, zou de betekenis duidelijk worden.

Aida had via overlevering begrepen dat er een vrouw nodig was die nieuw licht zou bieden op de zaak zodat het project eindelijk voltooid kon worden en het effect zou hebben waar al zo lang op werd gehoopt.

Roos kreeg door deze uitleg het gevoel dat ze een personage was uit zo’n populair boek waar met een ingewikkeld verhaal op zoek werd gegaan naar een mysterie uit het verleden. Ze wist niet goed wat ze hiervan denken moest, omdat het contrast met de werkelijkheid waarin ze gezocht werd vanwege een verdwenen geldbedrag wel erg vreemd was.

Bij het eindpunt stopten ze bij een busstation over in een nachtbus waar ze alle drie bijna direct in slaap vielen. Toen ze wakker werd van de zon die op haar gezicht scheen, bleek haar gezelschap nog in diepe slaap. Verwonderd zette Roos op een rijtje wat ze tot dusverre te weten was gekomen. Het maakte haar op een vreemde manier blij, alsof ze eindelijk weer gezien werd en iets groots kon doen, al had ze geen idee wat er van haar verwacht werd. Voorlopig maakte ze zich daar nog geen zorgen over, de tijd zou haar alles leren had de vrouw haar verzekerd. Ze reden door een heuvelachtig landschap dat steeds groener werd en waar de huizen een stuk welvarender oogden.

chefchaoun
Chefchaoun

Chefchaoun: op zoek naar Roos

In een redelijk grote stad stapten ze opnieuw over op een andere bus en strekten hun benen voordat ze de laatste etappe samen zouden aangaan. Bij een restaurant langs de weg dronken ze een kop thee en vertelde Aida dat Roos nog een halve dag moest reizen en dat zij met haar zoon weer terug zouden keren naar huis. Toen het tot Roos doordrong dat het afscheid naderbij kwam, realiseerde ze zich dat ze nog een goede poging moest doen om haar vragen beantwoord te krijgen.

Opnieuw vernam ze dat kunstenaars die werkten aan utopia op zoek waren naar een vrouw die zeer succesvol was geweest, maar ook diepe dalen had gekend. Er waren al verschillende vrouwen geweest die ze hadden ingezet, maar niemand had tot dusverre voldaan, bekende Aida toen Roos bleef doorvragen. Aida had geen idee hoeveel vrouwen er al voorbij waren gekomen die niet voldeden aan de verwachtingen. Ze was er echter van overtuigd dat Roos de perfecte kandidaat was, want ze beantwoordde immers volledig aan de beschrijving.

Op de vraag hoe ze zoveel over Roos wist, kwam een antwoord waar haar hart sneller door ging kloppen. Aida vertelde opgetogen dat ze laatst een Nederlands stel had ontmoet. Zij waren op zoek geweest naar een politiekantoor om te melden dat zij de Nederlandse Zakenvrouw van het jaar hadden gezien die gezocht werd. Door alles wat ze vertelden, wist Aida dat dit de vrouw zou kunnen zijn waar de kunstenaars naar op zoek waren. Aida had het stel naar het politiebureau gebracht en aangeboden om te tolken, waarbij ze de politiecommandant had verteld dat het om verwarde mensen ging die hun verzekering wilden oplichten. Het echtpaar had ze verzekerd dat de melding in goede handen was zodat ze rustig hun vakantie konden voortzetten. Nadat ze hen had teruggebracht naar de touringbus en had uitgezwaaid hoorde ze van een goede vriendin – die op de hoogte was van haar zoektocht – dat Roos al was gesignaleerd. Bijna waren ze elkaar nog misgelopen, maar gelukkig had haar oude vriendin Roos van nieuwe kleding voorzien – zodat ze niet meer zo herkenbaar was – en haar gewaarschuwd. Zo had ze nog net op tijd de bus kunnen halen. Deze lezing verklaarde veel, maar niet waarom de vrouw zo enthousiast over haar was terwijl ze wist dat ze gezocht werd vanwege het verdwijnen van geld. Dat laatste ging haar niet aan, zei Aida, toen Roos daar een toespeling op maakte. Dat was een heel andere zaak.

Roos probeerde te achterhalen wat er specifiek van haar verwacht werd, maar Aida legde geduldig uit dat zij dat ook niet wist. Haar taak bestond er alleen uit om de juiste vrouw te vinden. Als het zover was dan zou Roos zelf weten wat haar te doen stond.

Af en toe had Aida haar doordringend aan gekeken. Het enige wat haar niet zinde was haar uiterlijk. Ze vertelde Roos dat de kleding die haar oude vriendin had uitgezocht een goede vermomming was zodat mensen haar niet zouden herkennen maar dat ze er eigenlijk veel vrouwelijker uit moest zien. Ze zochten namelijk een wereldwijze vrouw met een open blik.

Soms stelde Aida pijnlijke vragen. Zoals waarom ze zo lang in een dorp was gebleven, waar ze zichzelf niet kon laten zien. Roos moest lang nadenken voordat ze bij stukjes en beetjes vertelde dat het had gevoeld als een droomtoestand waarbij haar zeer opgewonden geest tot rust had moeten komen. En dat ze pas door de nachtmerries wakker leek te zijn geschud.

