Recent

Werktitel Gebakken lucht

Werktitel Gebakken lucht

Sarah Vermoolen op zoek naar het verhaal

Het boek Trip  krijgt een vervolg.

Wat is er echt gebeurd en waar is Roos Angelo? De beste zakenvrouw van Nederland is nog altijd spoorloos, evenals een grote som geld bij het internationale warenhuis Hotspot, dat onder haar leiding grote winsten behaalde.

Sarah Vermoolen vindt steeds meer antwoorden zodat ze het mysterie – dat zich steeds meer aan haar openbaart – kan ontrafelen. Volgens haar broer Joost die het drieluik voor de omslag gaat schilderen, is het een ingewikkeld en intrigerend verhaal, maar ‘als het echt zo gegaan is’ dan is het té fantastisch voor woorden.

Soms liggen zaken zo voor de hand dat je ze wellicht over het hoofd hebt gezien.

Het vervolgverhaal telt inmiddels zo’n 200 pagina’s. Er moeten nog zo’n honderd pagina’s geschreven worden om het verhaal rond te krijgen. De werktitel is Gebakken lucht. Ook in het nieuwe boek zijn de overeenkomsten met de werkelijkheid bijzonder groot. Feit is dat Nostradamus zo’n vijf eeuwen geleden de wereld al heeft gewaarschuwd en hij heeft gelijk gekregen. Ook voorspelde hij de komst van een persoon die waarschijnlijk op gaat duiken in Gebakken lucht. Inmiddels zijn er zoveel signalen dat de nazaten van Michelangelo, Rafaël en Leonardo da Vinci al vele eeuwen werken aan een opdracht waarin Roos  onmisbaar is, dat het wel waar zou moeten zijn.

Gebakken lucht

Dag 1

De hete woestijn met zandduinen waar de wind sporen van golven trok, strekte zich eindeloos voor haar uit. Uitgeput beklom ze stapje voor stapje de hoogste zandheuvel, waarbij haar voeten diep in het mulle zand bleven steken. Vanaf de top ontwaarde ze eindeloze goudgele duinen. Er was geen enkel levensteken, niemand die ze om hulp kon vragen. Alsof haar ledematen tegelijkertijd een seintje kregen, zakte ze als een zoutzak in elkaar. Haar keel voelde als leer, haar benen en voeten lagen naast haar alsof ze niet meer bij elkaar hoorden. Ze moest even rust nemen, dan kon ze verder. Of nooit meer overeind komen. Het maakte geen verschil, als hier maar een eind aan kwam. De zon scheen zo heftig dat haar lichaam in brand stond. Ze sloot een moment haar ogen om het woestijnzand niet meer te voelen, en al het andere dat haar aanviel.

In een fractie van een seconde veranderde het landschap compleet. Ze was terug op de heuvel van Pergine, waar een natuurramp het landschap zwaar had beschadigd. Het regende hard, het was koud en bijna donker. Modderstroompjes vonden op de heuvel tussen de rotsblokken en boomstronken een weg naar beneden. Uiterst voorzichtig daalde ze de heuvel af, waarbij ze af en toe steun zocht bij ontwortelde bomen. Boven zich hoorde ze opeens woedende stemmen die haar nariepen niet meer terug te komen. Iets sneller dan verstandig was, struikelde ze de heuvel af, waarbij de stemmen al snel oplosten in de ruimte. Ze lette goed op niet te dicht in de buurt te komen van de rotsblokken, die slechts even tot stilstand waren gekomen en zo weer in beweging gezet konden worden. Haar handen, die veranderd waren in klompen klei, deden pijn. In de verte hoorde ze gedonder, het geluid van vallende rotsblokken kwam steeds dichterbij.

Het volgende moment dobberde ze op zee in een houten vissersboot die hevig heen en weer slingerde. Op de kade stond een woedende mensenmenigte die haar met opgewonden bewegingen nawezen. Met haar handen voor haar oren draaide ze hen haar rug toe. Even keek ze naar de stuurse man die haar een overtocht had beloofd in ruil voor iets, wat ze niet goed had begrepen. Ze was akkoord gegaan omdat ze geen keuze had, ze moest daar weg. De stevige wind veroorzaakte hoge golven. Het land was nog slechts een vaag stipje aan de horizon. De gammele, overbeladen boot lag diep in het water. Op de gezichten van de onbekende passagiers las ze de angst wanneer er weer een hoge golf over de mensen sloeg. In de verte schoten vuurballen achter de bergen tevoorschijn. Ze kwamen snel dichterbij. Met bonkend hart dook ze in elkaar zodat ze de wereld om haar heen niet meer hoefde te zien.

Ze schrok wakker door het luide gebonk van haar hart dat eruit wilde breken, haar lichaam was drijfnat van het zweet. Ze sperde haar ogen wijd open om niet terug te vallen in de angstaanjagende nachtmerries die zich razendsnel hadden opgevolgd. De kamer was gehuld in duisternis.