Het laatste stuk van de reis legde ze alleen af. Roos zou weten wanneer ze op haar bestemming was, had Aida haar verzekerd. Daarna zou ze haar onmiddellijk vergeten omdat er zoveel te doen was. Aida drukte haar op het hart om goed haar emoties te herinneren uit de meest heftige periodes in haar leven. Die zou ze nodig hebben. Vervolgens verdwenen moeder en zoon uit haar zicht.

De bus was aan de rand van het stadscentrum gestopt, dit was het eindpunt. Roos was als laatste uitgestapt. Het kleurrijke, sfeervolle stadje Chefchaouen was tegen de berg aangebouwd. Gemotoriseerd verkeer had geen toegang tot het historische centrum waar de meeste huizen indigoblauw waren geschilderd. Op een pleintje lagen diverse groentes uitgestald. De handelaren keken haar ondanks haar lange gestalte niet echt aan dus ze nam aan dat zij niet op haar zaten te wachten. Het was een fijn idee dat er ergens mensen waren die haar hulp nodig hadden, al was ze er nog bepaald niet zeker van dat ze hen echt van dienst kon zijn. Maar alles was beter dan opnieuw onzichtbaar zijn of opgespoord worden en teruggebracht naar Nederland waar ze teveel uit te leggen zou hebben.

Ze wandelde door een poort die toegang bood tot een stratenlabyrint. De marktstraatjes waren vol leven. Naast levendige gesprekken op straat ving Roos flarden op van muziek en ratelende naaimachines. In de deuropening omringd door boeken was een verkoper verdiept in een oud boek. Langs de kronkelende stegen vormden de indigoblauw geschilderde huizen een prachtig decor voor de kleurrijke artikelen die de voorbijgangers moesten verleiden om een kijkje te nemen in een van de vele winkeltjes en ateliers.

Ontdekkingen in een atelier

Vanuit een smal atelier klonk het zoemende geluid van naaimachines. Een kleermaakster wuifde Roos vriendelijk toe. In het aangrenzende pand was een schoenmaker druk aan het werk. Op smalle plankjes waren verschillende leersoorten op kleur gesorteerd. Rond een houten schoen, een mal voor een elegante damesschoen, spande de man een stuk rood leer die door een stoommachine de juiste vorm aannam. Roos verbaasde zich net over de oude techniek toen ze op haar rug werd getikt. Een van de kleermaaksters, die gehuld was in een lang groen gewaad dat verrassend goed paste bij een lichtgele hoofddoek, keek haar stralend aan. ‘Wees welkom Rosa. We keken al naar u uit.’ Met een ongemakkelijk gevoel omdat ze hen zo snel voorbij was gelopen, antwoordde ze verlegen in het Frans: ‘Dank. Wist u dat ik zou komen?’

‘Natuurlijk! En hij ook.’

De vrouw wees naar de overkant van de steeg waar een hoge houten deur met houtsnijwerk op een kier stond. Roos herkende het geluid van de zaagmachine en rook de geur van houtkrullen. ‘Waarschijnlijk weet hij al dat u er bent, want de deur is normaal altijd dicht. Hij is al uren aan het zagen en daar heeft hij veel concentratie voor nodig. U merkt vanzelf wanneer hij klaar is om u te woord te staan.’

Ze opende de deur een klein beetje zodat er een enorme werkplaats zichtbaar werd die vol stond met allerlei creaties. Vooraan stonden verschillende ouderwetse machines. ‘Die zien er oud uit, doen ze het nog?’ vroeg Roos nieuwsgierig. ‘Waarschijnlijk wel,’ antwoordde de vrouw op luide toon zodat ze boven het geluid van de zaagmachine uit kwam. ‘Ik weet dat hier heel oude machines moeten staan die toen ze werden uitgevonden revolutionair waren. Sommige uitvindingen van zijn familie worden nog altijd gebruikt. In het dorp zal je ze overal tegenkomen. Weet u wat dat is?’ Ze wees op een vliegtuig waar een soort sledes onder zaten. Roos knikte: ‘Dat is een ouderwets zweefvliegtuig denk ik.’

‘Daar lijkt het inderdaad op. Zijn overgrootvader heeft die ijsslee uitgevonden, maar voor zover ik weet heeft hij deze nooit gebruikt. Het vriest hier immers zelden,’ lachte de vrouw die de creaties nieuwsgierig bekeek.

Ze hielden stil voor een bord waarop in het Engels handgeschreven regels waren opgesteld. Met moeite kon Roos ontcijferen dat je niet mocht fotograferen en dat stilte vereist was tijdens de creaties. De onderste tekst las ze hardop: ‘Het is ten strengste verboden om te delen wat je hebt aanschouwd. Indien je je daar niet aan houdt, dan zal de creator je vervolgen. Leonardo da V….’

Toen de vrouw zag dat Roos nieuwsgierig naar de handtekening keek en haar vragend aankeek, knikte ze: ‘Hij zegt zelf dat hij een directe afstammeling is van de grootste kunstenaar aller tijden. Niet dat het veel uitmaakt, maar waarschijnlijk stamt hij af van de halfbroer. Hij heeft in ieder geval wel een aantal talenten geërfd, kijk maar om je heen.’

‘Je bedoelt dé Leonardo? Dat is bijzonder! Wat heeft hij van zijn beroemde voorvader? Is dat de kunst, de wetenschap of de uitvindingen?’

‘Leonardo heeft net als zijn voorvader veel talenten. Er is nog een opvallende overeenkomst want net zoals zijn voorvader probeert ook hij je te doorgronden. Dat is een heel merkwaardige gewaarwording, maar ook wel prettig als hij iets moois in je ziet.’ De vrouw keek gretig in het rond en kletste gezellig door.  ‘Dit atelier is normaal streng verboden terrein dus ik zie zijn werk nu ook voor het eerst. Het gebeurt zelden dat hij bezoekers toelaat. Vroeger kwamen de andere mannen nog wel eens langs in zijn atelier, maar sinds de grote ruzie praten zij niet meer met elkaar.’

‘Wie zijn die andere mannen?’ vroeg Roos nieuwsgierig.

‘U zult ze snel genoeg ontmoeten, het zijn heel bijzondere types. Ze hebben samen een verhaal dat lang geleden is gestart. Als ik het goed heb begrepen heeft u daar ook iets mee te maken.’

Roos knikte. ‘Ja dat is mij ook verteld, maar ik heb nog geen idee waarom ze mij nodig hebben. Waar zijn die andere mannen nu?’  

‘Ze zijn altijd in de buurt, uit angst dat ze iets missen van elkaar. Waarschijnlijk weten ze nu al dat u er bent, dus ik neem aan dat ze zich klaarmaken. U hoeft niets te doen, ze komen vanzelf. Ik raad u aan om eerst goed naar Leonardo te kijken. Hij is vriendelijk maar pas op voor zijn blik, want als hij iemand vastlegt dan kan dat heel prettig maar ook confronterend zijn. Rafaël is bijzonder levenslustig, het is leuk om te zien met welk plezier hij dingen en mensen tot leven brengt op het doek. Michel daarentegen is een ander verhaal. Als hij ergens binnenkomt dan slaat de stemming direct om in iets negatiefs. Hij zal daar wel goede redenen voor hebben, maar dat maakt hem niet minder onaangenaam. Als de drie mannen elkaar tegenkomen dan hebben ze in een mum van tijd slaande ruzie.’

‘Waarover maken ze dan ruzie?’

‘Ze moeten samen aan iets werken wat niet lukt. Maar dat kunt u beter van henzelf horen. U zult de andere twee ook snel genoeg ontmoeten. Waarschijnlijk zijn ze zich al aan het voorbereiden hoe ze op eigen wijze indruk kunnen maken.’

Roos lachte: ‘Maar vooralsnog heb ik nog niemand van hen gezien.’

‘Leonardo is achter aan het werk, maar hij komt zo tevoorschijn. Hij grendelt zijn deur normaal altijd af, daarom wisten we dat hij vandaag bezoek verwachtte. Alsof hij bang was dat u hem anders voorbij zou lopen. Wanneer hij klaar is met zagen, dan ziet u hem vanzelf. U heeft nu nog de kans om ongestoord rond te kijken. Maak er gebruik van, want hij laat zelden of nooit bezoekers toe in zijn heilige domein.’

Nieuwsgierig keek Roos naar de stellages die gevuld waren met uiteenlopende materialen, zoals zilverpapier, hout, kurk, staaldraad, perkament, touw en zeil. Op een plank op zichthoogte stonden kniehoge creaties van hout, zilverfolie en staal, die als je ernaar keek bewogen. Een creatie leek haar beweging te kopiëren, alsof je in een spiegel keek. Iedere keer als ze bewoog veranderde de creatie – die verdacht veel leek op een trekpop met beweegbare armen en benen – met haar mee. De houten constructie was bedekt met zilverpapier waar Roos zichzelf vaag in herkende. Natuurlijk kwam het door het zilverpapier dat ze geen helder beeld kreeg van zichzelf, toch kon ze zich niet aan de indruk onttrekken dat de rare pop haar wilde laten zien dat ze niet scherp zag.

Gevaren en oplossingen

Direct om de hoek bij de ingang stond een bak die gevuld was met een bruin mengsel dat leek op koffieprut. De geur herinnerde Roos aan een vrouw in Pergine die haar de toekomst had willen voorspellen. Zij had beweerd dat ze aan de hand van de koffieprut kon zien hoe haar leven zou verlopen. Schamper had ze toen bedacht dat er geen prut voor nodig was om te zien dat haar leven een grote chaos was. De kleermaakster keek Roos vreemd aan toen ze vroeg of hier ook voorspellingen mee gedaan werden. De vrouw schudde haar hoofd en legde uit dat veel dorpelingen in een grote bak op het centrale plein hun koffie-afval afleverden, zodat Leonardo hiermee energie kon genereren.

Door een gat in het hoge plafond kwam een buizenstelsel omlaag dat leidde naar een grote regenton. ‘Als je dorst hebt, kun je daar wat water tappen Rosa.’ Toen de vrouw haar zag twijfelen, voegde ze eraan toe. ‘Leonardo heeft iets aan het gezuiverde water toegevoegd, waardoor het erg lekker is. Het is erg populair hier.’ 