Een kort moment sloeg de angst toe dat ze haar weer overtuigd hadden om een pilletje te slikken om haar emoties beter te zien. Drie keer hadden ze haar als experiment iets gegeven dat zo sterk was dat ze ging hallucineren en in een ondergrondse wereld kwam waar ze de uitgang niet meer kon vinden.

Alleraardigste mensen hadden haar verzekerd dat de pil veilig was en dat ze haar zouden begeleiden bij deze unieke ervaringen om beter uit de depressie te komen. Deze vriendelijke zieners wisten wat ze deden en waren zeer succesvol met ondernemingen die je in de moderne wereld zelden tegenkwam. Het aanbod was zeer uiteenlopend: van het fluisteren met boomringen tot koffiedik dansen en van overlevingstochten onder barre omstandigheden tot pilletjes waar je buitengewone ervaringen mee kon opdoen. Ze had zelf ervaren dat ondernemers met de meest fantasierijke ideeën mensen bereid vonden om iedere trip te maken, als er maar een goed verhaal achter stond en de belofte waar gemaakt werd dat hun wereld echt beter zou worden. In haar geval stortte haar wereld nog meer in elkaar, voor zover dat mogelijk was. Nu ze erop terugkeek verklaarde ze zichzelf voor gek dat ze er in was getrapt, maar toen had ze er zo graag in geloofd omdat het immers een belofte inhield op een gelukkiger leven.

De trip – die haar steeds opnieuw werd aangeboden – zou haar persoonlijke inzichten geven. Het verkeerde nog in een testfase en zou zij de ideale persoon zijn voor wie de pil heling zou brengen.  Maar in haar geval werden haar angsten en depressie op dramatische wijze uitvergroot. Het was zeker al een jaar geleden dat ze de trips had ervaren, sindsdien waren delen van haar geheugen gewist.

Het was niet eerder gebeurd dat Roos de vlucht uit Pergine herbeleefde, omdat ze de herinneringen zo had opgeborgen in haar geheugen dat ze haar niet meer lastig zouden vallen. Ze moest eerst volledig tot rust komen en zichzelf terugvinden, dan kon ze altijd nog zien of het zinvol was om het verleden te analyseren.

De nachtmerries deden haar inzien dat de rust voorbij was.

Ook het heden zag er momenteel niet bepaald rooskleurig uit. Terug naar Nederland kon ze niet voordat ze een aantal zaken had opgelost. Omdat ze waarschijnlijk in Europa gezocht werd, had ze de oversteek over zee gewaagd naar Marokko. Ze dacht liever niet terug aan de risico’s die zij had gelopen en door haar toedoen ook anderen. Iedereen was uiteindelijk veilig aan gekomen en dat telde. Aan de periode dat ze had rondgezworven op zoek naar een veilige plek bewaarde ze nauwelijks herinneringen. De dagen waren in elkaar overgegaan zonder dat iets indruk had gemaakt, na de extreem heftige periodes was dat een weldaad geweest. Omdat ze niet eeuwig kon blijven zwerven, was het handig dat een dorp had aangeboden haar op te vangen, al interesseerde het haar nauwelijks meer.

In Tamedakhte was het lang relatief rustig geweest tot dat het ook hier weer toesloeg. Gisteren was een verschrikkelijke dag geweest en was ze pijnlijk getroffen naar bed gegaan.

Gelukkig was ze alleen in haar kamer, want niemand mocht zien wat het met haar deed, dan zou ze haar zorgvuldig opgebouwde krachten verliezen. Tot dusver was het goed gelukt om nooit te laten zien dat ze geraakt werd, maar gisteren had het niet veel gescheeld of mensen zouden hebben kunnen aflezen dat ook zij kwetsbaar was.

…………………….

Pagina 14

Roos slenterde het pad omlaag naar het plein. Sommige huisjes leken ogenschijnlijk verlaten, maar waren wel goed onderhouden. Een enkele keer ving ze een glimp op van in zwart gehulde vrouwen die hun huis nooit leken te verlaten. Ze was er inmiddels aan gewend dat in het dorp veel bewoners ogenschijnlijk alles met elkaar deelden, maar dat parallel daaraan mensen hier net zo makkelijk onzichtbaar konden zijn. Net zoals zij.

Ooit hadden hier zeker honderd gezinnen gewoond. Vooral jonge mensen waren weggetrokken naar de stad. Roos constateerde regelmatig dat het leven voor de achterblijvers stilstond en geld nauwelijks een rol van betekenis speelde. Het was verbazingwekkend dat de bewoners geen enkele interesse hadden om verbeteringen door te voeren.

Omdat ze wist dat de eerste indruk goud waard was, had ze direct na haar aankomst een ronde gemaakt door het dorp en diverse zaken ontdekt die sterk verouderd waren. Met een grondige aanpak zou het dorp in een jaar kunnen veranderen in een goed lopende machine. Eindelijk zou ze weer kunnen laten zien wat ze waard was. Zo maakte ze na de inspectie een begin met het businessmodel innovatie, het vaststellen van de klantsegmenten en het bepalen van de waarde propositie. Met enige trots, omdat de bewoners natuurlijk blij zouden zijn met haar voorstellen, had ze na de eerste week gevraagd om een onderhoud met de hoogste bestuurder van het dorp.