Roos schudde zacht haar hoofd en mompelde dat ze geen dorst had. Tijdens haar vlucht naar het zuiden was ze een keer ernstig ziek geworden van onveilig water. Dat risico durfde ze niet nog een keer te nemen.

Een hoge kast die reikte tot aan het plafond was gevuld met ordners in diverse kleuren. Toen ze dichterbij kwam zag ze dat elk plank een thema had. Zo herkende ze ‘insecten en bijen’, ‘water’, ‘voedsel’, ‘energie’ en ‘kleding’. Voorzichtig opende ze een map die thematisch was gevuld met artikelen uit diverse internationale tijdschriften en kranten. Voor in de map bevond zich een recent Engelstalig artikel waarin ze las dat er 13% procent minder insecten waren sinds de vorige meting vijf jaar geleden. Achterin de ordner vond ze een verhaal uit 1980 waarin gewaarschuwd werd dat de oliebronnen niet onuitputtelijk waren.

De ordners bevatte talloze artikelen over de gevaren waar de wereld mee te kampen had. Maar waarom had de man hier een eigen archief mee aangelegd, alles was tegenwoordig toch digitaal opvraagbaar?

De zaagmachine achter in de werkplaats stopte waardoor Roos verwachtingsvol uit keek wie de schepper was van deze vreemde creaties. Een oudere gestalte kwam tevoorschijn en stopte bij een enorme constellatie die verbonden was met het dak. ‘Wat is hij aan het maken?’ fluisterde Roos nieuwsgierig.

‘Als je heel stil bent en hem niet stoort, dan kun je kijken waar hij mee bezig is. Hij wacht op je dus ik neem aan dat hij dat geen probleem zal vinden, maar zorg dat je hem niet stoort in zijn concentratie. Hij duldt normaal niemand bij hem in de buurt omdat hij bang is dat zij het beeld verstoren, maar dat geldt zeker niet voor jou. Het is een zeer gedreven man, als hij zich bedreigd voelt in zijn werk dan wordt het een leeuw. Wees maar niet ongerust,’ voegde ze er lachend aan toe. ‘Meestal is hij vriendelijk. Ik kom straks nog wel even kijken.’

Met haar vinger voor haar mond draaide ze zich om en sloot zacht de deur. Halverwege de werkplaats was een nis waar ze goed zicht had op de man en wat hij aan het maken was. Leonardo had halflang grijs haar en een lange krulbaard. Ondanks zijn hoge leeftijd zag hij er aantrekkelijk uit met een kaarsrechte neus en een fijngebouwd gezicht met een vriendelijke mond. Toen hij een paar stappen naar achteren zette kon Roos zien waarmee hij aan het werk was. Aan het plafond hingen ijzeren ringen waar een ronde constructie met een doorsnede van zeker twee meter aan hing te schommelen. Het leek op een gigantische wereldbol, waar met allerlei materialen landschappen, water en bebouwing waren nagebootst. De piepkleine flats waren begroeid met planten. Uit een bak waarin allerlei miniatuur groente en fruit lagen, die waarschijnlijk gemaakt waren van klei of was, haalde de man twee kleinste tomaatjes en legde deze voorzichtig op de bovenste verdieping van een flat. Op elke verdieping lag een ander gewas, waardoor Roos begreep dat hier geen mensen zouden wonen maar dat dit een kas voorstelde. Boven op de flat was een reservoir waar het opgevangen regenwater met piepkleine buisjes naar de verschillende etages werd geleid.

Met een ingespannen gezicht boog de timmerman een latje die hij aan de buitenzijde van de bol vastzette met staaldraad. Roos keek gefascineerd naar het vakwerk en de vorming van de maquette, waarbij het haar vooral verbaasde dat de man met de grote handen zulk minutieus werk kon verzetten. De afgelopen dagen had ze zo vaak gehoord dat ze zou weten waar ze moest zijn dat het haar enigszins verbaasde dat de man haar geen blik waardig keurde.

Tevreden gaf de man de bol een duwtje die daardoor een kwartslag draaide en tot stilstand kwam. De stellage deed denken aan een wereldbol die afhankelijk van de invalshoek veranderde van aanzien. Vergiste ze zich of rook ze verrot hout of was het een brandlucht? Grimmig trok de man aan een kromgetrokken lat die niet de gewenste vorm wilde aannemen. Vervolgens zette hij ruw de verweerde latten vast met een stuk staaldraad. Het resultaat was een chaotisch ogende verbinding, die al snel uit elkaar spatte toen de draad knapte door de spanning. Toen de creatie begon te wiebelen en er een harde knal klonk, deed Roos snel een paar stappen naar achteren voor het geval het gevaarte naar beneden zou storten.

De kleermaakster kwam direct op het geluid af om te zien wat er aan de hand was. De vrouw die haar eerder zo vriendelijk te woord had gestaan, schudde verdrietig haar hoofd toen ze de ravage zag. Met een gespannen gezicht boog ze voorover om de draad die gebroken was op een ander punt vast te zetten. Snel haalde ze de meest verweerde dwarslat weg om deze te vervangen door een stuk daaldraad. Het wiebelen stopte. Zwijgend haalde de vrouw een stuk zeil tevoorschijn die ze over de stukken wrakhout probeerde te spannen zodat ze uit het zicht verdwenen.

Ruw schudde de man de kleermaakster door elkaar. ‘Zo is het genoeg geweest. Je maakt het alleen maar erger. Het is mijn creatie, niet die van jou. Ga nu maar weg,’ riep hij haar streng toe. Met een ingespannen gezicht zette hij de stellage weer in beweging. Nu kwam er een strak lijnenspel tevoorschijn waar de balkjes op identieke wijze met elkaar waren verbonden. De man knikte goedkeurend en liet zijn hand met een strelende beweging over de stellage gaan. Op de plek waar nog een groot gat zat, stopte hij. Met een liniaal mat hij het gat waarna hij mompelend naar de werkbank liep. Van een plank haalde hij een paar latten die hij vervolgens op maat zaagde. Het leek even of hij haar recht aan keek maar zo in gedachte was dat hij haar niet echt leek te zien of toch wel?

Leonardo da V.

Ze was hier nu al zo lang dat ze zich steeds ongemakkelijker ging voelen dat het wellicht helemaal niet de bedoeling was dat zij hem gadesloeg bij zijn werk. Daarom liep ze langzaam naar hem toe om hem niet te laten schrikken, en zei verlegen: ‘Sorry dat ik stoor, maar ik sta hier al een tijdje’, zei ze in het Engels, omdat hij immers ook de regels in die taal had opgesteld. Als door de bliksem getroffen draaide hij zich voor zijn leeftijd razendsnel naar haar om waarna zijn mond omkrulde tot de grootste glimlach die Roos ooit had gezien.  

‘Ah, je laat me schrikken, maar dat is een zeer welkome schrik. Welkom Rosa in mijn nederige paleis. Ik ben Leonardo, maar dat had je natuurlijk al begrepen. Zo fijn dat je ons vereert met een bezoek.’

‘En ik ben Roos. Ik hoop dat het geen probleem is dat ik hier al een tijdje ben, maar de vrouw aan de overkant vertelde dat je me verwachtte.’

Hij knikte: ‘Natuurlijk is dat geen probleem. Ik ben veel te blij dat je er bent! Ik had al zo’n gevoel dat er iets anders was, maar als ik aan het werk ben dan hoor of zie ik verder niets. Sorry, als ik het had geweten dan had ik je natuurlijk fatsoenlijk welkom geheten.’

‘Geen probleem. Het is heel leuk om je aan het werk te zien, hoe je iets aan het creëren bent. Ik ben wel benieuwd hoe en waarmee je dat gat gaat vullen, want dat ziet er zo griezelig uit. Wat wordt het?’, vroeg ze nieuwsgierig.

‘Oh Roos, daar zou ik het graag uitgebreid met je over willen hebben, maar dan moet ik eerst een stuk verder zijn. Nu kan ik er eigenlijk nog niets over vertellen. Ik hoop niet dat je het erg vindt, maar ik deel het idee liever pas als het echt goed is. Anders verlies ik zoveel tijd om het uit te leggen. Hopelijk vind je het niet erg dat ik je voorlopig alleen vraag om hier te zijn. Als het goed voelt, dan komt de rest vanzelf.’

‘Natuurlijk, dat herken ik wel. Ik vind het heel bijzonder om hier te zijn. Ben je echt een afstammeling van Leonardo da Vinci?’, vroeg ze terwijl haar wangen rood kleurden toen ze zijn reactie zag.

De man barstte in lachen uit. ‘Jij laat er ook geen gras over groeien he? Is dat je belangrijkste vraag? Je wilt direct weten wat mijn waarde is? Wordt die anders als je mijn voorgeschiedenis weet?’

Roos dacht even na. ‘Ik denk het wel.’

Hij lachte: ‘Dat denk ik ook, daarom heb ik liever dat je eerst naar mij kijkt en nog niet naar het verleden. Want anders ben ik bang dat je veel belangrijke zaken over het hoofd ziet. Laten we bij het begin beginnen, de rest kom snel genoeg. Hoe is het met je?’

Hij tapte een glaasje water voor haar dat ze niet durfde te weigeren, maar dat verrassend lekker bleek te zijn toen ze er een piepklein slokje van nam. Ze voelde dat hij haar gelaatsuitdrukking goed observeerde. Door zijn scherpe blik voelde ze zich klein worden.

‘Waarom ben je alleen op pad Rosa? Heb je niemand kunnen vinden die je vertrouwde?’

Gekwetst keek ze hem aan dat hij direct haar pijnlijke plek had gevonden. Toen hij zag dat er geen antwoord zou komen, vervolgde hij vriendelijk: ‘Als je ervoor kiest om alleen het pad te volgen, dan moet je een duidelijk doel hebben waar je op af koerst. Het is moeilijk als je niemand vertrouwt om te overleggen of je op de juiste koers zit. Daar weet ik alles van, dus ik veroordeel je niet, ik constateer het alleen.’ Roos had geen idee wat haar doel was en al helemaal niet met wie ze dat moest bespreken. Ongemakkelijk keek ze hem aan, maar hij wist al dat ze geen antwoord voor hem had. Hij stelde nog een paar vragen die zo indringend waren dat ze bijna letterlijk een paar stappen achteruitzette. Ook al vermoedde ze dat zijn bedoelingen waarschijnlijk goed waren, toch leek het haar beter om pas iets prijs te geven als ze meer wist over deze man. Voor de zekerheid trok ze wel haar harnas op.