Zijn huis met geblindeerde ramen aan het plein onderscheidde zich door een houten bord boven de kleine deuropening. Ze had tijdens de eerste ontmoeting al haar kracht ingezet om de oude man zo hartelijk mogelijk de hand te drukken. Hij had haar vreemd aangekeken en snel zijn hand teruggetrokken toen ze hem met beide handen nog sterker beetgreep om hem duidelijk te maken hoe dankbaar ze was. Ze zag niet het vuil die haar schoenen hadden achtergelaten op de brandschone vloer. Pas later ontdekte ze dat hij nooit gasten in het huis ontving en dat alle bewoners de schoenen altijd buiten lieten staan.

Ze had hem voorgesteld dat ze in ruil voor het verblijf taken van hem kon overnemen. Hij had haar vreemd aangekeken toen ze hem in het Frans had verteld wat haar expertise was en welke competenties ze direct kon inzetten in het dorp. Zodat ze zo snel mogelijk grote stappen konden maken om het dorp verder te brengen naar de moderne wereld toe. Hij had haar met zachte dwang de deur uit weten te krijgen. Ze had geen idee of hij iets had begrepen van haar verhaal, daarna had ze hem nooit meer gesproken. Wanneer de man haar zag aankomen, vouwde hij zijn handen direct op zijn rug en liep snel door.

………….

Pagina 109

‘Ik ben dus Michel en we delen dezelfde achternaam, maar dat had je natuurlijk al gehoord. Wanneer kun je beginnen?’

De breedgeschouderde man van middelbare leeftijd was een opmerkelijke verschijning met zijn rossige haar dat hij in een piepklein staartje droeg en lichtbruine priemende ogen. Roos antwoordde dat ze nog niet eerder over hem had gehoord.

‘Vreemd, bijzonder vreemd. Dat is niet bepaald een goed begin’, gromde hij. ‘Waarom heb je mij nog niet voorgesteld? Ze start natuurlijk toch bij mij!’ Op gepikeerde toon sprak hij de timmerman aan die de indruk gaf hem niet te horen.

‘Wie ben jij dan?’ vroeg Roos aarzelend omdat ze niet zeker wist of ze wel het antwoord wilde horen van deze man die zo bot overkwam.

‘Ik heb je net mijn naam verteld en je bent toch beeldhouwer?’ antwoordde hij op geïrriteerde toon.

‘Sorry, je naam zegt me niets. En ik ben trouwens geen beeldhouwer, het is alleen een hobby,’ zei ze kortaf, want ze liet zich niet zo afsnauwen door een onbekende.

‘Nou dan hoop ik dat we wel iets aan je hebben. Het zal toch niet zo zijn dat we al heel lang wachten op iemand die geen verstand van zaken heeft.’

‘Ho, wacht even. Ik heb hier niet om gevraagd.’ Boos keek ze de man aan die haar emotieloos aan keek.

‘Excuseer mij, maar mij was verteld dat je een bijzonder slimme vrouw was die ons dingen zou tonen die wij over het oog zien. En daar zitten we dus al heel lang op te wachten. Tot nu toe, heb ik niet de indruk dat je erg slim bent. Je hebt echt geen idee wie je voor je hebt he?’ Hij schudde zijn hoofd en schoof twee voorgerechten op zijn bord en at deze met zichtbaar plezier op. Hij keurde Roos, die dit alles met stijgende irritatie had gevolgd, geen blik meer waardig.  Wat een bullebak was deze man. Waar haalde de man vandaan dat ze zijn naam zou moeten herkennen?

Boos herhaalde ze in haar hoofd wat deze nors uitziende man haar daarnet had verteld. Haar wangen kleurden dieprood en ze keek de man verlegen aan. ‘Oh nu snap ik het. Sorry, maar ik heb zulke lange reisdagen achter de rug dat ik niet helemaal helder ben.’

De man knikte nauwelijks merkbaar en liet opnieuw zijn blik gaan over de voorgerechten die werden uitgestald.

‘Ik vind het werk van uw voorvader waanzinnig!’ Deze man kon haar wel direct tegenstaan, maar dat nam niet weg dat zij een grote bewonderaar was van zijn wereldberoemde voorvader. Wellicht had hij een goede reden om haar zo bot te behandelen. Natuurlijk werkte hij ook aan de opdracht, dus ze kon maar beter proberen hem wat milder te stemmen. ‘David is mijn lievelingsbeeld. Het is zo goed gemaakt. Het blijft alleen jammer dat hij te weinig marmer had, anders was het beeld nog meer in evenwicht geweest,’ voegde Roos er enthousiast aan toe.