De ziel van Rosas

‘Wacht even, ik kom zo terug.’

Voor zijn leeftijd liep Leonardo snel naar achteren en kwam met een groot schetsboek en een potlood terug. Hij liep een paar keer om haar heen en bekeek haar opnieuw zo doordringend dat ze het gevoel had gescand te worden. Net voor ze iets wilde zeggen, legde hij zijn vinger op zijn mond. ‘Even wachten Rosa, ik wil eerst zien of ik je blik al kan vangen. Dan weten we direct wat we aan elkaar hebben.’

Met een ongerust gevoel keek ze hem aan, want ze wist dat als ze haar harnas had opgetrokken ze letterlijk niets prijsgaf.

Snel tekende de man een paar lijnen op een lege pagina. ‘Jammer’, mompelde hij. ‘Ik had gehoopt dat ik je direct zou zien, maar eigenlijk zie ik bijna niets. Dat is best merkwaardig. Of je laat bewust niets zien dat kan natuurlijk ook,’ mompelde hij in zichzelf. Het raakte haar dat de man had gezegd dat hij niets zag in haar. Ze deed haar uiterste best om dat te verbergen. Haar harnas brak een moment. Toen hij de veranderende uitdrukking op haar gezicht zag, brak er bij hem een glimlach door.

Hij pakte stevig haar hand. ‘Goh Rosa je bent ontroerd he? Het is belangrijk om jezelf te laten zien. Ik hoop dat je je hier welkom gaat voelen zodat je weer volop tot leven komt, want je ziet er niet best uit als ik eerlijk ben.’

Ze knikte met een verlegen gezicht. ‘Het is lang geleden dat mensen me graag zagen.’

‘We gaan ervoor zorgen dat je hier een fijne tijd hebt, dat je je krachten terugvindt zodat we verder kunnen. Als ik zo naar je kijk, dan …’ Hij maakte zijn zin niet af en keek haar onderzoekend aan.

Zacht vroeg ze: ‘Wat zie je dan?’

‘Een vrouw die het spoor kwijt is. Het lijkt alsof je zeer je best doet om niets te laten zien. Ik wil je graag helpen om wat je verbergt weer te vinden.’

‘Wat zie je dan precies?’ Roos fluisterde bijna toen de man haar zo doordringend aankeek.

‘Een vrouw die zeer gekwetst is en niet bij machte is om haar kracht terug te vinden.’

Ze knikte en voelde de tranen in haar ogen branden. ‘Dat zou wel kunnen kloppen. Ik heb een zware tijd achter de rug. Het klinkt heel vreemd maar het lijkt wel alsof ik buiten de wereld sta en er geen contact meer mee kan maken.’

‘Ja zo zie je er ook uit, maar dat gaat veranderen.’

‘Ik hoop het, het lijkt wel alsof mijn problemen steeds groter worden. Ik lijk niet verder te komen, maar eerder achteruit te gaan. Ik heb niets meer te bieden, vroeger wel.’

‘Daarom ben je hier op de goede plek. Samen hebben we een doel, waarvan ik bijna zeker ben dat het ons, jou, en nog veel meer mensen verder kan helpen.’

‘Dat zou geweldig zijn. Het is lang geleden dat iemand mij nodig had.’

‘Daar is dan nu een einde aan gekomen, want we zitten hier met smart op je te wachten.’

‘Heb jij met iedereen direct zo’n intensief gesprek? Het is heel lang geleden dat ik zo met iemand heb gepraat.’

‘Ja vaak wel. Ik heb altijd zoveel te doen, daarom is het van belang direct de essentie te pakken. Bij jou is het jammer genoeg nog niet gelukt. Er moet eerst iets ontstaan, dan kan ik goed werken. Iemand moet wel zijn of haar ziel willen laten zien.’

‘En, lukt dat meestal?’ vroeg ze zacht.

‘Ja eigenlijk wel. Als er iets gebeurt in ons contact, dan kan ik de emotie het beste verbeelden.’

‘Je maakt portretten?’

Hij knikte. ‘Zeker, alleen nu even niet. Het is de uitdaging om te laten zien hoe iemand de wereld ziet. Het uiterlijk verraadt de ziel en die emotie wil ik vastleggen, om dingen te begrijpen. Dat lukt vaak heel aardig moet ik zelf zeggen, al word ik niet echt vrolijk van wat ik allemaal zie. Maar dat hoort er onvermijdelijk bij.’

Roos knikte en vertelde dat er ook een tijd was dat ze mensen kon doorgronden en direct wist wat hun kwaliteit was.

Nieuwsgierig vroeg Leonardo: ‘Als je iemands ziel zag wat deed jij er dan mee?’

Ze dacht even na: ‘Dat weet ik niet meer precies. Meestal vertelde ik dan wat ik zag en hoe ze zichzelf konden verbeteren.’

‘Wilden ze dat dan?’

‘Hoe bedoel je?’

‘Je zegt dat ze zich konden verbeteren maar kwamen ze daarom bij jou?’

‘Dat weet ik niet. Ik zag gewoon dingen en mensen vonden het volgens mij interessant als ik ze wat zaken vertelde zodat ze het konden verbeteren.’

‘En, pakte dat goed uit?’

‘Dat weet ik niet, want ik zag mensen vaak maar kort.’

‘Maar had het effect wat je deed?’, drong hij aan.

‘Geen idee,’ moest ze toegeven. ‘Er waren altijd zoveel mensen dat ik er verder niet meer bij na dacht. Maar hoe werkt dat dan bij jou?’

‘Bij mij is het juist tegenovergesteld. Hoe meer ik iemands ziel zie des te intensiever het wordt. En dat is soms zeer heftig. Dan kan ik iemand niet meer loslaten, omdat ik dan iemand sterker wil maken. Als het voor mij te heftig wordt, draag ik het over. Daarom maak ik de laatste tijd geen portretten meer, want ik kan geen afstand meer houden.’

‘Wie maakt ze nu dan?’ Roos had al zo’n vermoeden wat zijn antwoord zou zijn.

‘De anderen hebben dat van mij overgenomen, maar zij moeten nog heel veel leren. Zij beheersen inmiddels de anatomie redelijk. De ziel vastleggen is van een heel andere orde. Voor mij is dat de essentie, daarom probeer ik nu de ziel van grotere zaken vast te leggen. Wat vind je van mijn werk?’

De oude man die nog verrassend lenig was, maakte een kleine buiging en wenkte haar om dichterbij te werk te komen.

‘Kijk maar eens goed. Wat zie je?’

Hij zette een paar stappen achteruit en hield nauwlettend in de gaten hoe Roos het werk van verschillende kanten bestudeerde. ‘Het is net van welke kant je het bekijkt,’ zei ze aarzelend.

‘Dat klopt, want iedereen is anders en heeft dus ook andere dingen nodig. Vertel meer, wat zie je?’

Roos liep een paar keer om het werk heen, maar durfde niet te zeggen dat het vooral op een labyrint leek waar ze altijd een beetje angstig van werd omdat je daarin kon verdwalen.’

Toen het de man duidelijk werd dat ze geen antwoord zou geven, schudde hij een beetje teleurgesteld zijn hoofd. ‘Sorry, ik ben veel te snel. Ik verwacht direct zoveel van je. Je moet het eerst natuurlijk doorzien.’

De oude man liep langzaam om haar heen en bekeek haar met een glimlach van top tot teen. Alsof hij haar zelf had gemaakt, schoot even door haar heen.

‘Nou wat denk je? Probeer het alstublieft nog een keer. De eerste indruk is zo belangrijk,’ vroeg hij bijna op smekende toon.

Aarzelend formuleerde Roos: ‘Ik denk dat het steeds andere vormen aanneemt. Klopt het dat je wilt laten zien hoe mensen kunnen leven als de aarde anders ingericht moet worden?’

‘Precies, dat is het enige mogelijke antwoord.’ Verheugd klapte de man in zijn handen. ‘Natuurlijk kun je er nog geen grip op krijgen, dat kan niemand. Zelfs ik niet. Maar als ik er lang genoeg aan werk, dan wordt dit de ideale stad, de ideale wereld…’

‘Dan heb je nog veel werk te verzetten.’ Roos was zelf verbaasd dat de zinnen die ze in haar hoofd had gevormd zo snel waren ontsnapt. Zo bot wilde ze niet overkomen.

‘Oh is dat zo?’ reageerde hij teleurgesteld.

De man keek verwonderd naar zijn werk en liet het af en toe draaien waardoor ze het gevoel kreeg in een soort achtbaan te zitten waarbij de stemmingen die het werk bij haar losmaakte zich snel afwisselde. Ze stamelde: ‘Het voelt alsof de aarde steeds meer tekortschiet en dat er angstaanjagende oplossingen gevonden moeten worden die maar kort werken.’ Steeds zag ze nieuwe zaken die heftige emoties opriepen. Met een misselijk gevoel keerde ze het werk de rug toe. ‘Sorry, ik voel me niet goed. De afgelopen dagen heb ik veel gereisd, ik denk dat de lange reis me teveel is geworden,’ stamelde ze een excuus. De man had haar zo overdonderd met zijn confronterende vragen en het beeld dat ze er bijna ziek door werd. Ze voelde dat ze lijkbleek was en haar benen begonnen letterlijk te bibberen.

Welkom in chefchaoun

Snel liep de man naar buiten en riep iets naar de vrouwen. De kleermaakster kwam aangerend met een krukje dat ze op straat voor Roos neerzette. Even later kwam een jongen met een dienblad met thee aan. Binnen vijf minuten was ze omringd door verschillende mensen die haar verwachtingsvol aankeken. Door de vriendelijke reacties knapte ze al snel op. Iedere keer als er een nieuw persoon kwam aangesneld, dan stond Roos op om hem of haar vriendelijk de hand te schudden waarbij ze uit respect haar rechterhand eerbiedig op haar hart legde. Ze voelde dat haar harnas verdwenen was en dat ze redelijk open overkwam, tenminste dat hoopte ze.

‘Fijn dat u er bent Rosa. Leonardo is een echte meester. Hij ontwikkelt een wereld die ons leven gaat veranderen, hopelijk kunt u hem helpen,’ zei een kleermaakster die waarschijnlijk de moeder was van de vrouw die haar eerder zo enthousiast had verwelkomd. Ietwat angstig over de hoge verwachtingen die ze nooit kon waarmaken reageerde Roos: ‘Als ik eerlijk ben, dan weet ik dat nog niet zo zeker. Ik heb net wel iets van zijn werk gezien, maar het zegt me allemaal niet zoveel. Wat verwacht hij van mij?’

‘Dat u er bent en kijkt,’ zei de kleermaakster vriendelijk. ‘De mannen werken aan een grote missie en daar maakt u een essentieel onderdeel van uit.’

Leonardo die het gesprek nieuwsgierig had gevolgd, begon te stralen. ‘En zo is het Rosa,’ lachte hij.

‘Maar ik weet helemaal niets van de dingen die je maakt,’ antwoordde Roos die hen beiden onzeker aankeek.

‘Dat komt snel genoeg. Ik ben een wereld aan het creëren waar iedereen water, licht en voedsel heeft. Zaken waar we steeds meer tekort aan hebben. Mijn voorvaderen hebben al veel interessante en werkbare zaken uitgevonden wat goed bruikbaar is. Maar er ontbreekt steeds iets en ik weet dat jij mij daarbij kunt helpen. De techniek, dat gaat me wel lukken, maar ik hoop dat jij me kunt helpen welke rol de mensen moeten gaan spelen. Want daar kom ik niet uit.’

‘Dat wil ik wel, maar hoe? Ik heb het tegenwoordig niet meer zo met mensen. Het lijkt alsof ik niemand meer begrijp en zij mij niet,’ antwoordde Roos verlegen.

De man schudde heftig met zijn hoofd dat hij begreep wat ze bedoelde. ‘Dat heb ik ook altijd, maar dat gaat veranderen en dan ga je alles helder zien, tenminste als je bij machte bent om te zien hoe het werkt. Als de tijd rijp is, dan weet je wat je te doen staat. Probeer eerst jezelf te vinden, dan kunnen we verder.’

‘Ik heb eigenlijk geen idee meer wie ik ben.’

‘Dat zie ik’, lachte Leonardo. ‘Maar dat komt wel weer. Waar was je de afgelopen tijd?’

‘In Tamedakhte, een klein dorp aan de rand van de woestijn en de bergen.’

‘Had je daar een belangrijke taak?’ vroeg hij.

‘Nou eigenlijk niet.’

‘Maar waarom ben je dan niet direct naar ons toe gekomen?’ vroeg de schoenmaker vriendelijk die zich nu ook in het gesprek mengde.

‘Omdat ik hier niets van af wist. Ik weet nog maar net dat jullie mij zoeken, weten jullie zeker dat je het over mij hebt?’ vroeg Roos.

‘Jazeker, jij bent mevrouw Rosa Angelo, de beste zakenvrouw van Nederland,’ antwoordde de schoenmaker.

‘Dat is alweer een tijd geleden,’ lachte Roos. ‘Ik heet trouwens Roos, geen Rosa. Het klopt dat ik die titel heb gekregen, maar sinds ik uit Nederland weg ben gaan mijn zaken niet echt goed.’

Leonardo kwam dicht bij haar staan en gaf met zijn vinger op zijn mond haar een teken dat het beter was om hier niet verder op door te gaan: ‘Dat zal snel genoeg veranderen. Kom Rosa, dan laten we jou ons mooie Chefchaoun zien.’

‘Rosa, dat klinkt eigenlijk best goed. Zo krijgt mijn naam een heel andere klank.’

‘Het is een krachtige vrouwelijke naam, zo pas je goed in ons beeld. Rosa mijn advies is om niet teveel te vragen en niet te veel te vertellen vooralsnog. Gebruik al je zintuigen, luister en kijk goed. Je zult zien dat je dan veel te weten komt dat je anders zou missen.’ Leonardo glimlachte naar haar, toen ze haar mond alweer had geopend om een van de vele vragen te stellen die op haar lippen brandden.

Bijna tegelijkertijd stond iedereen op. Met de kleermaakster aan haar linkerzijde en Leonardo aan haar rechterzijde liep Roos door de indigoblauwe wijk met kleurrijke details. Iedereen wilde de hand van Roos schudden en haar welkom heten. Het straatje kwam uit op een plein. Van verre had ze al muziek gehoord dat steeds luider werd. Vriendelijk knikten de muzikanten haar toe terwijl ze met hun trommels en snaarinstrumenten muziek maakten die haar bekend voorkwam. Op het plein stond een lange houten tafel waar de stoet, die inmiddels uit zo’n twintig mannen en vrouwen bestond, aanschoof.

De kleermaakster wees Roos een plek aan het midden van de tafel. Bijna alle stoelen waren bezet, opmerkelijk genoeg bleven alleen de plaatsen aan weerszijden van haar leeg. Leonardo aan de overkant van de tafel keek haar af en toe stralend aan, maar hij was voortdurend in gesprek. Met een ongemakkelijk gevoel aanschouwde ze het gezelschap dat druk in gesprek was met elkaar en haar nauwelijks leek op te merken.


Wordt vervolgd!